Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 

40 JAAR LO/SPORT

MEMORABELE MOMENTEN, MARKANTE MENSEN
AFLEVERING 4 : DE LO/SPORTSCHOOL

Door : Jan Welling

Dit jaar vieren we het veertig jarig bestaan van de LO/Sportorganisatie.
Sinds 1 juli 1996 maakt de LOSS deel uit van die LO/Sportorganisatie.
Daarvoor werden er natuurlijk ook al LO/Sportinstructeurs opgeleid. De naam van de school en plaats in de Defensieorganisatie is in de loop van de geschiedenis een aantal keren gewijzigd.

Hoe ziet de geschiedenis van de opleiding tot militair sportinstructeur er eigenlijk uit? In de ‘Geschiedenis van de LO/Sportorganisatie’, deel één wordt hierover al geschreven. In het uit te geven deel twee wordt het vervolg beschreven en wordt ook beschreven welke inhoudelijke veranderingen het ‘militaire gymonderwijs’ in de loop van de jaren heeft ondergaan.

Als opwarmertje hieronder de geschiedenis van het ‘militaire bewegingsonderwijs’ in vogelvlucht. Een uitgebreidere beschrijving is te lezen in: ‘Geschiedenis van de Lichamelijke Oefening en Sport in de Koninklijke Landmacht’ (april 2001).

In februari 1855 wordt de Normaal Schiet-School (NSS) opgericht. Dit om instructeurs op te leiden die de invoering van een nieuw infanteriewapen probleemloos moest laten verlopen. Enkele jaren later (1869) wordt ook besloten om gymnastische bewegingen met het geweer in te voeren, dit moest leiden tot betere schietresultaten. 

In deze tijd breekt de gymnastiek door, hetgeen ook tot gevolg heeft dat de lichamelijke vorming van de militair meer in de belangstelling komt te staan. In 1871 worden de oefeningen met geweer ook bij het ‘veldleger’ (parate eenheden) ingevoerd. Hierdoor ontstaat in het leger de behoefte aan geschoolde onderwijzers in de gymnastiek, later ook in het schermen en zwemmen. Vanaf cursusjaar 1877 verzorgt de NSS cursussen voor instructeurs in die oefengebieden.

In 1898 wordt het voorschrift voor de school wederom aangepast, hierin vinden we prachtige volzinnen: “….officieren en onderofficieren op te leiden tot goed schutter en hen te vormen tot onderwijzers in het schieten, in het schatten van afstanden, de gymnastiek, het schermen en het zwemmen”.
En ook: “de Gymnastiek in het Leger stelt zich ten doel, door middel eener stelselmatige oefening der verschillende organen en spiergroepen, den soldaat geschikt te maken en te houden voor zijne militaire verrichtingen”.

En dan deze: “Eene in de gymnastiek goed onderwezen afdeeling (geen schrijffout…) is op alle terreinen sneller te verplaatsen en beter bestand tegen vermoeienissen”.Pak, ruim honderd jaar later, onze huidige missie en visie erbij en zoek de verschillen…

Na 1910 blijft de behoefte aan gymnastiekonderwijs dermate groot dat wordt besloten de cursussen voor gymnastiek-, schermen- en zwem onderwijzer die tot dan werden gegeven aan de NSS, onder te brengen in een speciaal daarvoor bestemd opleidingsinstituut. Begin 1913 wordt in Utrecht de Militaire Gymnastiekschool (MGS) gevestigd.

Hier werden diverse opleidingen gegeven om over voldoende ‘leiders der lichaamsoefeningen’ te kunnen beschikken. De theorie omvatte onder andere: anatomie en fysiologie t.b.v. een goed begrip ‘van den invloed der onderscheiden lichaamsoefeningen op het menschelijk organisme…’.

Brondocument in die tijd was het ‘Voorschrift der Gymnastische Oefeningen’ uit 1906 en 1913. De VS was gebaseerd op het zgn. Duitse stelsel van gymnastische oefeningen’.
Ook de werd er theorie over pedagogie, zwemmen, schermen en de ‘waarde der lichaamsoefeningen’ behandeld. Ook de bedrevenheid in het lesgeven was een onderwerp in de opleiding.

                                                            Voorschriften zijn van alle tijden

Na de opleiding worden de gymnastiekonderwijzers bij parate eenheden en opleidingscentra geplaatst, waar hij ‘de lessen persoonlijk moet leiden, indien zijn andere diensten dit mogelijk maken…’.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de MGS tijdelijk opgeheven. Na deze oorlog (1917) komt een commissie met het advies de MGS te heropenen en de opleidingen te volgens het Zweedse model te geven. Vanaf 01 september 1919 is dit een feit.
In 1926 besluit de Minister van Oorlog, uit bezuinigingsoverwegingen de MGS op te heffen… Dit ondanks de overtuiging van het belang van sportbeoefening voor militairen en de kwaliteit die door de MGS werd geleverd.

