Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


TERUGKEER NAAR HOOGHALEN

Door: Pieter Hacquebard

Wat een fantastische sportschool hebben ze daar in Uitgeest en wat een grote verschillen met de sportaccommodaties in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Mijn vergelijkingen van het heden en verleden van de militaire en burgerlijke sportaccommodaties zullen u hoogstwaarschijnlijk niet verbazen. Even ga ik terug naar de opleiding tot sportinstructeur in 1957, op de School voor Militaire Lichamelijk Opvoeding in Hooghalen, afgekort S.M.L.O. Een gedisciplineerde opleiding met veel studeren en tegelijkertijd accenten op de praktijk om in een korte tijd de jonge sportinstructeurs in spe klaar te stomen voor de militaire lichamelijke opvoeding in de legerplaatsen. Na de S.M.L.O. werd ik overgeplaatst naar de legerplaats Steenwijkerwold (Johan Postkazerne in Havelte). Tijdens de trainingen op de sportschool in Uitgeest word ik voortdurend geconfronteerd met innerlijke monologen. Het zijn allemaal overdenkingen of mijmeringen over het sportieve gedisciplineerd verleden bij de Koninklijke Landmacht in de periode 1956 tot 1959.

Dankbaar
Inmiddels ben ik 78 jaar en ga bijna elke dag naar de sportschool. Slechts vijf minuten rijden van mijn woonoord: het pittoreske dorpje Akersloot. Een uurtje optimaal fitnessen. Dat moet u als relatief pittig waarderen, gelet op mijn leeftijd. Natuurlijk, dankbaar dat ik nog in een goede geestelijke en fysieke welstand de fitnesstrainingen kan en mag volgen. De meest favoriete toestellen zijn de loopband, roeien en vervolgens veel technische apparatuur waar alle spiertjes in aanmerking kunnen komen voor een grondige revalidatie. Mijn lichaam, en in het bijzonder mijn maag en buik, vertoonde ernstige misvormingen. Hoe kon ik het in godsnaam zover laten komen? Onbegrijpelijk! In de volksmond een ouwe l…..-uitstraling! Ik werd het spuugzat, hetgeen leidde tot een regelmatig bezoek aan de sportschool.

Overdenkingen
Na een paar maanden hard trainen komen successievelijk alle herinneringen aan en vergelijkingen met mijn militaire verleden boven drijven. Natuurlijk, er is inmiddels veel geschreven over de oude tijden. Niettemin heeft een ieder van ons zo zijn eigen nostalgische ervaringen. Tijdens de inspanningen wordt het verleden weer actueel en is de opleiding in Hooghalen een bijzondere overdenking geworden. Een opleiding van soberheid en eenvoud, en, jawel, alles in een gedisciplineerde ambiance. Geen flauwekulletjes, anders kon je direct vertrekken. De gymzaal was nog een houtenbarak met weinig toestellen. Mijn hemel, wat een contrast met de huidige accommodaties in de bestaande legerplaatsen. In de houtenbarak moest je de eerste lessen geven in L.O. De docent, de heer Siegers, maakte kritische kanttekeningen en gaf onomwonden zijn reactie over je persoonlijkheid en de wijze van lesgeven vanuit militair didactische regels. Ik kreeg een goed cijfer en het was net alsof ik een snoepje had gekregen. Zo blij!

Even ga ik het tempo op de loopband opvoeren tot 8 kilometer per uur.
 Tegelijkertijd komt de verbeelding van de vlotte sergeant-sportinstructeur weer terug. Tijdens die dromerij ga ik plotseling op mijn bekkie. De veter van mijn rechtersportschoen zat los en al struikelend ging ik naar de aardbodem. Direct kwam de dienstdoende sportinstructrice naar me toe hollen: “Oh mijnheer, wat doet u toch allemaal?” “Niks aan de hand hoor, schat,” riep ik tegen de sportieve schoonheid. Even zag ik de twijfels in haar prachtige grote bruine ogen: “Misschien moet ik het nog een keer doen?” dacht ik even. Met veel plezier vervolgde ik mijn looptraining en onontkoombaar waren de voortzettingen van mijn innerlijke monologen. Eigenlijk een brede waaier van bijzondere gebeurtenissen op de S.M.L.O. Zo ontkwamen we op een verschrikkelijk warme dag niet aan een toepasselijke afkoeling. De waterslang werd uitgerold, het koude water spoot rijkelijk over de goed gespierde lichamen. We stonden als kleine kinderen spiernaakt naast de spoorbaan waar de treinen met grote regelmaat voorbij denderden. U kunt het al raden, het regende klachten van de Nederlandse Spoorwegen bij de commandant van de sportschool. Foute boel natuurlijk.

