Vrienden van het Korps LO&Sport
 
KRITIEKE MILITAIRE TAKEN, DEEL II, VTV
Door Maarten Groot

In het eerste deel van deze serie is gekeken naar welke kritieke militaire taken er zijn. Van de kritieke taak klimmen en klauteren is vervolgens al een verdere verdieping gemaakt. In dit deel wordt een van de meest uitgevoerde taken besproken, namelijk de Verplaatsing Te Voet (VTV).

Gewicht uitrusting
Tot de 18e eeuw hadden legers zelden uitrusting die zwaarder woog dan 15 kg tijdens het lange verplaatsingen. Extra uitrusting werd vaak verplaatst met paarden, wagens en assistenten. Vanaf de 18e eeuw werd van meer gedisciplineerde troepen verwacht dat zij zelf hun uitrusting droegen tijdens verplaatsingen. Soldaten vandaag de dag dragen een aanzienlijk zwaardere uitrusting en voorraden met zich mee, maar eenmaal in gevechtscontact wordt een deel van deze uitrusting (tijdelijk) gedumpt.
Britse en Franse infanteristen droegen tijdens de Krimoorlog (1854-1856) ongeveer 29 tot 33 kg aan uitrusting met zich mee. Het gewicht van de uitrusting steeg tijdens de Eerste Wereldoorlog naar 32 tot 36 kg en tot 54 kg tijdens de Falkland oorlog, zie Tabel 1.

Afstanden
Tijdens de slag om Austerlitz in 1805, verplaatste Napoleon een Korps 125 km in 50 uur om vervolgens direct deel te nemen aan de slag. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog marcheerde Generaal Grant van de Noordelijke strijdkrachten 65 km in 27 uur voor de beslissende slag bij Vicksburg. En in 1943 marcheerde de 3de infanteriedivisie de 160 km naar Palermo in 5 dagen.

Moderne militaire operaties
Het Walter Reed Army Insititute of Research interviewde leden van infanteriebataljons die betrokken waren bij operatie Urgent Fury (1983) in Grenada. De conclusie hiervan was dat veel soldaten te zwaar beladen waren en te weinig commandanten erop toezagen hoeveel gewicht er mee werd getild. Een soldaat vertelde in een interview:

“We vielen aan om een bruggenhoofd te slaan. We leken wel een stel schildpadden. Mijn rugzak woog 54 kg. Ik stond op om 10 meter voorwaarts te snellen, wierp mezelf op de grond en kon niet meer overeind komen. Na 10 of 15 minuten rust stond ik weer op, rende 10 meter om vervolgens weer neer te vallen. Na dit een aantal keer te hebben herhaald, was ik fysiek niet meer in staat te bewegen, en ik was echt wel in goede conditie. Uiteindelijk lukte het om het verzamelgebied te bereiken waar we konden afhangen en het gevecht voort te zetten. Maar ik was totaal uitgeput.”

Niet alle soldaten die in Grenada vochten waren te zwaar bepakt. Sommige commandanten reduceerden de uitrusting tot alleen het minimale. Deze commandanten namen een risico, maar wisten dat te zwaar beladen soldaten de gevechtskracht en effectiviteit van de eenheid zouden verminderen.

Op basis van bovenstaande ervaringen schrijft de Amerikaanse infanterie school voor dat het maximale gewicht voor in- en exfiltraties maximaal 33 kg behelsd en maximaal 22 kg voor directe gevechtsacties. Door toevoeging van extra uitrusting voor moderne oorlogsvoering lukte het in Afghanistan tijdens Operatie Enduring Freedom niet om deze richtlijnen aan te houden. Zo woog de in- en exfiltratie uitrusting gemiddeld 43 kg die op kon lopen naar 58 kg in de koudere gebieden (1).


