Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 

 

INTERVIEW MET RONALD HAGÉNUS, DIRECTEUR VAN "HG-nus MEDIATION"

 Door : Wil Maaswinkel


Ronald, veel LO/Sportvrienden kennen je, maar ongetwijfeld ook velen niet. Kun je vertellen hoe het militaire deel van je carrière er uitzag en wat je als LO/Sportofficier hebt gedaan?  En met wie heb je, in welke periode, samengewerkt? Welke (mooie) herinneringen heb je aan die tijd en wat zal je zeker niet vergeten?

Terugkijkend op mijn militaire loopbaan kan ik wel zeggen dat ik het getroffen heb om heel lang in de LO/Sportorganisatie te hebben mogen werken. Na twee jaar heerlijk gewerkt te hebben als sergeant LO/Sportinstructeur in Assen o.l.v. Jan Pasman, mocht ik in september 1982 in opleiding als LO/Sportofficier in Breda en Ossendrecht. Aansluitend ben ik twee jaar geplaatst als commandant instructiepeloton dienstplichtige opleidingen LO/Sport-instructeurs waar ik samen mocht werken met o.a. Hennie Weeterings en Ruud Woord. Zowel militaire – als functionele opleidingen verzorgen: Prachtige tijd! Vooral het IP-bivak en de eindoefening blijven in de herinnering hangen.

Vervolgens mocht ik als hoofd opleidingsontwikkeling alle opleidingen optimaliseren, digitaliseren en de fysieke belasting daarin in balans brengen. Deze periode heb ik, samenwerkend met John Goris en Rob Zimmermann, als zeer leerzaam ervaren.

In 1988 mocht ik na vier jaar Ossendrecht met mijn gezin terug naar het Noorden. In Assen werd ik kapitein Rayon LO/Sportofficier waar o.a. Dick Stubbe (Appingedam) en Harry Overdijk (Assen) als C-LO/Sportgroep werkten. Ervaren jongens waar ik goed mee kon sparren. In de vijf jaar dat ik daar gewerkt heb, mocht ik de Paralympics in Assen ondersteunen (met als trainings- en legeringslocatie de JWF-kazerne), heb ik mijn studie Sportmanagement aan de RUG afgerond en de studie Verdere Militaire Vorming gedaan.

Boven staand v.l.n.r. owi Harry Overdijk, sgt1 Hemmo Kerkhof, een soldaat die Matje heette, kap Jan Pasman en onbekend. Gehurkt v.l.n.r. sm Klaas Holt, sgt Henk Stuut, sgt Ronald Hagénus en onbekend. Liggend sgt1 Hans Leutscher (kvv-er). 

In 1993 werd ik majoor C-LO/Sportdistrict Seedorf. Met het hele gezin weer verhuisd, nu naar Duitsland, in een woning in de Nederlandse gemeenschap aldaar. Prachtige ervaring, ook voor het gezin. Heel veel mogelijkheden en zeer op elkaar aangewezen. Je leert je collega’s dan ook echt goed kennen.

In 1994 werd de LO/Sportorganisatie gereorganiseerd en heb ik een jaar buiten de LO/Sportorganisatie gewerkt, als speciale stafofficier van C-41 Ltbrig (bgen Jelle Reitsma), belast met bedrijfsvoering en alle LO/Sportzaken van de brigade. Een noodzakelijke maar wel leerzame uitstap.

In 1995 gloorde een nieuwe uitdaging: het opzetten van een geheel nieuw Facilitair Bedrijf LO/Sport, dit in het kader van een (financieel) Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE). Zelf personeel aannemen (Heidi Buijink als plaatsvervanger en verwerver), een elektronisch materiaalbeheersysteem opzetten (BLOSM d.z.v. Karel Wylenzek), inkoop van bijna 2 miljoen aan fitnessapparatuur van Technogym als vervanging voor bijna alle ‘losse gewichten’, opzetten van kleding- en materiaal pakketten voor o.a. kliminstructeurs (Ger Borneman), uitbesteding eigen LO/Sportkleding (Richard Wichhart/Maurice Bijen), etc., etc. Heel dankbaar en de effecten zie ik vandaag de dag nog steeds zichtbaar aanwezig.

