Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

SCHOOL VERDERE VORMING ONDEROFFICIEREN
ONDERWIJS IN EEN MODERNER JASJE

Door Johan Veenstra

“Omdat we vandaag beter willen zijn dan gisteren en morgen beter dan vandaag”
Het motto van C-LAS, Luitenant-generaal M.H. Wijnen, is zeer zeker van toepassing op de ontwikkelingen die de School Verdere Vorming Onderofficieren (SVVO) het afgelopen jaar heeft doorgemaakt. Oneliners als ‘de opleiding staat als een huis’, ‘de opleiding sluit goed aan op de werkvloer’ zijn veelgehoord en typeren de opleidingen van de SVVO. Voor zelfgenoegzaamheid is echter geen tijd: de omgeving verandert razendsnel. Voor je het weet ben je verouderd, uit de tijd en tel je niet meer mee als opleidingsinstituut.

Diverse onderzoeken van TNO, Defensie en civiele onderwijsinstellingen wijzen uit dat de huidige manier van opleiden gedateerd is. De evaluaties en enquêtes bij de doelgroepen én de ervaringen van de SVVO zelf bevestigen dit beeld. Een positief kritische grondhouding, het durven kijken naar je eigen producten, en zelfreflectie zijn dan ook van essentieel belang om de aansluiting met de werkvloer te blijven behouden. Een logisch gevolg is dat door de SVVO met regelmaat de volgende vraag wordt gesteld: ‘Sluit de Primaire Vorming (PV) voor de onderofficier niveau III, Secundaire Vorming (SV) voor de onderofficier niveau IV en de Tertiaire Vorming (TV) voor de onderofficier niveau V nog aan bij de generatie van nu?’ Dit artikel neemt u mee op de weg naar het antwoord.

De lerende centraal

Door de invoering van de nota Beroepsgericht opleiden en taakgericht trainen (BGO & TT) eind 2013 en de implementatie van het Handboek Opleiden en Trainen (DP Land-E&T-8) in 2017 is er een wisseling van dynamiek op de werkvloer. Dit komt doordat opleiden voor een deel plaatsvindt op die werkvloer. Er is een wijziging in de manier van gereedstellen: er wordt zoveel mogelijk in de context opgeleid en getraind.

BGO is een gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Er zijn nieuwe inzichten over het effect van leren. Hedendaags leergedrag vraagt om praktisch en taakgericht opleiden. Er is behoefte aan werknemers die zelfstandiger willen en kunnen functioneren. Een actieve rol voor de cursist is gewenst.

Maar niet alleen de cursist is veranderd, óók de instructeur. De instructeurs hebben bovengenoemde veranderingen ook meegemaakt. Door alle veranderingen zijn de instructeurs anders tegen opleiden gaan aankijken. ‘Ik vertel en jullie luisteren’ is verleden tijd……


Brigadegeneraal F.B. van Dooren, commandant Opleidings- en Trainingscommando (OTCo) heeft najaar 2019 het document ‘De Lerende Centraal’ (DLC) uitgegeven[1]. Dit om vernieuwing binnen O&T een boost te geven en om concrete invulling te geven aan het HB O&T. DLC is een denkkader dat richting geeft aan O&T-ontwikkeling.

Centraal stellen van de lerende (individu of eenheid) wil zeggen dat alles gericht moet zijn op de beste manier van gereedstellen die past bij de ambities, ervaringen en talenten van de lerende. Dit denkkader geeft ons richting om het leren en de ondersteunende organisatie zó in te richten dat de lerende op de best mogelijke manier inzetgereed wordt gemaakt.

Aan DLC is binnen de SVVO actief vorm gegeven door een aantal uitgangspunten in te passen in de loopbaanopleidingen van de onderofficier:

-  Wij bieden waar mogelijk een mix van diverse leermogelijkheden aan;

-  Wij bieden onze opleidingen zoveel mogelijk aan in de (gesimuleerde) beroepscontext;

-  De lerende wordt professioneel ondersteund en begeleid door ons O&iT-personeel;

-  Wij doen aan kwaliteitszorg om de kwaliteit van ons O&iT te borgen en te verbeteren en

   stimuleren hiermee een innovatiecultuur.

Door de implementatie van deze uitgangspunten is het O&iT beter, slimmer, flexibeler en aantrekkelijker voor onze lerende. Het heeft als doel om de onderofficieren beter inzetgereed te maken, zoals aangegeven in het document DLC. In de loopbaanopleidingen is meer tijd ingeruimd om de cursist zijn leerbehoefte optimaal te laten invullen. Daarmee kan hij/zij uiteindelijk effectief en efficiënt starten aan zijn  / haar (nieuwe) rol en positie in de eenheid.