Fysiologische belasting van Verplaatsen Te Voet (VTV)

Verschillende onderzoeksgroepen hebben metingen verricht bij militairen tijdens de VTV.
Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat snelheid, helling, ondergrond en gewicht van de uitrusting het meeste effect hebben op het energie verbruik. Deze factoren kunnen dus allemaal worden gebruikt om training van VTV vorm te geven.
Met behulp van deze factoren zijn verschillende formules opgesteld om het zuurstof verbruik te kunnen berekenen, zoals bijvoorbeeld de minimal mechanics formule (2):


In Tabel 2 zijn enkele voorbeelden van terrein factoren te vinden:


Met bovenstaande formule kan worden berekend hoeveel milliliter zuurstof een persoon van 72 kg met 20 kg bepakking, op een snelheid van 1,67 m/s (=6 km/u) op grasland met een hellingshoek van 0,1% verbruikt. Onderstaand voorbeeld laat zien dat dit 19,7 ml/kg/min is.


Als men dus zou willen toetsen of militairen gereed zijn voor de taak, kan de VO2max worden ingeschat met een hardloop test, zoals bijvoorbeeld een 1500 meter prestatie loop.


Een man die de 1500 meter in 6:08 (=368 seconden) aflegt, heeft dus een VO2max van:


In de verplaatsing in voorbeeld 1 zou dat betekenen dat deze persoon op ((19,7/48,35) *100) = 40,7% VO2max loopt.

Verder kwam uit onderzoek naar voren dat marsen op een inspanningsniveau tot maximaal 47% VO2max het meest efficiënt was. Wordt het tempo of het gewicht verhoogd waardoor het zuurstof verbruik boven de 47% VO2max uitstijgt, zal de mars prestatie snel afnemen (3).

Prestatie bepalende factoren VTV
Meerdere onderzoeksgroepen vonden een correlatie tussen het vetpercentage en de mars prestatie. Overmatig vetweefsel is “doodgewicht” en kost net zoveel energie om te verplaatsen als extra gewicht. Daarentegen wordt een hogere spiermassa in verband gebracht met betere mars prestaties.  Overigens geldt dat ook voor lichaamslengte. Hierbij zijn langere mensen tijdens het marsen dus lichtelijk in het voordeel.
Naast lichaamsmaten en samenstelling zijn er in de meeste onderzoeken sterke correlaties tussen uithoudingsvermogen en mars prestatie gevonden. (Speed) mars prestaties op de 3200 meter met 21 kg konden voor 84% worden verklaard door de critical speed, een uitdrukkingsmanier voor (hardloop) conditie. Samen met vetvrije massa kon zelfs 90% van de mars prestaties worden verklaard. Een 400 meter mars test met 21 kg werd daarentegen alleen verklaard door de vetvrije massa in het bovenbeen, maar niet door critical speed (4).
Ook een 12,8 km verplaatsing met 25 kg bepakking kan worden berekend aan de hand van de resultaten van een 2,4 km hardloop test en het lichaamsgewicht met de formule (5):

12,8 km mars tijd (min) = 73,466+(5,167*2,4 km hardlooptijd in minuten) -(0,242*lichaamsgewicht in kg).

In Tabel 3 is met deze formule inzichtelijk gemaakt dat het verbeteren van de hardloop prestatie ook leidt tot een verbetering van de mars prestatie.

Tijdens een Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) werd in 10 weken tijd een prestatie verbetering van 6,6% op de 12 minuten loop gevonden.
Om eerdergenoemde formule zo realistisch mogelijk te demonstreren, is deze waarde gebruikt om de werking van de bovenstaande formule te demonstreren in Tabel 3.


In Tabel 4 is met deze formule ook inzichtelijk gemaakt dat het verhogen van de spiermassa (ook wel vetvrije massa genoemd) leidt tot betere mars prestaties, doordat het lichaamsgewicht hiermee wordt verhoogd. In de eerdergenoemde AMOL waarbij de loop prestatie met 6,6% verbeterde, nam ook het lichaamsgewicht met 2,3% toe. In Tabel 4 is dit percentage gebruikt.


Uit
Tabel 3 komt naar voren dat alleen het uithoudingsvermogen met 6,6% verbeteren leidt tot een verbetering van de mars prestatie met 3,9%. Uit Tabel 4 is op te maken dat een verhoging van het lichaamsgewicht met 2,3% leidt tot een mars prestatie verbetering van 0,4%.