Na een persoonlijk vervelende periode met een burn-out en het overlijden van mijn toenmalige echtgenote was het goed dat ik, met drie pubers thuis, iets dichter bij huis kon werken. In 2000 werd ik plaatsvervangend C-LO/Sportregio Noord- en Oost Nederland waarbij ik samen mocht werken met Jan Pasman, de man die ik altijd als een persoonlijke coach heb ervaren. In 2001 mocht ik hem al gelijk opvolgen, waarna ik mij er sterk voor heb gemaakt om de onderlinge relatie tussen Cn-LO/Sportgroep in mijn regio te versterken. Ik heb daarin getracht met mijn evenknie in het zuiden, majoor Wim Roest, zoveel mogelijk dezelfde afspraken te maken zodat er landelijk zo min mogelijk verschillen waren. Mooie tijd waarin ik veel van mijn collega’s heb geleerd en ik op mijn beurt hen goed heb kunnen ondersteunen.

       Op het Symposium van 2001 met links Anton Koteris en rechts Ronalds' personal coach Jan Pasman.

In 2004 ben ik lkol Hoofd Kennis – en Opleidingscentrum geworden en gewerkt met o.a. Marien van der Eijnden, Rob Jansen, William Frieling, Ad Derksen en Emiel Klaassen. Allemaal zeer ervaren en mondige mensen. Lastig, maar ook zeer dankbaar. We hielden elkaar flink scherp met prima resultaten als gevolg, zoals sterk gemoderniseerde opleidingen, en bijvoorbeeld een handboek Fysieke Vorming.

Mijn laatste functie binnen de LO/Sportorganisatie van 2007 tot april 2010 was die van Chef Staf , tevens plaatsvervangend C-LO/Sportorganisatie. Een zeer drukke periode waarin ik ook mijn studie Bedrijfskunde aan de Radbouduniversiteit heb afgerond. Deze studie was de basis voor mijn laatste functie binnen Defensie, namelijk Senior Adviseur Bedrijfsvoering bij de Dienst Vastgoed van Defensie in Den Haag.  Een zeer leerzame stap buiten de wereld van de LO/Sport.

Samenvattend kan ik stellen dat ik een prachtige tijd heb gehad in de LO/Sportorganisatie, waar ik zelf veel energie en tijd in heb gestoken, maar die mij ook heel erg veel heeft opgeleverd. Het belangrijkste is misschien wel dat het een organisatie is waarin je wordt opgenomen als een familielid. Je kent iedereen, of leert ze langzaam kennen, en vaak ook de partners van je collega’s. Je doet veel dingen samen (opleidingen, oefeningen, bijeenkomsten, dienstvakdagen, etc.). Je stimuleert en prikkelt elkaar om steeds weer te verbeteren. Ieder op zijn eigen niveau. Ondanks dat iedereen zijn eigen doelen nastreeft, en dat kan er soms pittig aan toe gaan, blijf je toch een grote familie. En dat maakt dat je je thuis en veilig voelt, ook op je werk. Ook het feit dat ik mij, naast mijn werk, middels twee universitaire studies, die ik weliswaar grotendeels zelf heb bekostigd (Sportmanagement en Sociale Bedrijfskunde), persoonlijk heb kunnen ontwikkelen, heeft mij veel gebracht.

Een vorm van familieband: de Sabelwacht tijdens Ronald's tweede huwelijk. Boven Sjors Röttger, Henri van der Linde en Hans van der Kaaden. Midden: Ad van der Hooft, Ad Derksen, Arnold Hofsté en Ruben Driever. Onder Emiel Klaasse, echtgenote Ingrid, Ronald en Marien van der Eijnden.

Maar om de familieband binnen de LO/Sportorganisatie nog eens te benadrukken, wil ik mijn leidinggevenden ten tijde van de ernstige ziekte in 1999 van mijn (1 e) echtgenote nogmaals bedanken. Nadat zij in april het bericht kreeg dat zij alvleesklierkanker had, ben ik tot haar overlijden in november 1999 volledig thuis gebleven. Op deze manier kon ik haar en mijn drie kinderen van 12, 14 en 16 jaar zo goed mogelijk opvangen. Welke werkgever doet dat nog?

