Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

DE APPEL VALT NIET VER VAN DE LO&SPORTBOOM:
DEEL 6: ARNO EN KOEN HEG

Door Wil Maaswinkel

In het vorige "de appel valt niet ver van de LO&Sportboom" was de judo en jiu jitsi sport prominent aanwezig. Zowel de vader van Hein van der Made als de zoon van Hein en Hein zelf zijn/waren judoka's. Koen Heg, de zoon (appel) van collega Arno Heg is een talentvolle judoka. Hij won in 2018 een gouden medaille bij de " Cadet European Cup (-18)" in Gyor. Hij won in 2019 brons bij de "Junior European Cup" in Malaga" en ook brons bij de "Junior European Cup (-21)" in Paks en was in zijn klasse junior (-73 kg, -21 jaar) Nederlands kampioen in 2019 en 2020! Dus dat maakt nieuwsgierig.

 Alle reden om (de boom Arno) en (de appel) Koen Heg te interviewen.

1.   Arno, ik lees in je CV dat je in Ossendrecht in 1993 als dienstplichtig sgt LO&Sportinstructeur begon. Dat je daarna ongeveer 10 jaar bij 11LMB in Arnhem en 10 jaar op de LO&Sportschool in Amersfoort werkte, voordat je overstapte naar het Fieldlab 11LMB. Je bent betrokken geweest bij een aantal ontwikkelingen: o.a 2005 MZV opnieuw ingericht, 2006 modernisering functieopleidingen, 2012 Systematiek LO&Sport verder vormgegeven, 2016 Periodiseringsraamwerk 11LMBL, 2017 oprichting Fit&Fris team, 2018 Symposium Vormen Trainen Luchtmobiel, enz.
Als je terugkijkt, wat zijn dan voor de ontwikkeling van de LO&Sport en voor jou zelf belangrijke ontwikkelingen geweest?

Elke dag, samen, een beetje beter is altijd mijn motto geweest. Het is voor mij dan ook lastig te benoemen wat de belangrijkste persoonlijke ontwikkeling is geweest. Binnen de LO&Sportorganisatie heb ik met veel collega’s mogen samenwerken, soms direct en soms indirect. Als je vervolgens, met een growth mindset, 25 jaar met individuen en groepen mag werken dan kan het niet anders dan dat je een ontwikkeling doormaakt.

De LO&Sportorganisatie heeft een hoop belangrijke ontwikkelingen gekend. Daarbij heeft de LO&Sportorganisatie, impliciet, verschillende functionarissen voortgebracht die in een veel breder spectrum zowel binnen als buiten Defensie voor ontwikkelingen hebben gezorgd. Daar mag de LO&Sportorganisatie trots op zijn. De LO&Sportorganisatie is lerende en dat is misschien wel de belangrijkste structurele ontwikkeling.

2.   Arno, in 2015 ben je gestart bij Fieldlab 11LMB van TGTF. In de cultuur van de LO&Sport en 11LMB ben je opgegroeid. Hoe heb je de overgang naar TGTF ervaren? Waar heb je de laatste vijf jaar het meeste plezier aan beleefd?

Mijn passie zit aan de inhoudelijke kant van het vakgebied. Het mooie van TGTF is dat daar geen einde aan lijkt te komen. Tijdens mijn LO&Sport werkzame periode ben ik regelmatig tegen glazen plafonds van vakverdieping aangelopen. Niet omdat wij de verdieping niet wilden maken, maar omdat de eenheid genoeg had aan twee of drie keer in de week “bewegen”. Niet alleen de eenheden hadden hier genoeg aan, ook voor de meetsystemen van de LO&Sportorganisatie was dit genoeg. De Brigadestaf van 11LMB heeft een systeem ontwikkeld dat niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van eenheden inzichtelijk maakt. Kwaliteit die zich uitdrukt in zelfregie, belastbaarheid en voortzettingsvermogen van groepen en individuen binnen hun taakbelasting. Binnen TGTF noemen we dit concept ‘Iedere Militair Inzetbaar’ en bij Luchtmobiel is dat vertaald naar ‘Vormen Trainen Luchtmobiel’ (VTL). VTL kent slechts vier programma’s (FMOTP’s) binnen gereedstellen waarvan het initiële deel (AMOL/VAKOL) als het fundamentele socialisatietraject wordt gezien. Omdat we maar vier geperiodiseerde programma’s kennen, is leren van elkaar een stuk makkelijker geworden. In ieder programma is de commandant in de LEAD en worden de ondersteunende experts van TGTF, LO&Sport, Geestelijke verzorging, Personeelsdienst, Bedrijfsmaatschappelijke werk, etc. in hun kracht gezet, waardoor we nu in staat zijn om commandanten vanuit totaal coaching preventief te ondersteunen. Dit is een prachtig leerzaam proces waarbij ook helder wordt dat sommige organisatiesystemen niet (meer) goed zijn afgestemd op de bedoeling.

