Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

HISTORISCHE ONTWIKKELINGEN IN OEFENGEBIED WERKEN OP HOOGTE

Door Oscar Prins

De afgelopen tijd kan het je niet ontgaan zijn dat ons oefengebied Werken Op Hoogte (en dus ook skiën, langlaufen en verplaatsen in de bergen) een enorme ontwikkeling doormaakt. Iedere lesgever heeft er mee te maken. Steeds veranderende regels en procedures en dus ook steeds meer veiligheid met vaak een val kans die gereduceerd wordt tot nul. Goed is het om af en toe te kijken waar we op het gebied van WOH vandaan komen, wat de veranderingen waren en hoe we door de loop der jaren gekomen zijn tot het huidige product. Ik heb hiervoor de hulp ingeroepen van onze grootste klimgoeroe, aooi Janssens. Zijn verhalen en feiten vullen het gat van mijn ervaringen.

Het ontstaan van een oefengebied, door Ed Janssens

In 1987 werd op het KCT voor het eerst een cursus Touwen gegeven. De toenmalige Cdt LO&Sportgroep, lnt Pim Cornelissen, had zijn Cordelet Rouge gehaald en wilde aan zijn mannen van de sportgroep EVN wat basiselementen bijbrengen mbt de klimtoren. In die tijd werd er nog niet afgedaald met een gordel maar werd de hennep toggle als broekje gebruikt, waardoorheen een hennep touw als afdaal touw liep welke met de S-methode met leren lap over de schouder ging. Multifunctioneel, want de toggle kon daarna op het 16 meter hoge plateau gebruikt worden om hangend onder een diagonaal touw boven de sloot een toggle afdaling te maken. In die tijd was de sloot of waterbak de veiligheid. Loslaten betekende een nat pak. Wekelijks kwam er een (parate infanterie) eenheid voor de oefening Pantser Storm of gevechtscursussen voor KMA/Ociod/KMS voorbij. Ik kan mij niet herinneren dat er zware ongevallen hebben plaatsgevonden, maar in die tijd hadden de dienstplichtige en beroepssoldaten ook iets meer bewegingservaring.

In 1988 werden de ‘Nomad weekenden’ geïntroduceerd. Dit was een product van Dolf Nijssen, voormalig kapitein in het leger. Ondersteund door de commando Tinus Aerts en sportinstructeur Ruud Dominicus wisten zij de KMS te interesseren. Tijdens een weekend, waarin Cie-commandanten, Cdt KMS, LO&Sportgroep Van Hornekazerne inclusief de commandant Majoor Maaswinkel aanwezig waren, werd kennisgemaakt met het mountainbiken, abseilen, speleologie en kamperen in kleine ronde tentjes. Alles stond toen nog in de kinderschoenen. Maar de KMS was verkocht en besloot voor alle KMS leerlingen dit weekend verplicht te stellen.


Al snel werd er een beroep gedaan op het KCT. Waarom zou de KMS zoveel betalen als wij de expertise zelf in de vorm van Cordelet Rouges in huis hadden? Bijna wekelijks moest het KCT GVA-weken in Marche-les-Dames, Rollerbroich, Nideggen, Christineley, Ankerpoort, ENCI-groeven en later Mittenwald verzorgen. De eerste generatie, aoo Paul, aoo Hesp, Sm De Frel, Sm Breinburg en sgt Adank aangevuld met rouges uit de Cie’n (van Bennekom, Klein, van de Krieken), moesten al snel ondersteund worden door sportinstructeurs die de cursus Touwen en/of de Cordelet Vert hadden gevolgd. Enkele van deze sportinstructeurs hadden de moed om hun groene baret te halen en om later voor het rode koord te gaan. In deze tijd lagen alle klimwerkzaamheden bij dit beperkte groepje.

De enige mogelijkheid om in die tijd Cordelet Rouge te worden was om de commando opleiding te volgen en als groene baret naar de klim opleiding in Marche les Dames te gaan. Standaard zakte 50% van de deelnemers. Je had het in je vingers of anders niet. Een knoop werd voorgedaan en 10 minuten later moest hij gekend zijn. Om de gegadigde beter voor te bereiden werd er een zogenaamde Cordelet Vert ingevoerd.