En dan weet je dat je in een organisatie werkt die zo sterk is, dat iedereen daar graag deel van wil uitmaken. Je hebt dan gewoon een bloedband. Niet voor niets komen nog jaarlijks vele oud-collega’s terug op de jaarlijkse Dienstvakdag, recepties of andere bijzondere evenementen.

Wat heb je na je periode als LO/Sportofficier gedaan? Hoe en wanneer is HG-nus Mediation ontstaan? En als je terugkijkt: waar ben je dan het meest trots op?

Toen ik vanwege mijn afgeronde WO-studie Sociale Bedrijfskunde door de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) gevraagd werd om daar te gaan werken als Senior Adviseur Bedrijfsvoering, heb ik daar lang over moeten nadenken. Ik voelde mij in de LO/Sportorganisatie altijd veilig en gewaardeerd, mede vanwege mijn staat van dienst. En hoe zou dat in die andere organisatie gaan? Toch heb ik altijd open gestaan voor nieuwe denkbeelden - ik ben bang dat niet iedereen het met deze stelling eens is J - en nooit risico’s vermeden. Reden voor mij om deze stap te maken. En daar werd ik geconfronteerd met mediation. In dit geval een vorm van bemiddeling tussen Defensie en partijen die problemen hebben met Defensie, zoals vergunningen, geluidsoverlast, etc.

Toen ik in 2011 te horen kreeg dat ik als gevolg van een reorganisatie van de DVD herplaatser werd, heb ik besloten mij meer op mediation te focussen en mij alvast bij de Kamer van Koophandel in te schrijven. Ik wilde namelijk na mijn Functioneel Leeftijdsontslag in 2014 ook graag blijven werken. Ik heb daarom ook de basisopleiding mediation gevolgd, waarna al snel verdere specialisaties volgden zoals arbeidsmediation, familiemediation (o.a. echtscheidingen), mediation en overheid, etc.

Maar een eigen bedrijf opzetten is niet gemakkelijk. Het vereist visie, focus, gericht en frequent netwerken en heel veel doorzettingsvermogen. Gelukkig heeft het mij daaraan in mijn hele carrière niet aan ontbroken. Er zijn best periodes geweest dat ik mijzelf heb afgevraagd waar ik toch in hemelsnaam aan was begonnen. Maar nu, ruim drie jaar verder, loopt het met mijn mediationbedrijf heel goed en heb ik het soms drukker dan mij lief is. Leuk is ook dat ik regelmatig mediations mag doen voor de rechtbank Gelderland (rechtbank Arnhem en Zutphen) en ook voor Defensie.

Maar vele weten niet precies wat mediation en de rol van de mediator is. Mediation is geen Rijdende Rechter. De mediator luistert vooral en tracht partijen met elkaar te laten praten. De mediator bemoeit zich dus niet met de inhoud van het conflict maar alleen met het proces! Als het nodig is stelt hij steeds maar weer vragen aan partijen om er zo voor te zorgen dat er bij partijen wederzijds begrip voor elkaars (verschillende) standpunten ontstaat. Als dat gelukt is, dan weten partijen welke belangen er wederzijds zijn en kunnen partijen ook op zoek naar mogelijke oplossingen. De mediator ondersteunt partijen steeds in dit proces, maar draagt zelf geen oplossingen aan. Daar heb ik in het begin nog wel veel moeite mee gehad, omdat je soms te veel gaat meedenken. Nu gaat dat prima, en lukt het mij partijen te bewegen zelf met oplossingen te komen waardoor er meer draagvlak bij hen ontstaat.

Op www.hg-nus-mediation.nl zie ik, dat je op een groot aantal gebieden mediation bij conflicten biedt. Zijn er grote verschillen tussen deze gebieden? Welk activiteiten zijn de belangrijkste?

De verhouding in werkbelasting is ongeveer 50% (echt)scheidingen, 35% arbeidsmediations (o.a. ook nog voor het Ministerie van Defensie) en 15% zakelijke mediations. Denk bij dit laatste aan aandeelhouders die met elkaar in conflict liggen, of problemen inzake een vergunning voor een ondernemer vanuit de gemeente. Daarnaast doe ik als vrijwilliger ook maandelijks een buurtbemiddeling, wat in het verlengde ligt van mediation.