Van instructie geven naar het begeleiden van lerenden

De verandering is begonnen bij de PV. Van oudsher is de PV gericht op onderofficieren die doorgroeien naar niveau III. Het richten van de opleiding is gedaan aan de hand van de kerntaken vanuit het kwalificatieprofiel (KP) onderofficier. De inrichting is gedaan in samenspraak met het Expertisecentrum (EC) KMS. Het verrichten verliep grotendeels op de klassieke manier van kennisoverdracht, in de voordrachtsvorm ondersteund met een PowerPoint-presentatie. Het richten, inrichten en verrichten zijn hoofdstappen om te komen tot een opleiding en/of training.


Door een grote mix aan leermogelijkheden hanteren de instructeurs nu verschillende didactische werkvormen. Daarmee is de rol van de instructeur nog meer veranderd van instructeur naar begeleider. Aan de inrichting van de PV is in hoofdlijnen niet getornd. De leertaken zijn allemaal terug te leiden naar het Kwalificatieprofiel Onderofficier KL.[2]

De intrede van BGO heeft ook gevolgen gehad voor de inhoud van de School Initiële Vorming Onderofficieren (SIVO). De aspirant onderofficier wordt naast vakman, leider en instructeur ook opgeleid tot praktijkopleider (POL) en praktijkleermeester (PLM).

PLM is een kwalificatie binnen de leerlijn 2 van het Expertisecentrum Opleidingskunde Defensie (ECOD), het ‘begeleiden van lerenden’. Een PLM’er begeleidt lerenden bij het uitvoeren van de praktijkopdrachten tijdens het werkplekleren. De PLM’ers worden daarin begeleid door mentoren. De mentor begeleidt de PLM’ers in hun persoonlijke en functionele ontwikkeling. Hij bewaakt de kwaliteit van de begeleiding. Op het moment dat de aspirant onderofficier daadwerkelijk aan de slag gaat als groepscommandant in zijn/haar rol als PLM heeft hij/zij ook recht op begeleiding. Deze begeleiding wordt uitgevoerd door bovenliggend niveau: de onderofficier niveau III.

MENTOR ECOD voor de CLAS-onderofficier

In september 2018 wordt vanuit CLAS aan de KMS de opdracht gegeven om Mentor ECOD te implementeren in de PV. Om de opdracht in te vullen wordt er binnen de SVVO capaciteit , vrijgemaakt om te onderzoeken hoe de opleiding Mentor ECOD ingepast kan worden in de bestaande opleiding. Daarbij zijn de volgende randvoorwaarden meegegeven:

-      De vernieuwde opleiding moet in het aantal bestaande opleidingsweken van de PV plaats vinden;

-      De inhoud van de duale opleiding Mentor ECOD dient terug te komen;

-      Zowel het KP Onderofficier KL als het KP mentor zijn richtinggevend.

Na diverse vergaderingen met het EC KMS, ECOD en afdeling Kennis en Innovatie voor Opleiden en Training van het LWC (KIOT) wordt toestemming gegeven om in januari 2019 te starten met een try-out. De try-out wordt uitgevoerd met 1 klas. Instructeurs voor de try-out zijn Aooi G. Duijts en Aooi H. Koning. Om de kwaliteit te borgen is de Aooi J. Veenstra als derde instructeur toegevoegd. Middels de ‘Plan-Do-Check-Act’ (PDCA cyclus) worden alle aanpassingen direct verwerkt om een mogelijke try-out 2 effectiever en efficiënter te laten verlopen. Allen hebben de kwalificatie supervisor waardoor er voldoende inhoud gegeven kan worden aan de lessen die horen bij het Mentor ECOD binnen de PV.

De inrichting van de opleiding vindt zijn oorsprong in model DRIVE. In de eerste week wordt gestart met het verhelderen van het beroepsbeeld: wie is de Mentor ECOD? Aansluitend wordt er gekeken naar de stap: ‘Waar sta ik nu?’. In die stap wordt er een analyse gemaakt van de 360° feedback die op de eigen werklocatie is ingevuld. Tevens worden in die fase lessen gegeven die bijdragen aan het verhelderen van het zelfbeeld, zoals de IJsberg van McClelland, de kernkwadranten van Ofman en de Roos van Leary. De lessen die organiek in de PV zitten zoals DISC en SL II dragen daar ook aan bij. Wanneer scherp is waar je nu staat wordt er doorgestapt naar de eigen leervraag om vervolgens leermogelijkheden te creëren. Een leermogelijkheid is een gelegenheid om invulling te geven aan de eigen leervraag. Een aantal leermogelijkheden zijn bepaald aan de hand van het lesrooster maar daarnaast heeft de cursist de mogelijkheid om voor zichzelf leermogelijkheden te creëren. 

