GRAVEN, VUUR EN BEWEGING
In deel I van deze reeks is gekeken naar welke kritieke taken alle militairen, ongeacht wapen of dienstvak, uit te voeren hebben. Aansluitend is het Klimmen en Klauteren, Verplaatsen Te Voet en Tillen en Dragen besproken. In dit laatste deel kijken we verder naar de overige kritieke taken als Graven, Vuur en Beweging.
Graven
Ondanks dat bouw- en graafmachines op grotere schaal beschikbaar zijn in militairen eenheden zal er waarschijnlijk nog altijd een groot beroep worden gedaan op het manueel graven van ligsleuven en loopgraven maar ook het vullen van zandzakken, het opruimen van puin en vrij maken van schootsectoren. Hoe beter een militair kan graven, hoe groter de overlevingskansen op het slagveld. De militair onder vuur leert al snel de enorme waarde van een goed gat in de grond om zichzelf te beschermen. Dit gat in de grond kent vele verschijningsvormen, van bijvoorbeeld een krater, kuil of geul, tot een compleet bunker systeem (1).
Metingen van het zuurstof verbruik tijdens het graven van een ligsleuf wijzen uit dat dit gemiddeld (van graven ligsleuf en loopgraven en lopen met zandzakken) 30,4 ml/min/kg of ~60% VO2max kost (1).
Onderzoekers vroegen militairen na het graven of verplaatsen van zandzakken hoe zwaar zij dit ervaarden op een schaal van 6 t/m 20 per lichaamsdeel (als je de uitkomst met 10 vermenigvuldigt, krijg je ongeveer de hartslag frequentie, red.). In Figuur 4 zijn de resultaten hiervan terug te vinden. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het vullen en verplaatsen van zandzakken als zwaarder wordt ervaren dan het bouwen van wachtposten en graven van een ligsleuf, met name in de schouders.
Houding
Video analyses van militairen die ligsleuven graven of zandzakken vullen, laten zien dat dit 37 tot 75% van de tijd in gebogen houding plaats vindt.
Voorspellen van graaf prestaties
Verschillende onderzoekgroepen hebben graaf simulatie opstellen gemaakt, zie Figuur 5, en vervolgens gekeken naar welke sporttesten deze zouden kunnen voorspellen.
Echter bleek het vrij lastig om een betrouwbare graaf simulatie uit te kunnen voeren. Hiermee was het ook lastig om vervolgens te kijken welke factoren de graaf prestaties kunnen voorspellen. Daarnaast is er tijdens graafsimulaties een verhoogd risico op rugblessures gevonden in verband met het constant gebogen en ingedraaid werken.
Er is dus geen direct wetenschappelijk bewijs dat goed beschrijft hoe graven getest en getraind kan worden. Echter is het wel aannemelijk dat onderliggende factoren als uithoudingsvermogen, schouder en arm kracht getraind kunnen worden in taak specifieke trainingsprogramma’s.
Vuur en beweging
Deze kritieke taak wordt vooral uitgevoerd tijdens het afbreken of aangaan van een (direct) vuurgevecht met vijandelijke eenheden. Tijdens deze kritieke taak wisselen militairen in groepsverband elkaar af in het geven van dekking terwijl de anderen naar voor of naar achter sprinten richting de volgende vuurpositie. Dit wordt net zolang herhaald tot er voldoende afstand tot de vijand is gecreëerd of het doelwit is overmeesterd. Een sprint naar een volgende positie wordt vaak aangeduid als “sprong”.
In 2013 voerden eenheden van het Australische leger drie verschillende groepsaanvallen uit, waarbij militairen GPS, versnelling- en hartslagmeters droegen. In Tabel 10 een overzicht van de verschillenden groepsaanvallen (2).
De aanvallen werden op dezelfde dag uitgevoerd in een training van 3 uur met 30 tot 40 minuten rust tussen elke aanval. Deelnemers droegen hun normale gevechtsuitrusting die gemiddeld 24,4 kg woog of ~28,9% lichaamsgewicht. Hierbij werd opgemerkt dat de uitrusting van de minimi schutters 5 kg zwaarder woog dan de andere groepsleden. In Tabel 11 zijn de resultaten van deze aanvallen te vinden.
Uit bovenstaande tabel is op te maken dat vuur en beweging bestaat uit zeer korte sprints, afgewisseld met korte rust periodes. Hierbij is de arbeid:rust verhouding 1:3 tot 1:5. Verder lijkt de pieksnelheid met 9,36 km/u vrij laag te liggen. Ter vergelijking: een 5 meter sprint van sport studenten heeft een gemiddelde snelheid rond de 16,5 km/u (3). Het verschil in snelheid tussen deze studenten en de militairen tijdens de aanval is ongeveer 55%. Een eerdere studie met sprinten onder weerstand, bijvoorbeeld met een gewichtsslee, toonde aan dat een soort gelijke afname van snelheid plaats vond met slee met daarop 85% van het lichaamsgewicht (4). De lagere snelheid per sprong kan dus niet alleen verklaard worden door het gewicht van de uitrusting, maar mogelijk ook het terrein en het herhaalde karakter van de sprints. Eerder is al aangetoond dat de sprintsnelheid met ongeveer 0,75% afneemt met elke extra herhaalde sprint (5).
