Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

OPRICHTING SPECIAL NAZORG PELOTON

Door Maarten Groot & Samuel van Beelen


Met dit artikel hopen wij inzicht te geven in de formering en gereed stelling van het Speciaal Nazorg Peloton (SNP) in de periode maart tot mei 2020.
Als inleiding is de ontwikkeling in het militair operationeel denken vanaf 1961 tot nu weergegeven. Hierin is ook gekeken naar welke eenheden een rol speelden bij het omgaan met overledenen. Vervolgens wordt ingegaan op het ontstaan van het SNP, de opleiding en als laatste enkele persoonlijke ervaringen uit de opleiding en stand-by periode.

Voorschrift Gravendienst
Tijdens de vierde conventie van Geneve in 1949, is opgenomen dat partijen bij het conflict “onverwijld alle mogelijke maatregelen te nemen om de doden op te zoeken en te voorkomen dat deze worden beroofd”. Daarnaast is vastgelegd dat strijdende partijen, binnen de kortst mogelijke tijd zullen aanvangen met het registreren, identificeren en zorgdragen voor een eerbiedige begrafenis van overledenen. Deze regelgeving vormde de basis voor het voorschrift Gravendienst, dat de Landmacht in 1967 vaststelde en uitgaf. In dit voorschrift werd ingegaan op de organisatie, taken en werkwijzen van deze dienst (Ubachs, 2004).

Tot 1961 was de strategie van de NAVO om met nucleaire wapens te reageren op een mogelijke aanval vanuit de Sovjet-Unie op West-Europa. Deze strategie van massive retaliation was niet langer meer geloofwaardig omdat de Sovjet-Unie inmiddels ook over nucleaire wapens beschikte. Daarom werd in 1962 voor een flexibelere strategie gekozen. Uiteindelijk werd dit concept vanaf 1967 gemeengoed voor de NAVO. Deze flexible response legde meer de nadruk op conventionele verdediging. West-Duitsland had de wens uitgesproken voor een ‘voorwaartse verdediging’ door de NAVO op West-Duits grondgebied.

In het kader van het General Defense Plan zijn vanaf 1963 Nederlandse eenheden gestationeerd op de Noord-Duitse Laagvlakte. Deze vlakte werd gezien als mogelijk operationeel zwaartepunt van een gemechaniseerde opmars van Sovjet troepen richting Antwerpen. De taken, werkwijzen en organisatie van de gravendienst waren dus vooral gericht op het conventionele gevecht op de Noord Duitse laagvlakte (de Munnik, 2014).

Met de val van de ‘Berlijnse muur’ in 1989 en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, is ook het veiligheidsbeleid van de Nederlandse krijgsmacht gewijzigd. In de eerste Defensienota na afloop van de koude oorlog wordt een ingrijpende reorganisatie aangekondigd. Hierbij gaat de landmacht fors inkrimpen en vormen VN-operaties een belangrijk bestanddeel van het Defensiebeleid (Defensie, n.d.).

BIDKL
De verwachting was dat vredesmissies alleen een tijdelijk en plaatselijk gewelddadig karakter zouden kennen en er dus geen noodzaak was voor een gravendienstpeloton. Met het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen in 1996, is daarom geen formele invulling gegeven aan taken van het gravendienstpeloton. Gravendienst taken op Nederlands grondgebied in vredestijd, zoals het zoeken naar vermiste personen en identificeren van overledenen, werden uitgevoerd door de Bergings- en Identificatie Dienst KL (BIDKL). Omdat de kans op grote aantallen slachtoffers tijdens vredesmissies uitgesloten was, werden de gravendienst taken belegd bij de geneeskundige eenheden op locatie.

In 2004 verschijnt de Beleidsstudie Gravendienst. Hierin wordt geconcludeerd dat de Nederlandse krijgsmacht op dat moment niet in staat is om tijdens vredesoperaties met gewelddadig optreden, alle taken van een gravendienstpeloton te kunnen uitvoeren. Hieruit volgt de aanbeveling om een gravendienstpeloton op te richten. Gezien de mentale zwaarte van de functie zal deze eenheid voornamelijk bestaan uit onderofficieren. Omdat een sportinstructeur beschikt over een goede kennis van het menselijk lichaam, werd de voorkeur voor deze categorie uitgesproken (Ubachs, 2004). In maart 2004 gaf de legerraad goedkeuring voor het oprichten van een gravendienstpeloton en in 2006 werd de eerste gravendienst opleiding gevolgd door instructeurs van de LO&Sportorganisatie (Spreij, 2006).  