Van leervraag naar ontwikkeling

Om leren mogelijk te maken voor cursisten in de rol van mentor wordt een context gecreëerd. Tijdens de opleiding tot onderofficier niveau III voert de cursist meerdere begeleidingsgesprekken met ‘zijn’ (startende) groepscommandant. Dit vanuit de kerntaak ‘Zorgt voor personeel’ uit het KP Onderofficier KL. De groepscommandant in deze is de lerende, de onderofficier niveau III is de PLM. In de rol als PLM legt de cursist zijn leervraag neer bij zijn medecursist, de mentor. De PLM en mentor gaan samen aan de slag om de leervraag in te vullen. De mentor in opleiding legt zijn eigen leervraag neer bij de supervisor/ervaren mentor, de instructeur, die op zijn beurt hierin als PLM de mentor begeleidt. Met als gevolg dat alle instructeurs binnen de PV minimaal de kwalificatie Mentor ECOD moeten bezitten.     

De mentor in opleiding schrijft vervolgens over zijn leervraag een reflectie die hij bijvoegt in zijn ontwikkelportfolio (POP/PAP). Alle reflecties samen laten de groei zien die de mentor heeft doorgemaakt. In overeenstemming met de door het ECOD verzorgde duale opleiding dient de cursist voor de Proeve van Bekwaamheid (PvB) een eindreflectie te schrijven en een 360° feedback te laten opmaken. Samen met de appreciatie van de begeleidende supervisor worden die voorgelegd aan de externe assessor. 

Gedurende de uitvoering van de try-out is er voortdurend overleg geweest met alle betrokken tegenhangers. Daar werden alle ervaringen gedeeld en direct de aanpassing doorgesproken. In de try-out is een PvB opgenomen die, om de onafhankelijk te borgen, wordt afgenomen door de externe partijen ECOD en KIOT. Daarmee heeft het ECOD als kwalificerende eenheid direct een kwaliteitscontrole.

Steeds beter worden

Het resultaat van de try-out is dat 6 van de 12 cursisten naast hun diploma PV ook de bevoegdheidscertificaat-code (BC-code) Mentor ECOD hebben mogen ontvangen. Het positieve resultaat en de continue ‘check and act’ van de try-out heeft geleid tot een tweede en derde try-out. Door de aanpassingen blijft het slagingspercentage ook hier stijgen. Na de drie try-outs is de tijd genomen dat alle betrokken partijen de ‘check’ over de opleiding doen.

De einduitkomst heeft ertoe geleid t dat het ECOD toestemming heeft gegeven om de Mentor ECOD definitief in te bedden in de PV. Vanaf januari 2020 wordt in iedere klas de vernieuwde opleiding verzorgd. Iedere cursist heeft de mogelijkheid naast zijn diploma PV ook de kwalificatie Mentor ECOD te behalen. Naast het behalen van die kwalificatie heeft de integratie Mentor ECOD in de PV als bijkomend voordeel dat nog meer inhoud gegeven wordt aan het vormende deel binnen de PV.

De spreekwoordelijke “blinde vlek” wordt kleiner gemaakt omdat veel tijd gestoken wordt in het creëren van een goed zelfbeeld. Dit gebeurt niet alleen door de aangeboden lessen zelf, maar vooral door het reflecteren en de feedback van medecursisten en instructeurs. De cursist wordt gedwongen om over zichzelf na te denken.

De overige opleidingen uit de doorlopende leerlijn (dll) voor onderofficieren zijn ook niet stil blijven staan. De SV en TV zijn met dit principe meegegroeid. DLC is een onlosmakend begrip geworden in de complete dll van de onderofficieren. Door het aanbrengen van nieuwe kennis en vaardigheden, gecombineerd met de bijpassende houdingsaspecten, wordt binnen het onderofficierskorps een kwaliteitsslag gemaakt waardoor we vandaag beter zijn dan gisteren en morgen beter zijn dan vandaag. Zo wordt vanaf 2021 de Mentor ECOD ook geïntegreerd binnen de opleiding SV.

Op de vraag of de opleidingen van de SVVO nog aansluiten op de huidige generatie, is het antwoord van de SVVO als volgt: “In vergelijking met gisteren zijn we trots op vandaag maar voor morgen zoeken we altijd ruimte voor verbetering”

[1] Zie ook ‘De Onderofficier’, januari/februari 2020.

[2] https://landmachtportaal.mindef.nl/StCLAS/DPO/KP/Open%20Bibliotheek/017-003%20KP%20Onderofficier%20KL.pdf (sharepoint op het MULAN netwerk)

Publicatiedatum: 20 november 2020