Het zal in 1992 geweest zijn dat de LO&Sportorganisatie een kans zag om dit product over te nemen. De belasting voor het KCT was te groot om aan alle vraag te voldoen. Het KIOG (Klim Instructie en Outdoor Groep)werd opgericht. Outdoor werd een ondergeschoven kindje, maar de eerste Nederlandse militaire klimopleiding was een feit. De smi Borneman had de taak om hier invulling aan te geven. KIOG werd omgedoopt naar KIG (KlimInstructie Groep).De Vert opleiding werd uitgebreid van 2 naar 3 weken naar 5 weken, etc…….Ook hier de nodige afvallers, vandaar een Cordelet Jaune (weer een andere kleur) om ook nog een blauw koord in te voeren (Aki). De Nederlandse rouge opleiding was een copy van de Belgische Corde waarbij een aantal zaken (zoals enterhaak met mortier)werden weggelaten en andere onderdelen (werken met wadra) werden ingevoerd.

Om het niveau van de Cordelet Rouge hoog te houden was er jaarlijks een recyclage in Marche les dames, om veilig te stellen dat wij met de Nederlandse opleiding in Marche les dames mochten blijven werken, moest deze worden gevolgd. Later is men daar ook makkelijker mee om gegaan toen ze zagen dat ons niveau prima in orde was.

Daarnaast gingen we vaak naar Mittenwald voor de cursus Teil Sommer, Teil Winter, Bergtraining befreundete Staaten, Bergrettung Sommer/Winter. De Mittenwalder Hohe weg en Dammkarhutte, waren klassiekers. Eigenlijk deden wij in 1989 al datgene wat we nu bij de HHGS gaan halen. Een herhalingen van zetten dus. In 1996 gingen ook de eerste rouges naar Andermatt om daar ervaring in het hooggebergte op te doen.

Het moet in 1994/1995 geweest zijn dat wij voor de eerste maal in Siedlunghausen terecht kwamen. Voor de eerste uitzendingen naar Bosnië werden militairen van het CVV (Ossendrecht) richting Winterberg gestuurd. De groeve was toen nog een groeve zonder een enkele kabel. Grappig feit is dat de groeve van Dolf Nijssen was. Nu geen Nomad weekend meer maar GVA weken Siedlunghausen.


De ervaringen van Oscar Prins

In 1993 ben ik begonnen als sportinstructeur. Niet gehinderd door een opleidingshuis kon ik in mijn eerste jaar als sportinstructeur ski-instructeur worden (Ausbilder Militarisch Skilauf), naar de Cordelet Jaune cursus en naar Mittenwald voor de cursus Bergsteigen Teil Sommer. Een lekkere start met Werken Op Hoogte en Outdoor. Vanuit Assen bereidden we ons voor op de cursus IKT door zelf materialen te kopen. Jan de Vegt (oud sportinstructeur) kocht de karabiner, ik de afdaalacht. Met wat manilla touw maakten we ons de basis vaardigheden zo goed mogelijk eigen. De opleiding op de toren in Ossendrecht werkte met een kruisjes systeem. Drie kruisjes was naar huis, drie fouten in de intest betekende niet starten aan de cursus. Wat indruk maakte, was dat we te horen kregen van Ger Borneman dat kliminstructeurs onbeveiligd naar 20 mtr moesten kunnen klimmen. Er was geen veiligheidsladder en iemand moest toch het eerste touw ophangen. Klimmen gebeurde zonder helm en in principe stond je op randen en hoogte niet vast. De instructeurs hadden een gordel maar de leerling moest het met een geknoopt broekje doen van een Cordelet.