Sublogistieke functie
Het gravendienstpeloton bestond uit 4 officieren en 34 onderofficieren. Omdat gravendienst een sublogistieke functie is, is het gravendienstpeloton onder gebracht bij 240 dienstencompagnie van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL). Het gravendienstpeloton stond onder leiding van 1 officier logistiek. Omdat het overgrote deel van het peloton bestond uit onderofficieren LO&Sport, werd een officier LO&Sport aangewezen als plaatsvervangend commandant. Daarnaast werden nog 1x officier arts en 1x officier tandarts toegevoegd voor de identificatie en vaststelling overlijden. 

Materiaal zoals koel- en mortuariumcontainers, persoonlijke beschermingsmiddelen, aggregaat, voertuigen en verbindingsmiddelen werd opgeslagen en beheerd door 240 dienstencompagnie.

Na de eerste volledige gravendienst opleiding met aansluitend een stageperiode bij verschillende mortuaria in Nederland, is nog een tweede lichting opgeleid. Deze tweede lichting heeft een kortere opleiding gevolgd omdat ervoor is gekozen geen uitvoering te geven aan de stageperiode. Na deze tweede opleiding zijn verder geen opleidingen meer verzorgt, in 2014 volgt een memo waarin wordt gesteld dat de opleiding gravendienst peloton alleen wordt verzorgt bij daadwerkelijke formatie (Stuut, 2014).

C-Day
Op 31 december 2019 rapporteert een ziekenhuis in China de uitbraak van een onbekend virus, later wordt dit virus aangeduid als COVID-19. Op 11 maart 2020 karakteriseert de World Health Organisation (WHO) dit virus als een pandemie (WHO, 2020). Omdat het virus in Nederland ook zorgde voor een toename van IC opnames en sterfgevallen heeft de regering op 12 maart maatregelen ingesteld om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan (Rijksoverheid, 2020).

Wereldwijd neemt het aantal overleden als gevolg van COVID-19 zo snel toe dat civiele instanties de aantallen niet meer kunnen verwerken. In Italië wordt het leger ingezet voor het transport van overledenen naar de begraafplaatsen (Nu.nl, 2020). Het Commando Land Strijdkrachten (CLAS) beschikt niet over de capaciteiten om soortgelijke steun te leveren. De verwachting is dat het opleiden van personeel voor deze taken enkele weken zal duren. Om toch steun te kunnen leveren aan de Nederlandse civiele sector, mocht dat verzoek komen, is opdracht gegeven om een SNP te formeren en gereed te stellen. Uitgangspunt voor het te formeren SNP is het gravendienstpeloton. Dit omdat een aantal taken zoals het afleggen, kisten, registreren en transporteren van overledenen overeenkomstig is. Naast overeenkomsten zijn er ook belangrijke verschillen tussen het gravendienstpeloton en het SNP. Een belangrijk verschil is dat het gravendienstpeloton pas wordt geactiveerd als er een inzet komt waarbij een aanzienlijk aantal doden te verwachten is. De formatie en voorbereidingstijd hiervan bedraagt 30 dagen.

Inzet van het gravendienstpeloton vind dan plaats in het kader van hoofdtaak 1 van Defensie; het beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten. En hoofdtaak 2; bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit. Het SNP richt zich met name op de 3 e hoofdtaak; het leveren van bijstand bij rampen en crises.

Daarbij vond men dat de term gravendienstpeloton een negatieve klank had en hierdoor mogelijk tot angst en onrust onder de bevolking zou lijden.

Grote bereidheid
Voor het formeren van het SNP waren 28 onderofficieren en 1 officier LO&Sport benodigd. Omdat in het verleden is gebleken dat het werken met overledenen een grote mentale belasting kan zijn, is er in eerste instantie gekeken naar vrijwilligers. De bereidheid van LO&Sportpersoneel om een bijdrage te leveren aan de samenleving was zeer groot, zo bleek uit het overweldigende aantal vrijwilligers dat zich aanmeldde. Hierdoor was de LO&Sportorganisatie in staat om ook een 2 e batch en 10 reserves op te leiden, zodat ook inzet over een langere periode gewaarborgd kon worden.