Roeien
Na de loopband wordt het roeien. Met een digitaal programmaatje kies ik altijd voor 2000 meter in ca. 13 minuten. Bij 1400 meter wordt ‘t al een beetje wazig voor de oogjes. Gewoon doorgaan zoals ik het vroeger op de S.M.L.O. gewend was. Daar komt dat mooie kind weer aan en wordt ze gezellig familiair met de opmerking: “Gaat het goed, Hak?” Door mijn lastige achternaam noemen ze me Hak, vandaar! Mijn antwoord was eenvoudig: “Alles gaat prima hoor, en leuk al je belangstelling”, roep ik haar nog achterna. Ze glimlachte fijntjes!

Fietsen
Opnieuw een digitaal programma ingetoetst, maar dan voor het fietsen. Het ding kan van alles. Voor- en achteruit of met een helling en/of zwaarder trappen. De verbranding van de calorieën en ook de hartslag worden keurig bijgehouden. Wellicht komt er eens een apparaat dat een innerlijke monoloog verraadt en vastlegt? Het tempo zit er lekker in en sta ik met mijn gedachten in de Legerplaats Steenwijkerwold waar ik de rest van mijn diensttijd heb doorgebracht. Wat me daar allemaal overkwam, is met geen pen te beschrijven. Gewoon krankzinnig! Zelfs mijn ethiek raakte in opspraak, want ik werd met de volgende narigheid geconfronteerd: We kwamen terug van een lang weekend. We moesten overstappen in Meppel om te treinen naar Steenwijk, want een auto hadden we toen nog niet. We moesten ontzettend lang wachten in de stationsrestauratie. Ik was inmiddels goed bevriend met een uitgesproken Hagenees, alias Vig. Ook hij was sergeant-sportinstructeur. De Hagenees was een soort van lopende moppentrommel met een geweldig geheugen en had een geinige manier van vertellen. Altijd veel lol en soms filosofische gesprekjes. In de restauratie nog een stelletje soldaten van de stafcompagnie. Gezellig werden er moppen getapt inclusief een biertje! Ook mijn vriend de Hagenees deed zich te goed aan zo’n gele rakker. Ik dronk destijds geen druppel alcohol. Dat had te maken met mijn strenge opvoeding, dus het werd een glaasje fris.

Geheel onverwachts komt er een sergeant-majoor van de stafcompagnie, waartoe ook wij behoorden, met de opmerking dat drankgebruik van meerderen met ondergeschikten niet was toegestaan en hij zou het voorval rapporteren aan de commandant van de stafcompagnie. Vermoedelijk was hier artikel 22 van de krijgstucht in het geding. Het liep volledige uit de hand. We zouden worden gedegradeerd tot korporaal of soldaat. Het waren spannende momenten. De stafcommandant, kapitein Lunenberg, was nogal stoïcijns over het rapport. Ik was de eerste die uitleg moest geven over de overtreding en poogde de commandant op andere gedachten te brengen met de opmerkingen: “Het rapport is ten onrechte opgemaakt kapitein, want we hebben allebei helemaal niets gedronken. Bovendien is het in de legerplaats bekend dat ik als instructeur totaal geen alcohol gebruik.” Kennelijk vond de commandant mijn verweer plausibel en hij maakte de volgende opmerking: “Je bent een goed instructeur Hacquebard en wij weten inmiddels ook dat jij geen alcoholhoudende dranken gebruikt. Ik beschouw het rapport als onzin en het gaat onmiddellijk in de prullenbak.” We waren opgelucht en mijn vriend de Hagenees heeft nog snel op de goede afloop een gele rakker gepakt.

Ontwikkeling Amoureuze gevoelens
Als sergeant-sportinstructeur in een prachtige militaire outfit behoorden we destijds tot opvallende militairen in de regio. Het lesgeven aan de plaatselijke sportverenigingen vormde een extra aanvulling op onze zuinige soldij van fl1,75 per dag. Voor een uurtje les geven ontvingen we toen fl5,00. We ontkwamen niet aan de gezellige belangstelling van de Drentse schoonheden uit de directe omgeving. Dat had vooral te maken met onze biologische driften. Ook dat moet worden gewaardeerd binnen de context van die tijd. (Hierover hebben we op de S.M.L.O. geen instructies ontvangen.)