Evaluatie vuur en beweging
Om deze taak te simuleren is een aantal proefopstellingen getest waarbij in een zig zag patroon 15x 6,6 meter, totaal 100 m, werd afgelegd, telkens onderbroken door een knielende of liggende schiethouding van 5 seconden, zie parcours opties A en B in Figuur 7 (6).
Fysiologische belasting vuur en beweging
Uit de eerdere genoemde Australische simulatie van vuur en beweging kwam naar voren dat de gemiddelde intensiteit 75% van de hartslag rust reserve was met enkele uitschieters naar 85% (2). Een soortgelijk Engels onderzoek vond overeenkomstige resultaten, namelijk 87% van de maximale hartslag. Verder werden na afloop van deze taak lactaat waardes van 3,8 ± 1,4 mmol/L gemeten. Ter vergelijking: over het algemeen wordt aangenomen dat de aerobe drempel rond 2,5 mmol/L ligt en de anaerobe drempel rond de 4 mmol/L. Tijdens deze simulatie zaten de deelnemers dus rond de anaerobe drempel. In een soort gelijke simulatie werd een zuurstof verbruik van 31,7 ml/kg/min gevonden. Dit stond gelijk aan ~60% van het maximale zuurstof verbruik van de deelnemers. Hiermee lijkt de fysiologische belasting van vuur en beweging dus erg op dat van intensieve interval sporten als badminton, basketbal, voetbal en squash (7).
Prestatie bepalende factoren vuur en beweging
De snelste tijd op het eerdergenoemde parcours in Figuur 1 kon voor een groot deel worden verklaard door anaeroob vermogen, snelheid en wendbaarheid getest met een verte sprong, 1 minuut push up test, 300 meter sprint, seated med ball throw en illinois agility test (8).
Afsluiting
Dit was het laatste artikel in een serie over kritieke militairen taken waarin duidelijk is geworden dat het uitvoeren van alle militairen taken als verplaatsen te voet, tillen en dragen, graven, vuur en beweging, klimmen en klauteren v.w.b. de fysiologische belasting voor een groot deel een beroep doet op het aerobe uithoudingsvermogen. Maar ook zeker het anaerobe energiesysteem is van belang voor het uitvoeren voor kortdurende explosievere taken en acceleraties. Een gunstige lichaamssamenstelling, zoals het hebben van een hogere spiermassa en een lager vetpercentage heeft een positieve invloed op het militair prestatie vermogen. Maar vooral ook op het blessure risico en de gezondheid op langere termijn.
Referenties
1. Jaenen S, van Dijk J. Optimizing Operational Physical Fitness. 2009.
2. Silk AJ, Billing DC. Development of a valid simulation assessment for a military dismounted assault task. Mil Med. 2013 Mar;178(3):315–20. doi:10.7205/MILMED-D-12-00294 PubMed PMID: 23707119.
3. Altmann S, Hoffmann M, Kurz G, Neumann R, Woll A, Haertel S. Different starting distances affect 5-m sprint times. J Strength Cond Res. 2015;8(29):2361–6.
4. Cahill MJ, Oliver JL, Cronin JB, Clark KP, Cross MR, Lloyd RS. Sled-pull load–velocity profiling and implications for sprint training prescription in young male athletes. Sports. 2019 May 1;7(5). doi:10.3390/sports7050119
5. Thurlow F, Weakley J, Townshend AD, Timmins RG, Morrison M, McLaren SJ. The Acute Demands of Repeated-Sprint Training on Physiological, Neuromuscular, Perceptual and Performance Outcomes in Team Sport Athletes: A Systematic Review and Meta-analysis. Sports Medicine. Springer Science and Business Media Deutschland GmbH; 2023. p. 1609–40. doi:10.1007/s40279-023-01853-w PubMed PMID: 37222864.
6. Cohen BS, Redmond JE, Haven CC, Foulis SA, Canino MC, Frykman PN, et al. Occupational Experience Effects on Physiological and Perceptual Responses of Common Soldiering Tasks. 2022.
7. McGuire SJ, Blacker SD, Wilkinson DM, Myers SD. The physiological demands of a military dismounted assault task. Appl Ergon. 2026 Jan 1;130. doi:10.1016/j.apergo.2025.104637
8. Redmond JE, Foulis SA, Frykman PN, MAJ Bradley Warr MJ, SPC Sarah Sauers M, Leila Walker M, et al. Development of a physical employment testing battery for infantry soldiers: 11B infantryman and 11C infantryman-indirect fire. 2015.
Publicatiedatum: 29 juli 2026