Bij (echt)scheidingen is het van groot belang dat (ex-)partners zover komen dat ze weer eens goed naar elkaar luisteren. De emotie zit vaak zo hoog dat daar soms meerdere gesprekken voor nodig zijn. Als dat eenmaal is gelukt, dan moeten zij werken aan een ouderschapsplan voor een goede omgangsregeling met de kinderen en de communicatie daarover, en goede afspraken t.a.v. het verdelen van het (gezamenlijke) vermogen waaronder vaak een koopwoning, en pensioenen. Op grond van de financiële situatie moet kinder- en partneralimentatie worden berekend. Een hele intensieve en verantwoordelijke klus, en niet zonder risico. Wanneer je verwijtbare fouten maakt kun je hier aansprakelijk voor worden gesteld. Aansluitend moet zo’n echtscheidingsconvenant worden ‘afgehecht’ door een advocaat voordat het scheidingsverzoek naar de rechtbank gaat.

Je wordt echter ook wel eens met ondernemers geconfronteerd. Die hebben geen eenvoudig loonstrookje waar je alle gegevens op kunt lezen. Nee, dan moet je in de boeken van het bedrijf duiken. Vooral hierbij heb ik veel aan mijn studie Sociale Bedrijfskunde. Het kunnen lezen van de balans, een grootboek, jaarverslagen, etc. is dan van groot belang.

Bij arbeidsmediations is er geen vast proces waar ik doorheen moet. De emotie is er natuurlijk ook maar vaak minder heftig dan bij (echt)scheidingen. Wel moet ook hier goed in geïnvesteerd worden om de communicatie weer op gang te krijgen en het gehele plaatje van wat er zich afspeelt compleet te hebben. Hoe ging het in het verleden, wat is er veranderd, wat is er precies gebeurd waardoor er irritatie ontstaan is, hoe gaat het nu en wat willen partijen bereiken? Als men beide per se minimaal de helft van de taart wil, dan is er meestal geen oplossing voor het probleem. Als partijen elkaar wat durven te gunnen, dan is de kans op een oplossing beduidend groter geworden en ontstaat er een win-win situatie en kan elke partij driekwart taart krijgen.

Bij zakelijke conflicten is het wel van belang dat je weet hoe een bedrijf werkt. Ook hierbij is mijn studie Bedrijfskunde erg nuttig gebleken. Het kan gaan over de waarde van aandelen, inrichting van leveringsconflicten, organisatievorm van het bedrijf, etc.

Werk je samen met andere collega’s en hoe is je bureau georganiseerd?

Ik heb een eenmanszaak. Maar ik kan niet zonder een prachtige en goed weggezette website (www.hg-nus-mediation.nl) en een heel groot en kwalitatief goed netwerk. Denk bij het laatste aan advocaten (afhechten van stukken die naar de rechtbank moeten), collega mediators (advies vragen-geven maar ook intervisies mee doen), financieel specialisten (bv. om aandelen te kunnen waarderen, fiscale zaken, etc.) en ga zo maar door. Door veel te netwerken is de kans ook groter dat iemand binnen mijn netwerk ineens een mediator nodig heeft of iemand naar mij adviseert. De gunfactor speelt ook in mijn beroep een belangrijke rol. Mijn hoge slagingspercentage van mediations (95%) is daarbij zeker van invloed.

Mijn gesprekken voor (echt)scheidingen doe ik of bij mensen thuis of in een door mij ingehuurde locatie. Arbeidsmediations zijn vaak ergens op een vestiging van het bedrijf of ingehuurde locaties. Zakelijke mediations zijn altijd op extern en neutraal terrein. Voor de rest doe ik mijn administratieve zaken gewoon thuis.

Heb je bij het bemiddelen in conflicten wat aan de ervaringen uit je tijd bij de Koninklijke Landmacht en LO/Sportorganisatie? Wat gebruik je nog en wat heb je moeten afleren?

