Zoals in deel 1 en 2 vermeld, heeft Ton de Vaan een lijvig artikel over het ontstaan van militaire OL bij de redactie aangeleverd. Voor de leesbaarheid is dit in drie hoofdstukken opgedeeld, waarbij je hieronder het derde en laatste deel aantreft.
Het eerste deel betrof de ontwikkeling van de Orientatiekaarten, daarna volgde de oprichting van een OL-team en nu lees je over de ontwikkeling van deelname aan internationale wedstrijden, met als klapstuk een eigen wereldkampioenschap in Nederland.
Een nieuwe kans ontstaat in 1982 als de NOLB wordt opgericht; aanvankelijk ingericht met afdelingen die in de 90-er jaren worden omgevormd tot verenigingen. Zij organiseren regionale wedstrijden en trainingen waarvan diverse evenementen worden opgenomen in de nationale competitie. Deze wedstrijden zijn een welkome aanvulling op de 14-daagse trainingssessies van het NMOLT. Een volgende mogelijkheid dus om nieuwe leden voor het NMOLT te werven. De samenstelling van het NMOLT omvat op een enkele uitzondering na beroepsmilitairen. Onder hen ook LO&Sportinstructeurs, zoals Gerard Loontjes, Klaas de Jong, Jan Kok, Jan Maas en Jos Bourgondien. Zij zijn het die op kazernenivo OL kunnen promoten.
Op het OpleidingsCentrum Lichamelijke Oefening in Ossendrecht verzorgt Loontjes de inmiddels geïntroduceerde lessen theorie en praktijk.
In 1985 vindt wisseling van de wacht plaats in de top van het NMOLT: Kunen en Kuys dragen ter voorbereiding op hun dienstverlating de taken van Chef d’Equipe en Trainer/coach over aan Ton de Vaan resp. Wim van Breugel. Ook Van der Wee verdwijnt van het podium: hij gaat met FLO. Er wordt geen permanente opvolger benoemd. De functie van Chef de Mission wordt vanaf dat moment wisselend waargenomen door een van de leden van de Commissie Internationale Militaire Sport, die slechts een rol spelen tijdens uitzending naar het WMOC. In 1986 maakt het NMOLT tijdens het WMOC 1986 in Chur (SUI) kennis met een elektronisch punching systeem om met behulp van ’n sleutel de juiste volgorde van de controles en de (tussen-)tijden vast te leggen. Het systeem was ontwikkeld door het bedrijf van Heinz Tschudin, voorzitter van de Technische Commissie-Orienteering (TC-O). Het bleek geen succes, vooral door de onbetrouwbaarheid. Het meevoeren van de sleutel was voor de lopers eerder een ballast dan een voordeel. Het systeem verdween even snel als het kwam.
Pas in 1996 komt een nieuw systeem op de markt, Sportident, dat ook door het NMOLT in gebruik wordt genomen. Inmiddels is dit systeem in nagenoeg alle landen in gebruik en heeft iedere loper die regelmatig aan wedstrijden deelneemt een eigen sleutel. Na afloop van een wedstrijd worden de opgeslagen gegevens van de sleutel in een computerprogramma geïmporteerd en komen de door de lopers gerealiseerde tussen- en eindtijden voor analyse beschikbaar.
Internationale militaire OL-wedstrijden in Nederland
Regionaal OL wedstrijd voor dames In 1986 nemen ook dames deel aan het WMOC in Frankrijk. Slechts twee landen vaardigen een team af: Frankrijk en België. Nederland beschikt wel over dames maar is nog niet rijp voor deelname. Dé OL-landen bij uitstek, Noorwegen en Zweden, vaardigen geen deelnemers af vanwege gebrek aan gerenommeerde loopsters in militaire dienst, waardoor het tot 1991 duurt voordat er weer dames welkom zijn.
Daarvoor zijn 2 redenen aan te geven: ten eerste wordt in dat jaar het WMOC gehouden in Hongarije, waar voor het eerst voormalige Oostbloklanden acte de présence geven. Vijf van die landen vaardigen vrouwenteams af met opvallend goede resultaten. Vanaf dat moment melden meerdere landen zich aan met damesteams. Ten tweede: In het TC-O heeft in navolging van Kunen ook De Vaan zitting en bepleit daar na het echec van 1986 om de OL-sport ook voor vrouwelijke militairen te promoten.
Er wordt afgesproken dat Nederland een regionaal toernooi zal houden. BIMS gaat hiermee akkoord en de voorbereidingen van dat toernooi, dat in 1993 in Oirschot plaats vindt, gaan van start. Wim van Breugel wordt belast met de technische leiding. Op de door de BIMS verzonden uitnodigingen aan alle Europese landen reageren België, Denemarken, Roemenië en Zweden positief. Hoewel het aantal deelnemers gering is, wordt het succesvol afgesloten. Het is de aanzet tot deelname van dames aan het MWOC in 1993 en alle jaren daarna.