3.   Arno, welke sporten beoefen/beoefende je zelf en wanneer kreeg je door dat ook Koen zijn mannetje staat in de sport, en wat is daarin van invloed geweest?

Tot mijn 30e heb ik altijd gevoetbald, een prachtige tijd waarbij een hoge fysieke belastbaarheid nog vanzelfsprekend was. Daarna ben ik me functioneel gaan verdiepen in allerlei oefengebieden om als middel in te kunnen zetten. Hierbij heb ik, met veel plezier, een hoop geleerd van verschillende specialisten binnen de oefengebieden.

Al heel vroeg werd iedere speeltuin door zowel Koen (19), Dani (16) en Stan (16) als een trainingsmiddel of een wedstrijdomgeving gezien. Alle primaire basisbewegingen werden samen met de noodzakelijke grondmotorische eigenschappen impliciet op niveau gebracht. Koen had toen al, net zoals mijn andere twee zonen, een competitieve instelling en wilde nooit verliezen. Voetbal, wedstrijdzwemmen, hardlopen (wedstrijden) en judo waren de sporten waar hij deze bewijsdrang kwijt kon. Uiteindelijk rond zijn 14e is hij zich gaan specialiseren in judo. Zijn breedmotorische ontwikkeling in combinatie met zijn conditie en mentaliteit zorgde ervoor dat Koen vaak op zeer creatieve wijze zijn tegenstander op de rug kreeg. Niets is motiverender dan succes maar kent zeker ook zijn valkuilen.

In de inleiding leest u dat Koen nationaal en internationaal succesvol is als judoka maar Koen treedt ook in de sporen van vader Arno. Hij doet het CIOS.

1.   Koen, ik lees dat je bij het CIOS Arnhem en CIOS Heerenveen opleidingen hebt gevolgd. Waarom op twee opleidingen? Waar wordt je voor opgeleid en wat is je toekomstdroom als het om werken gaat?

Al vanaf dat ik me kan herinneren heb ik de ambitie ontwikkeld om in 2024 op de Olympische Spelen te staan en een medaille te winnen. Dit is mijn plan A. Pas als plan A niet realistisch blijkt te zijn ga ik over op plan B. Plan B is mijn carrière na het studeren en sporten. Natuurlijk is studeren belangrijk maar het komt niet op de eerste plaats. Door de dwingende topsportstructuur van de judobond werd ik vorig jaar genoodzaakt om op één van de vier RTC’s te gaan trainen. Dus moest ik van Arnhem naar Heerenveen verhuizen. Na slechts één (COVID-19) seizoen mag ik nu instromen op het NTC (Papendal) en kan/moet ik dus weer terug naar Arnhem.

2.   Koen, je traint/trainde niet alleen bij judoclub Bushi Arnhem maar ook bij het Regionaal Trainingscentrum RTC Heerenveen en Nationaal Trainingscentrum NTC in Papendal. Kun je vertellen wat die trainingen inhouden? Waarvan of van wie je het meest leert? Wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen die training locaties?

Mijn programma op het RTC bestaat uit dagelijks twee trainingen. De type trainingen variëren tussen uithoudingsvermogen, kracht, techniek en specifieke wedstrijdtraining. Op het NTC train ik voornamelijk specifieke wedstrijdtraining. Alle regio’s komen daar namelijk wekelijks samen dus er zijn sparringpartners genoeg. Op het RTC train ik de andere genoemde accenten. Iedere judotrainer heeft zijn specialiteiten waardoor die weer iets toevoegt aan mijn ontwikkeling.

3.   Koen, je vader heeft ongetwijfeld invloed gehad op een aantal keuzes in je leven. Wat heeft hij je geleerd/afgeleerd? Hebben jullie (veel) samen gesport? Wanneer heb je voor het eerst van Arno gewonnen?

Mijn vader verandert altijd de spelregels waardoor ik maar niet van hem kan winnen. Mijn herstel trainingen doe ik vaak met Arno dat kan hij mij tenminste nog bijhouden .

De wetenschappelijke procesmatige benadering op ontwikkelen heb ik van hem meegekregen. Wedstrijden zien en gebruiken als onderdeel van het ontwikkelproces is iets wat ik bij weinig andere judoka’s herken. Wat ook erg opvalt, is dat op fysiologisch vlak de gemiddelde judotrainer niet echt een plan heeft. Samen met mijn vader maak ik altijd mijn fysiologische jaarperiodisering waarbij de ‘Central Governor’ theorie met ‘polarized training’ in grote mate de inrichting bepaald.

Wil je meer weten over deze theorie? Luister dan naar deze podcast: Training sturing

Publicatiedatum: 17 juni 2020