Op 30 maart 2020 is begonnen met de eerste opleiding SNP. Omdat het SNP een nieuw in te richten capability is, liepen ontwikkeling en uitvoering van de opleiding kort na elkaar. De opleiding werd door meerdere specialisten verzorgt. Tijdens het algemene deel van de opleiding was er een voorlichting over het COVID-19 en effecten op overledenen. Verder was er aandacht voor piëteit, oftewel het respectvol omgaan met overledenen. Daarnaast was er ook aandacht voor het mentale aspect voor het werk door de geestelijk verzorger. Medewerkers van het OTCLog verzorgde lessen overnemen en transporteren. Hierbij is uitleg gegeven over de inrichting, werking en storingsreacties van een koel-vriescontainer voor de opslag van overledenen. Medewerkers van de BIDKL gaven les in het afleggen, kisten en registreren van overledenen. Bij het afleggen worden daadwerkelijk handelingen aan een overledene verricht, zoals het verwijderen van medische apparaten en het toonbaar maken van de persoon. De duur van de opleiding bedroeg 3 weken. In die tijd zijn ook chauffeurs van het B&TCo basis opgeleid om zo te kunnen ondersteunen bij een mogelijke inzet. In de laatste week van de opleiding volgende een keten- en staftraining. Tijdens de ketentraining werd het gehele proces beoefend met alle betrokken medewerkers en materialen. Tijdens de staf training is gekeken naar de alarmering en inzet van het SNP. Hier waren 3 mogelijke scenario’s van inzet geïdentificeerd:

Drie scenario's
Scenario 1: personeelstekort

In dit scenario zijn zorginstellingen niet in staat om alle overledenen af te leggen en over te dragen aan de begrafenisondernemer.

Scenario 2: koelcapaciteit tekort

In dit scenario is de maximale opslagcapaciteit van zorginstellingen bereikt en zullen er dus koel-vriescontainers worden ingezet. Dit scenario zou ook in combinatie met scenario 1 mogelijk zijn.

Scenario 3: scenario 1 en 2 gecombineerd met een holding area (HA)

In dit scenario overstijgt het aantal overledenen alle civiele capaciteit en levert het SNP personele en materiële steun aan zorginstellingen. Om dit langere tijd vol te kunnen houden en de koelcapaciteit op te kunnen hogen wordt op een Defensielocatie centraal in Nederland een HA ingericht. Op deze locatie komt dan personeel en materieel samen. Naast het SNP wordt in de HA ook een Onderhoud Diagnose Berging (ODB) groep, coördinatie cel en ondersteuningsgroep ondergebracht.

Aan de hand van deze scenario’s is nagedacht over mogelijke wijze van inzet. Voor personeel van de LO&Sport kwam daar uit dat deze thuis op 48 uur notice to move zouden afwachten. Na activering kon men dan per buddypaar een gereserveerd PNOD voertuig ophalen bij de dichtstbijzijnde poollocatie. Hiermee zou dan naar de gewenste locatie worden gereden.

Na afronding van de opleiding ging op 17 april 2020 direct de stand-by periode voor batch 1 in. Tijdens deze stand-by periode is er een oefening opgezet om het gehele systeem van activering tot daadwerkelijke inzet te testen. Tijdens de oefening bleek de meerwaarde van de staftraining tijdens de opleidingsperiode.

De staftraining had een aantal standaard procedures opgeleverd die de analyse van de opdracht en besluitvorming aanzienlijk versnelden wat resulteerde in een inzet.

Ervaringen SNP

In de SNP opleiding zijn alle schakels van de keten al een keer beoefend, dit is echter alleen in een carrouselvorm beoefend. In tegenstelling tot de ketentraining van de SNP opleiding was de oefening ‘Cura Speciali’ (Latijn voor ‘Speciale Zorg’) ervoor om daadwerkelijk een mogelijke inzet te beoefenen. In ons geval ging het om een gecombineerd scenario waarbij er personeels- en koelcapaciteit tekort was in 4 woonzorgcentra. De 8 groepen van het SNP bestonden uit 2 buddyparen (3 sergeanten, 1 sergeant-majoor en eventueel een reserve), deze waren ingedeeld op regio en daarbij was de sergeant-majoor tevens groepscommandant. Voor de alarmering waren afspraken gemaakt om middels een telefoonboom en een WhatsApp-groep de inzet door te geven aan de leden van het SNP. Daarnaast zijn we ook middels een waarschuwingsbevel en operatiebevel geïnformeerd.