Een indirect gevolg van het succesvolle experiment in Oirschot is de aanwijzing door de TC-O van Ton de Vaan als Technical Adviser (TA) bij het WMOC in Hongarije in 1993. Een bijzonder kampioenschap: na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is dit het eerste MWOC achter het voormalige IJzeren Gordijn. Waar in praktisch alle Westerse landen de samenwerking van burger- en militaire autoriteiten een vanzelfsprekendheid is, kenmerkt zich de samenwerking als ware het een felle concurrentiestrijd. De taak van de TA lag vooral in het afstemmen van de activiteiten en begrip kweken voor ieders expertise. Tijdens het overigens zeer geslaagde WMOC ontstaat bij De Vaan het idee dat het ook mogelijk moet zijn een dergelijk kampioenschap in Nederland te houden.
Terug in Nederland peilt De Vaan de mogelijkheden bij de verantwoordelijke instanties. Helaas wordt er afwijzend gereageerd met als argument dat Nederland niet over voldoende aantrekkelijk en uitdagend terrein beschikt. Ieder land heeft zijn eigen terreinkenmerken is de tegenwerping. Daarbij wordt extra motivatie gegeven:
- OL onder de aandacht van NOC*NSF en Min van WVS
- Versterken samenwerking NOLB en Defensie
- Meer bekendheid van de OL-sport bij diverse instanties
- Ingang creëren bij terreineigenaren/beheerders
- De toekomst van de OL-sport veiligstellen.
Vooruitlopend op een nieuw verzoek aan de CISM wordt door de teamleiding onderzoek gedaan naar de beste mogelijkheden en een overzicht gemaakt van de meest geschikte gebieden. Daarbij worden ook de randvoorwaarden, zoals o.a. legering en reistijden in ogenschouw genomen. Aan de top van de lijst prijkt de omgeving van Harskamp. Om de kans op een nieuwe afwijzing te verkleinen wordt de President TC-O (PTC-O), de Noor Harald Østby uitgenodigd. Zijn reactie na verkenning van het gedetailleerde terrein zijn uiterst positief en zijn verslag aan de Coördinator Internationale Militaire Sport (CISM) leidt ertoe dat Nederland opteert voor de organisatie van het WMOC in 2004 en de toewijzing door PTC-O volgt.
Om de volledige aandacht aan de voorbereiding van het WMOC te kunnen geven wordt de leiding van het NMOLT gewisseld: Anne Heikoop wordt de nieuwe CdE en Wil Alards Trainer/ Coach. Van Breugel wordt belast met de coördinatie en begeleiding van de tekenaars, tekent voor de baanlegging en de uitvoering van het kampioenschap. Het belangrijkste werk ter voorbereiding is het tekenen van de benodigde kaarten. In Nederland is op dat moment nog geen deskundig personeel beschikbaar. Buitenlandse kaarttekenaars worden daarom gezocht en gevonden in twee Oekraïners, Orest Kotylo en Bogden Stramyk, die al eerder tekenwerk in Nederland hadden verricht.
Voor de individuele wedstrijden wordt het Kootwijkerzand (ca 13 km² excl 11 km² reserve) en voor de estafette het Keulerbosch (ca 12 km² excl 7 km² reserve). Daarnaast wordt ten behoeve van de training de kaart van het Stroese Zand geheel herzien (ca 3 km²) en in dezelfde stijl als de twee wedstrijden gebracht zodat lopers een goed beeld kunnen krijgen wat hen te wachten staat. Tot slot wordt de legerplaats Harskamp waar de teams gehuisvest worden in kaart gebracht. Lopers kunnen hier naar eigen inzicht gebruik van maken. De kaarten worden getekend in de schaal 1:10.000 i.p.v. de gebruikelijke schaal 1:15.000 vanwege het zeer gedetailleerde terrein.
Op 30 augustus 2004 kan het 37e WMOC in Nederland van start gaan. Dertig landen zijn vertegenwoordigd; 21 daarvan hebben ook dames ingeschreven.
Het programma omvat:
- Dag 1 vrije training op de legerplaats
- Dag 2 Officiële training op het Stroese Zand en de openingsceremonie
- Dag 3 Klassieke wedstrijd individueel/tvs landenwedstrijd op het Kootwijkerzand
- Dag 4 Sprintwedstrijd op het Kootwijkerzand
- Dag 5 Rustdag/culturele trip
- Dag 6 Estafette in het Keulerbosch
- Dag 7 vertrek.
Na afloop van dit WMOC volgt bezinning of het door iedereen zeer geprezen Nederlandse orienteringslandschap en organisatievermogen uiteindelijk de OL-sport in Nederland een boost zal geven.
Publicatiedatum: 3 april 2026
Eerdere publicaties in deze serie:
- Kick-off: startartikel over de geschiedenis van het OL
- Ton de Vaan: deel 1 - Ontstaan van de militaire OL
- Ton de Vaan: deel 2 - Oprichting van het Nederlandse OL-team
.jpg/picture-200?_=19d51bab851)

.jpg/picture-200?_=19d51baa258)
.jpg/picture-200?_=19d51bab5e0)
.jpg/picture-200?_=19d51bac198)
.jpg/picture-200?_=19d51ba9e70)
.jpg/picture-200?_=19d51bad138)
.jpg/picture-200?_=19d51bacd50)
.jpg/picture-200?_=19d51baae10)
.jpg/picture-200?_=19d51bab1f8)
.jpg/picture-200?_=19d51baa640)