Collega’s die veel met mij hebben samengewerkt, zullen wellicht verrast zijn als ik zeg dat ik van mijn zwakte tijdens mijn functioneren als LO/Sportofficier mijn kracht heb gemaakt, namelijk luisteren. Niet te snel denken, niet te snel oordelen, niet te snel interrumperen, niet al oplossingen in je hoofd hebben voordat je het hele verhaal hebt gehoord, etc. Nee, luisteren, doorvragen, samenvatten, ANNA (Altijd Nagaan, Nooit Aannemen), vragen om bevestiging of ik het zo goed heb begrepen, etc. Dat was toen ik nog kap/maj was een hele uitdaging voor mij en dat werd in de periode maj/lkol al een heel stuk beter. Gelukkig maar. Maar dat heb ik dus nadrukkelijk verbeterd, anders werkt het ook niet als mediator. De kracht van mediation zit hem juist in het feit dat partijen zelf hun oplossing vinden en de wijze waarop ze daar in de toekomst invulling aan willen geven. De mediator heeft daarin alleen maar een ondersteunende rol. Echt een prachtig vak! Maar het heeft veel energie gekost om zover te komen. Je bent tenslotte nooit te oud om te leren.

Men vraagt mij vaak waarom ik dit werk doe? Waarom ik al dat verdriet, die emotie en ellende op zoek? Ik heb altijd echte interesse gehad in mensen. Met zijn/haar goede kanten, maar ook oog hebben voor zijn/haar zwakke kanten. En dan is het altijd fijn als mensen met wie je spreekt dat waarderen. Dat er echt naar hen geluisterd wordt. Je verhaal kwijt kunnen is vaak al een deel van de oplossing. Bij mediation gaat het mij dan ook om het eindresultaat: blij kijkende partijen, opluchting, een handdruk, een glimlach. Meer heb je toch niet nodig om tevreden over je werk te zijn?



Blij kijkende partijen

Tevreden over het werk

Wat voor (nieuwe) ontwikkelingen zijn er in de branche waarin je actief bent? Welke ontwikkelingen verwacht je, als je in de toekomst kijkt?

Mede door de ontwikkelingen in de maatschappij zoals individualisering, geen langdurige (werk/prive) relaties, flexibilisering van werk en ontbureaucratisering is de kans op (echt)scheidingen, verbreken van werkrelaties of verschillen van interpretaties van wetgeving groter. Daardoor, maar ook door de werkdruk in de rechterlijke macht en de daarbij gepaard gaande kosten, zal mediation steeds meer terrein gaan winnen. Kamerlid Ard van der Steur heeft, voordat hij zelf minister van Justitie werd, een wetsontwerp ingediend om het gebruik van mediation in verschillende sectoren verplicht te stellen. Het betreft hier o.a. bij echtscheidingen (minimaal een paar gesprekken hebben geprobeerd voordat de rechter wordt ingeschakeld) en bij conflicten in het bestuursrecht (rijksoverheid, provincies, gemeenten). De verwachting is dat deze wetgeving begin 2016 in zal gaan.

Ook overheden en bedrijven maken nu al in toenemende mate gebruik van mediation omdat het minder geld en tijd kost, en voor beide partijen een betere oplossing biedt dan via de rechter. Dit is vooral positief voor partijen die in een conflict zitten, maar natuurlijk ook voor mediators.

Is er nog een vraag niet gesteld, die je wel verwacht had?

Ja, eigenlijk twee:

1.    Als ik meer over mediation wil weten, privé of vanwege mijn werk, kan ik dan bij jou terecht?

Natuurlijk, bezoek mijn website www.hg-nus-mediation.nl en zoek contact via de mail of telefoon. Maar je kunt ook op de website van de Mediatorsfederatie Nederland (MfN) kijken waar ik zelf ook als register(- en rechtbank)mediator aan verbonden ben.

2.  Welk advies zou je je jongere collega’s in de LO/Sport willen geven?

Mijn advies is om niet alleen te consumeren maar altijd in jezelf te blijven investeren (opleidingen volgen, werkervaring op verschillende plaatsen opdoen, etc.). Blijf je ontwikkelen maar zonder het thuisfront daarbij uit het oog te verliezen. Hou werk en privé in balans. Geef een ander de kans om ook fouten te maken en daarvan te leren, durf dus los te laten en blijf niet alles controleren. Geniet vooral van je werk. Zodra dat niet meer het geval is, dan wordt het tijd dat je wat anders gaat doen.

Realiseer je dat er buiten de LO/Sportorganisatie weinig organisaties zijn waar je zoveel kansen krijgt!