Het verhogen van het lichaamsgewicht bij AMOL-leerlingen werd met name veroorzaakt door een stijging van de vetvrije massa van 3,9%. Tegelijkertijd nam het vetpercentage met 8,9% af, hierdoor was de totale verhoging van het lichaamsgewicht enig sinds beperkt gebleven tot 2,3%. Lichaamsgewicht alleen geeft dus een te beperkt beeld omdat deze is opgebouwd uit zowel het vet, als de vet vrije massa.

Bovenstaand voorbeeld demonstreert dat in beperkte tijd het dus het meest efficiënt lijkt om de mars prestatie te verbeteren door het uithoudingsvermogen te verbeteren. Dit lijkt in de praktijk goed te realiseren bij militairen aan de start van hun loopbaan. Wellicht dat op een later tijdstip door de verminderde meer opbrengst van training het interessanter is om te kijken of de vetvrije massa verhoogd kan worden om de mars prestatie nog verder te verbeteren.

Marsprestaties voorspellen
Aan de hand van uithoudingsvermogen en lichaamssamenstelling is dus al een goede inschatting te maken van de mars prestatie, maar niets is natuurlijk zo specifiek als het uitvoeren van een VTV zelf. Alleen hier kan men zich afvragen of een mars prestatie op langere afstand kan worden voorspeld met een kortere afstand. Precies dat is onderzocht met 99 Amerikaanse militairen die een 4 mile (6,4 km) en 12 mile (19,2 km) mars uitvoerden met hetzelfde gewicht aan uitrusting. Resultaat was dat de tijd over een 6,4 km mars een zeer sterke correlatie had met de 19,2 km mars tijd. Deelnemers die eerder finishten op de 6,4 km deden dat ook op de 19,2 km, zie ook Figuur 1. Ook de gemiddelde tempo’s tijdens de verschillende marsen lagen niet heel erg uit elkaar, namelijk 4,87 km/u op de 6,4 km en 4,8 km/u op de 19,2 km.


Hiermee werd dus aangetoond dat kortere afstanden kunnen worden gebruikt om een inschatting te maken van mars prestaties over langere afstanden (6).

In operationele context is het marsen een manier om in en uit het operatiegebied te komen, liefst zo snel mogelijk, maar allerbelangrijkste is dat dit veilig of zelfs ongezien gebeurt. In de praktijk zal een mars dus nooit op het maximale prestatieniveau worden afgelegd, zoals dat bij wedstrijdsporten wel het geval is. Dit maakt het dan ook wat lastiger om een mars prestatie te bepalen. Als we er een tijdsopdracht van maken, bijvoorbeeld zo snel mogelijk van A naar B verplaatsen, zal de mars al snel overgaan in speedmarsen of hardlopen.

Progressieve mars testen
Een andere manier om de mars prestatie te evalueren is om het gewicht van de bepakking steeds meer te verzwaren. Ervaring leert dat militairen in staat zijn rugzakken van meer dan 100 kg voor korte periodes te dragen. Wat het meten van mars prestaties met oplopend gewicht uit veiligheid en logistiek punt onpraktisch maakt.

In 2004 heeft de afdeling Trainings Geneeskunde en Trainings Fysiologie (TGTF) onderzoek op de KMA verricht naar de effecten van verschillende mars trainingsfrequenties en intensiteiten. Om de mars prestaties te meten werd gebruik gemaakt van een maximale mars test. Deze bestond uit 1000 meter lopen op 6 km per uur. Startgewicht was 25 kg voor mannen en 15 kg voor vrouwen. Na elke 1000 meter werd het gewicht met 12,5 kg verhoogd tot 65 kg was bereikt. Deelnemers die toen nog meededen, verhoogden het tempo na elke 1000 meter met 0,5 km/u. De gelopen afstand in meters gold als resultaat, zie Tabel 5 voor het hele protocol (7).


Een soort gelijke opzet, waarbij de gewichten iets sneller opliep, is eerder ook ingezet tijdens de AMOL, zie Tabel 6 voor het protocol.