In de loop van de jaren draaiden we met de LO&Sportorganisatie veel GVA’s en werden ook zeer veel oefeningen ondersteund met WOH-activiteiten. Ik herinner me een jaar waarin we wel acht weken achter elkaar in de groeve van Siedlunghausen eenheden het GVA programma aanboden voor het halen van de GVA-speld. Anderhalve dag per groep, werken van maandag tot zaterdag, zondag rust en daarna door naar de nieuwe week. Ook draaiden we Kalkar voor het eerst, waarbij we leerlingen aan een lange sangel een rondje schoorsteen op 90 meter lieten lopen. Van een val factor hadden we nog niet gehoord. De toren van oefengebied Vogelsang werd gebruikt en tijdens de oefening SOB/SOMS werd er afgedaald van een zendmast. De zendmast van Smilde werd voor de VAKOL in 1995 voor het eerst gebruikt en de Eems Centrale werd meerdere keren volgehangen door Klaas de Jong en William Frieling. In Limburg draaiden we regelmatig op de Curves groeve. Van het Gas Unie gebouw in Groningen werd door de Mortier-compagnie een toggle gemaakt. Ook draaiden we veel wervingsevenementen zoals een afdaling van de Martinitoren in Groningen voor de Giro d’Italia, het bemannen van WOH objecten tijdens de Megafestatie en een toggle van een 40 mtr hoge kraan in de Eemshaven tijdens visserijdagen. Legoworld werd ondersteund vanuit LO&Sportgroep PMK (Wezep) en menig voetbal team maakte een toggle afdaling wanneer de spelers werden voorgesteld. Naast al deze activiteiten draaiden we volop klimtoren- en touwhindernisbaan lessen op de kazernes met deze accommodatie.

Uiteraard veranderde er in de loop der tijd veel. Door de vele steenval in de buitengebieden was duidelijk dat de binnenhelm (onderdeel van de gevechtshelm), die op de buitenlocatie gebruikt werd, niet meer voldeed. Deze werd vervangen door een klimhelm. Later moest de helm ook op de toren gedragen worden. De AKI cursus werd gegeven, we gingen over naar gordels voor de leerling, de Kuplex rode haak werd de toggle haak zoals we die nu kennen, de Dodemansrit moest Zwaluw afdaling heten, Cordelet Jaune werd IKT en we moesten op de klimtoren vast gaan staan.

Ook ontstonden er afgeleide cursussen zoals; Kern Instructeur Veiligheidsuitrusting Werk Op Hoogte voor de Genie (IVUOH, dit werd later ASTRAC) en bergredding cursussen ter ondersteuning van geneeskundig personeel. Rond het jaar 2000 mochten eenheden met een ruim budget GVA inkopen om te gaan skiën en om een sneeuwhut te graven of om in de zomer te klimmen en te raften. Om wildgroei te voorkomen werd dit uiteindelijk de Mentex Bad Reichenhall, ondertussen beter bekend als Fritz am Zand. Bad Reichenhall bracht ons de IVIDS cursus, een gecombineerde cursus waarbij je werd opgeleid tot hulp ski instructeur, langlauf hulpinstructeur en hulpinstructeur tijdens de bergtocht. Later bleek er behoefte te zijn aan Cross Country Ski instructeurs omdat er tourski’s waren aangeschaft. Ook deze cursus is in het beheer van de LO&Sportorganisatie gegeven.

Ondertussen bleef het vakgebied zich ontwikkelen. Het berekenen van krachten en sterktes en valfactoren was nieuw. We kregen te maken met langere legalisaties en veiligheid op en rond de klimtoren werd nog belangrijker. Ook kregen we te maken met het wegvallen van onze klim attributen (eerst de aap, later de Minitraction) wat het klimmen beveiligd van boven belangrijk maakte. Klimopleidingen werden duaal uitgevoerd en de touwhindernisbaan ging onder 'cluster 1 b' vallen wat inhoudt dat deze ARBO technisch juist genomen dient te worden....


Op dit moment zijn de vooruitzichten dat we in de toekomst optimaal veilig gaan werken met nieuwe systemen, waarbij we voor ogen houden dat de militair moet kunnen functioneren op hoogte. Tevens vinden we het nog steeds een mooi middel om aan de buitenwereld te laten zien dat militairen geen angst kennen en houden van uitdagingen. Wat opvalt, is dat er nog steeds enthousiasme en drive voor de WOH zuil is binnen onze organisatie. We zijn nog steeds bereid te investeren in dit vakgebied. Ik geloof dan ook in de belangrijkheid van dit product en in de toekomst. Dat er ontwikkeling in dit vakgebied zal blijven op het gebied van inzichten, materiaal en regels is zeker. Zeker ook is het dat er aan de andere kant niets veranderd met het middel Werken Op Hoogte, namelijk: we leveren een bijdrage aan de mentaal en fysiek sterke militair.

Publicatiedatum: 16 oktober 2019