In de periode tot 1940 (Tweede Wereldoorlog) is het zeer droevig gesteld met de opleidingen tot onderwijzer in de gymnastiek in het leger. Hierdoor is het met het gymnastiekonderwijs uiteraard ook slecht gesteld.
Dit geldt overigens voor meer zaken in het toenmalige leger, dit door aanhoudende bezuinigingen op het leger en de crisis jaren dertig…

Na de capitulatie in mei 1940 vluchten een aantal militairen naar Engeland, om te voorkomen dat ze krijgsgevangenen worden gemaakt.
Onder hen bevindt zich luitenant Rijkens. Hij beseft dan waarschijnlijk nog niet dat hij een stempel zal gaan drukken op de lichamelijke oefening in militair verband.
In 1943 krijgt hij de opdracht om voorbereidingen te treffen voor de LO/Sport in de Koninklijke Landmacht in het te bevrijden Nederland. Daartoe volgt hij opleidingen en cursussen bij de Engelse militaire opleidingsscholen, en schrijft het boekwerk: ‘Lichaamsoefeningen en training van den militair’.
Hierin schrijft hij onder meer: “De lichamelijke oefening en training dient systematisch, progressief en praktisch te zijn. Verder dient ze aangepast te zijn aan datgene wat de ‘geoefende soldaat’ verwacht wordt in zijn algemene verscheidenheid.”
In het algemeen kan gezegd worden dat de soldaat zal vechten zoals hij traint en getraind wordt. Hier herkennen we het huidige ‘train as you fight’ principe.

                                                           J. Rijkens, hier als Eerste-Luitenant

Meteen na de bevrijding worden voorbereidingen getroffen om de LO/Sport binnen de KL gestalte te geven.
In de oorlog heeft men ervaren hoe belangrijk het is om fysiek fitte militairen te kunnen inzetten. De eerste opleidingen worden in Breda en Harderwijk gegeven, kapitein Rijkens is de cursusleider.

In december 1945 volgt de formele status voor het opleiden onder de naam School Legergymnastiek, commandant wordt kapitein Rijkens. Hij zal dit blijven tot 1969. De school wordt gehuisvest in het barakkenkamp Hooghalen, waar het ruim 28 jaar haar domicilie heeft.
In 1946 wordt de naam gewijzigd in School Militaire Lichamelijke Opvoeding (SMLO). Hier worden diverse soorten opleidingen verzorgd, opleidingen die inhoudelijk regelmatig onderhavig zijn aan wijzigingen door voortschrijdend inzicht maar ook door maatschappelijke veranderingen.

In 1976 moet de SMLO verhuizen naar de Koningin Wilhelminakazerne nabij Ossendrecht. Hierbij wordt ook de naam weer gewijzigd: Opleiding Centrum Lichamelijke Oefening (OCLO). Deze naamsverandering wordt ingegeven door het feit dat er binnen de KL in wezen geen relatie van opvoeder-opvoedeling is.
Tijdens ouderdagen van op te leiden dienstplichtig LO/Sportinstructeurs beweren sommige ouders overigens het tegendeel…

                                       Gebouw J van de toenmalige Koningin Wilhelminakazerne:
                                                             Het gebouw van het OCLO


Het OCLO verzorgt ook weer een keur aan opleidingen t.b.v. dienstplichtige en beroepsmilitairen. Ook andere overheidsdiensten brengen (delen van) opleidingen onder bij het OCLO. Denk hierbij aan de Koninklijke Marechaussee en de Douane.
Naast organisatorische veranderingen moesten onderwijs-/instructiemethodes worden aangepast aan de tijdgeest. Dat dit niet altijd van een leien dakje ging en de nodige werkstress opleverde in een understatement…Het OCLO valt op dat moment nog niet onder de LO/Sportorganisatie, maar rechtstreeks onder C-COKL.
Gediplomeerde LO/Sportinstructeurs worden afgeleverd aan de sectie LO/Sport in Den Haag, welke ze verdeelt over de LO/Sportgroepen op kazernes in den lande (en daarbuiten).

Na het vallen van de Muur (1989) en de opkomstplicht op te heffen gaat de KL weer grootschalig reorganiseren. Lees: inkrimpen...
In 1996 (17 april) rondt de laatste lichtingsploeg dienstplichtig LO/Sportinstructeurs hun opleiding aan het OCLO af.

Deze reorganisatie heeft (naast inkrimping) onder tot gevolg dat de LO/Sportorganisatie een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE) wordt. Een RVE is (onder andere)verantwoordelijk voor de het opleiden van het eigen personeel, dit leidt tot de gedachtegang dat het OCLO ondergebracht moet worden bij de LO/Sportorganisatie.
Op 1 juli 1996 wordt het OCLO, na 41 jaar een zelfstandig instituut te zijn geweest, opgenomen in de OTAS van de LO/Sportorganisatie.
Een verhuizing en wederom een naamswijziging zijn het gevolg hiervan: de Lichamelijke Oefening en Sportschool (LOSS) ziet het levenslicht en wordt gehuisvest in de gebouw Y op de Bernhardkazerne te Amersfoort. In dit gebouw zit ook de Staf van de organisatie.

Met de invoering van een beroepsleger wordt ook de manier van opleiden en trainen weer tegen het licht gehouden.
Ook de LO/Sportorganisatie moet de opleidingen van eigen personeel en de invulling van de LO-lessen in lijn brengen met de Leidraad Opleiden en Trainen (LOT) van het CLAS, die zijn intrede heeft gedaan...

                                      Tegenwoordig niet meer weg te denken oefengebieden...

Deze verander-processen hebben veel impact op het personeel: inzichten moeten worden bijgesteld, werkwijzen worden aangepast.
Zoals bij veranderingen vaak het geval is speelt een opleidingscentrum hierbij een centrale rol. Hier beginnen veranderprocessen door ze in opleidingen te verwerken en in bijscholingen aan te bieden.

Dit proces is er één van lange adem en vraagt veel van staf en de docenten op de LOSS. In het nog te verschijnen boek over de geschiedenis van de LO/Sportorganisatie wordt hier dieper op in gegaan door (oud)collega’s die deze veranderprocessen in werking hebben gezet en er nauw bij betrokken waren.