Met deze test is onderzocht of de behaalde afstand tijdens de test een relatie heeft met het halen van de rode baret. In Tabel 7 zijn hiervan de resultaten weergegeven. Naar mate de afstand op de mars test groter is, neemt ook de kans om de rode baret te behalen in het peloton waar de leerling opkomt toe. Ook is de kans om in een revalidatie peloton terecht te komen het kleinste in de groep die de meeste afstand loopt. Aan de andere kant kwam juist een overstap naar een ander wapen of dienstvak het meeste voor bij de groep die de minste afstand aflegde op de mars test.


Monitoren van VTV-training

Omdat het vaststellen van het VTV begin niveau behoorlijk tijdrovend en belastend kan zijn, is het niet altijd wenselijk om een nul en nameting te organiseren.
Mogelijk dat de losse stappen uit een progressieve test in combinatie met het dragen van hartslagmeters ook gebruikt kunnen worden om de voortgang van de VTV-training te monitoren.
Als bijvoorbeeld aan het begin van een trainingsperiode het protocol progressieve mars test KMA wordt uitgevoerd en tijdens stap 2 de gemiddelde hartslagfrequentie van een deelnemer 136 slagen per minuut is. Dan kan tijdens de reguliere VTV-training op 6 km/u met 35 kg bepakking doorlopend de hartslagfrequentie worden gemeten. Als deze dan bijvoorbeeld 131 slagen per minuut is, zou dat kunnen wijzen op een verbeterde mars vaardigheid. In deze situatie geeft eenzelfde externe belasting (loopsnelheid en gewicht) een lagere interne respons (hartslagfrequentie).

Samenvatting VTV
De VTV-prestatie is een samenspel tussen het aerobe uithoudingsvermogen en spiermassa. Aan de hand van de beginsituatie kan per individu worden bepaald of deze de mars vaardigheid beter kan verbeteren door aan het uithoudingsvermogen te werken, of juist aan de lichaamssamenstelling. Een trainingsprogramma zou dus kunnen bestaan uit minimaal 1x per 14 dagen VTV-training met daarnaast hardloop- en krachttrainingen (8). De nadruk in de krachttraining zou hierbij kunnen liggen op het vergroten van de spiermassa.

In deel III van deze reeks zal dieper in worden gegaan op de kritieke militaire taak: tillen en dragen.


Referenties
1. Jaenen S, van Dijk J. Optimizing Operational Physical Fitness. 2009.
2. Weyand PG, Ludlow LW, Nollkamper JJ, Buller MJ. Real-world walking economy: Can laboratory equations predict field energy expenditure? J Appl Physiol. 2021 Oct 1;131(4):1272–85. doi:10.1152/japplphysiol.00121.2021 PubMed PMID: 34410843.
3. Boffey D, Harat I, Gepner Y, Frosti CL, Funk S, Hoffman JR. The Physiology and Biomechanics of Load Carriage Performance. Mil Med. 2019 Jan 1;184(1–2):E83–90. doi:10.1093/milmed/usy218 PubMed PMID: 30252089.
4. Dicks ND, Mahoney SJ, Barry AM, Christensen BK, Pettitt RW, Hackney KJ. The Impact of Critical Speed and Lean Body Mass on Load Carriage Performance for Army Reserve Officers’ Training Corps Cadets. Mil Med. 2025 Sep 1;190(9–10):e1799–805. doi:10.1093/milmed/usae568 PubMed PMID: 39797513.
5. Coakley SL, Myers SD, Walker EF, Hale B, Jackson S, Greeves JP, et al. 1.5 mile run time and body mass predict 8 mile loaded march performance, irrespective of sex. J Sci Med Sport. 2019 Feb 1;22(2):217–21. doi:10.1016/j.jsams.2018.07.007 PubMed PMID: 30249459.
6. Frykman PN, Foulis SA, Canino MC, Jay Hydren M, Redmond JE, Sharp MA. Development of criterion measure task simulations for physically demanding tasks. 2019.
7. Visser T, van DMJ, CT, V der LH. Is intensity or duration the key factor in march training? . International Congress on Soldier’s Performance. 2005.
8. Knapik J, Bahrke M, Staab J, Reynolds K, Vogel J. Frequency of loaded road march training and performance on a loaded road march. 1990 Apr.


Publicatiedatum: 29 juni 2026