Soms ook demonstraties ‘ongewapend gevecht’ dat ons werd aangeleerd door de beroemde docent, adjudant d’Oliviera. Wat kon die kleine man vechten. Soms furieus tijdens het lesgeven wanneer je niet goed had opgelet. “Hé, kom is hier Tinus Plotseling,” riep de kleine adjudant! Voordat je iets kon doen, had je bijna een klap op je strottenhoofd te pakken. Hij wist als geen ander hoe hard hij kon slaan. “Hé klootzak, je moet je veiligheidshouding niet vergeten aan te nemen, dat heb ik je nou al tien keer verteld, ” aldus de adjudant. Ik heb d’Oliviera nog zien knokken met een van onze kamergenoten. Een bokser uit Amsterdam. Het was verschrikkelijk wat er gebeurde. De twee lagen als sprokkelhout op de grond en gaven zich over aan een prestigegevecht. De kleine adjudant dreigde het gevecht te verliezen en zette twee vingers in de oogkassen van de bokser. Einde gevecht natuurlijk. Opmerkelijk, dat de bokser na twee weken de sportschool moest verlaten. We hadden zomaar onze twijfels?

Slotbeschouwing
Als dienstplichtige vond ik het een geweldige opleiding. Met veel geluk kwam ik als rekruut terecht in Ossendrecht. Vandaar naar de kaderschool in Ede, vervolgens de S.M.L.O. in Hooghalen. De opleidingen resulteerden in een emmer vol van fysieke en geestelijke disciplines, volbracht in soberheid en eenvoud. Achteraf gezien van onschatbare waarde in de daarop volgende levensjaren. Jammer was dat de honorering of, anders gesteld, de wedde pas in de laatste zeven maanden als instructeur werd geëffectueerd. Toch was ik tevreden met de eerste wedde van fl192,50. Deze vergoeding is ‘even wat anders’ dan de honorering in 2015.

Na de diensttijd weer aan diverse studies, hetgeen leidde tot een baan als technisch bedrijfsleider in de grafische industrie. Toch was ik bepaald niet gelukkig met mijn functie. Nam ontslag en heb op zeer bescheiden wijze een grafisch bedrijf opgestart. Inmiddels had ik met mijn Elsje een gezinnetje. Twee zonen werden het resultaat van oprechte genegenheid. Eigen ’negotie’ was destijds mijn ideaal met als gevolg enorme schulden. Drukpersen kopen was geen peulenschil. Ik werd geconfronteerd met enorme schulden. Alles op vijfjarige leasecontracten. Dankzij een gepoetste geest aangevuld met essentiële disciplines wist ik de klus te klaren.

De vraag dringt zich op in hoeverre discipline ook daadwerkelijk belangrijk is? Met zekerheid kan men stellen: “Het blijft een belangrijk facet in het menselijk bestaan, want een samenleving zonder idealen, principes, saamhorigheid en onderbouwd met disciplines heeft weinig kansen!” Het tegenovergestelde van discipline is anarchie.

Toverwoord
Discipline was een soort toverwoord bij defensie, want het regime van strenge militaire gedragsregels zorgt ook voor de beste verdediging bij conflicten. Discipline “zelfs in schijnbaar nietige zaken de militaire dienst betreffende.” Het stond toen duidelijk omschreven in het ‘Reglement Betreffende de Krijgstucht’. Wellicht is het binnen ons tijdsbeeld, dus 21e eeuw, nog veel belangrijker geworden. Onze huidige cultuur heeft in mijn beleving de discipline weer keihard nodig. Misschien moet de dienstplicht weer terug? Disciplinaire vaardigheden zijn essentieel en bevorderen een goede geestelijke welstand. Er ontstaat meer empathie naar de mensen in je directe omgeving zoals familie, vrienden en collega’s. Het zijn de sociaal maatschappelijke verhoudingen ingebed in sociale cognities en attitudes. Na mijn pensionering veel onvrede. Ik ben opnieuw gaan studeren. Het werd de Cultuurwetenschappen aan de OU en het publiceren van historische boekwerkjes.

Boven de ingang
“Mens sana in corpore sano,” stond destijds boven de ingang van het sportgebouw in de legerplaats Steenwijkerwold. Een bekend motto en geciteerd in het Latijn en stamt uit de oudheid. Deze spreuk blijft onvoorwaardelijk actueel. Het sportgebouw is inmiddels samen met deze prachtige uitdrukking afgebroken. Gelukkig heb ik de spreuk goed onthouden en begrepen, en is figuurlijk niet afbreekbaar.

Publicatiedatum: 24 juli 2015