Wij kregen als groep een woonzorgcentrum toegewezen waar wij ons moesten melden. Afhankelijk van je woonplaats kreeg je een PNOD voertuig aangewezen per individu of buddypaar. Aangekomen op de KVOK in Hilversum (de fictieve locatie van het woonzorgcentrum) kregen de groepen hun eigen ruimte toegewezen om als mortuarium in te richten. Dit was nieuw voor ons en dit hadden wij ook niet in de opleiding gedaan, we hebben dit dus zo goed mogelijk naar eigen inzicht gedaan. Na het aantrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen konden we aan de slag.

Bij ons woonzorgcentrum waren er 13 overledenen, na aankomst en het inschakelen van de koel-vriescontainer zijn we in buddyparen begonnen om de overledenen af te leggen. Na het afleggen en registreren konden we een overledene in de koel-vriescontainer leggen, een tijdrovend proces. Tussen het afleggen door kregen we ook te maken met bezoek van de media, hier kon de door de communicatie adviseur afgegeven lijn van woordvoering getest worden. Het was nuttig om hier ook tips te krijgen met betrekking tot omgang met media. Ten slotte zijn de PC SNP en de GV’er ook langs geweest om te peilen hoe de werkzaamheden werden ervaren.

De capaciteit van een als mortuarium ingerichte koel-vriescontainer is 12 overledenen, hierdoor moesten we de koel-vriescontainer ook overdragen aan de chauffeur zodat deze naar de HA gebracht kon worden. Met name bij het registreren, de overdacht naar de chauffeur en het vastzetten van de lading waren wat aandachtspunten, dit is in de evaluatie meegenomen voor een mogelijke inzet. Na het overdragen van de koel-vriescontainers en het transport ging de oefening verder op de HA, deze was gepositioneerd op de GMK in Stroe. Hier werd na ontvangst van de containers een totaallijst van overledenen op de HA gemaakt. Dit was ook de locatie waar de uitvaartondernemers de betreffende overledenen konden komen ophalen. Na het ophalen van de overledenen kwam de oefening ‘Cura Speciali’ ten einde. De oefening was een week voor het aflopen van de stand -by periode van batch 1, het is gelukkig niet nodig geweest om ons echt in te zetten.

Literatuur

de Munnik.   (2014, September 18). Ontwikkelingen 'Operational Art' 1945-1990. Breda,   Noord Brabant, Nederland: Nederlanse Defensie Academie.

Defensie. (sd). tijdlijn militaire geschiedenis   1990-2001. Opgehaald van Defensie:   https://www.defensie.nl/onderwerpen/tijdlijn-militaire-geschiedenis/1990-2001-naar-een-expeditionaire-krijgsmacht   

Nu.nl. (2020, maart 19). coronavirus.   Opgehaald van Nu:   https://www.nu.nl/coronavirus/6038752/leger-moet-in-bergamo-doodskisten-ophalen-bij-overvol-crematorium

Rijksoverheid. (2020, maart 12). letterlijke   tekst persconferentie. Opgehaald van Rijksoverheid:   https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/documenten/mediateksten/2020/03/12/persconferentie-minster-president-rutte-en-minister-bruins-naar-aanleiding-van-de-maatregelen-tegen-verspreiding-coronavirus-in-nederland

Spreij, N. (2006, maart). we zijn er nu van. Zandloper, p. 3.

Stuut, H. (2014, juni 16). Uitzendbeleid LO/Sportorganisatie . Utrecht, Utrecht.

Ubachs, R. (2004). Beleidsstudie Gravendienst.

WHO. (2020, april 27 ). Timeline - COVID - 19.   Opgehaald van WHO:   https://www.who.int/news-room/detail/27-04-2020-who-timeline---covid-19

Publicatiedatum: 02 september 2020