Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 

OLYMPISCHE WINTERSPELEN PYEONGCHANG 2018
INTERVIEW MET FREE-STYLE SKIËR JEFFREY BIGNELL

Door: Paul Lindeboom

Als we beginnen met namen bedenken voor de serie over de Winterspelen, dan is de allereerste die binnen 5 seconden oppopt die van Jeffrey Bignell. Zijn actiefoto's sierden de Zandloper vroeger al eens, want zijn pr verzorgde hij goed. Voor een interview was Jeffrey direct bereid, en wat een fantastisch innovatief trainingsartikel krijg je dan van een topsporter die een sport gekozen heeft die in Nederland eigenlijk niet of nauwelijks uitvoerbaar is. Maar dan ken je Jeffrey Bignell nog niet.....

Hoe het allemaal begon
Jouw sport was in beginsel de BMX?
Klopt. Dat heb ik op hoog niveau tot ongeveer mijn 19e jaar gedaan. Ben hier meervoudig Nederlands-, Europees- en Wereldkampioen in geweest. Ben zelfs na mijn ski-carrière opnieuw begonnen met fietsen. Is nu weer in de afbouwfase. Haha. Hoe ben je toentertijd met dat speciale wintersportvirus besmet geraakt? Ik ben voor het eerst op 19-jarige leeftijd op wintersport gegaan met de hele familie naar Maurach in Oostenrijk. Daar vond ik het al helemaal geweldig. Ik zat toen ook op het CIOS, maar daar was toen nog geen ski-opleiding mogelijk. Ben toen maar de langlaufopleiding gaan volgen op het CIOS. Tijdens het eindejaarscamp van het CIOS gingen we wel weer skiën. Het jaar dat ik klaar was met het CIOS startte de eerste ski-opleiding. Ik was eigenlijk net te laat met aanmelden, maar omdat CIOS leraar Ferda Cervenka mij wel zag zitten, mocht ik (gelukkig) toch nog mee doen. Uiteindelijk is dit de start geweest van een groot wintersport avontuur. In hoeverre hebben je ouders of je vriendin je daar vanaf geprobeerd te praten vanwege randzaken als financiën, langdurige reizen en verblijf in buitenland, ongelukken en botbreuken, etc. Eigenlijk ben ik in eerste instantie gewoon veel gaan lesgeven en was alles nog niet zo spannend. Door Tjeerd Terpstra die samen met mij de ski-opleiding deed op het CIOS ben ik in aanraking gekomen met het Freestyle Skiën. Langzaam groeide ik in de sport en na 1 NK deelname was ik helemaal verkocht. Wilde toen nog meer trainen en heb een eigen team en club opgericht. De club, die toen Freestyle Club Montana heette, is later omgedoopt tot Freestyle Holland en bestaat in 2018 twintig jaar. Niemand heeft me ooit van het Freestyle af proberen te praten. Pas tegen het eind van mijn ski-carrière wilden mensen dat ik ging coachen in plaats van zelf skiën. Mijn motto was altijd “zorg maar eerst dat de jonge garde me voorbij skiet, dan heb ik een reden om te stoppen”. Na 22 Nederlandse titels heb ik toch maar besloten het rustiger aan te doen, ook vanwege gezinsuitbreiding en het toch wat vaker thuis willen zijn bij mijn vriendin en kids. Mede dankzij en door de Koninklijke Landmacht heb ik qua financiën en tijd nooit gebrek gehad. Heb destijds een topsportregeling gehad van Defensie en werd ondersteund door de N.ski.v. en het NOC-NSF. Eigenlijk had ik het supergoed. De botbreuken hebben destijds wel meegevallen. In mijn actieve wedstrijdperiode heb ik eigenlijk nooit iets gebroken. Wil niet zeggen dat ik nooit geblesseerd was hoor. haha

Jeffrey op de BMX


Trainen
Ik weet nog dat ik in Venlo een keer binnen kwam vallen en dat je aan het trainen was op een trampoline. Je zult echter meer dan dat gedaan hebben. Inderdaad. Ik heb van alles verzonnen om maar zo goed mogelijk en veelzijdig te trainen. Hier zijn heel leuke trainingsvormen voor mezelf ontstaan. Uiteraard was ik bij Defensie ook superblij met het Technogym Straatje. Heb hier heel wat zweetdruppels gelaten. Hoe zag globaal een trainingsperiode in de voorbereidingsperiode er uit? In beginsel was er niet zo veel. Ik moest mijn eigen buckelpiste bouwen bij Montana Snowcenter om maar aan het buckelen te komen. Later heb ik van alles bedacht om beter en makkelijker te kunnen trainen. In de zomer was ik vaak in Tignes (Frankrijk) te vinden waar we met onze Franse coach Frank Dufour in de zomersneeuw stonden. Daar trainden we vaak op de techniek en sprongen. Die sprongen deden we in de sneeuw maar ook op de waterschans van Tignes le Lac en landen daar in het ijskoude smeltwater. Thuis was ik vaak van viaducten af aan het skaten met inline-skates, waarbij ik het knieën werk aan het oefenen was door een doppenslalom. Samen met Maurice Houben (oud LO&Sportinstructeur) was ik één van de pioniers van het inline skaten cq streethockey bij de Rijschool in Blerick. Na mijn Defensie periode ben ik wederom collega geworden van Maurice in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Rooyse Wissel in Oostrum. Buiten het inline-skaten heb ik ook wel eens steile zandheuvels opgezocht om vervolgens met oude ski’s van af te skiën. Dit om de steile hellingen na te kunnen bootsen. Thuis in Nederland bij Montana heb ik destijds ook nog kunststof buckels ontwikkeld. Dit scheelde me toen een hoop werk om maar steeds nieuwe buckels te maken voor mijzelf en de club. Een paar jaar later is de sport steeds meer geëvolueerd en moesten we helmen en backprotectors gaan dragen. Uiteraard was dat niet zomaar, maar omdat je voortaan salto’s mocht maken. Ik weet nog in het begin dat ik dacht “daar ga ik niet meer aan beginnen”. Toch vond ik de sport nog te leuk om al te stoppen en besloot een eigen Waterjump te gaan bouwen in Eindhoven bij de IJzeren Man. In de beginjaren kwamen er gelijk een hoop World Cup Teams die graag op zeeniveau hun sprongen in de zomer wilden komen oefenen. We hadden het helemaal voor elkaar. Een grote trampoline met bungee koorden, 25 meter verderop de waterjump en na slechts 10 minuten rijden een vette sneeuwjump bij Montana Snowcenter. Ik heb toen zelf ook super kunnen trainen o.a. onder leiding van oud Freestyle Aerials Bondscoach Leo Janssen. De waterjump was zelfs zo’n succes dat een zeil- en surfschool in Brouwersdam zo enthousiast was dat zij er daar ook één wilden hebben. Ook daar heb ik aan meegewerkt en hebben daarna met het Freestyle Holland Wedstrijdteam vele gave skishows gegeven.
Globaal gezien zag mijn trainingsperiode er als volgt uit : 1. Fitnesstrainingen 2. Trampoline en waterschanstrainingen 3. Alternatieve skitrainingen zoals inline skaten en zandskien 4. Ski-en springtrainingen in de indoor sneeuwskihal 5. Sneeuwtrainingen in het buitenland (eerst veel Tignes en later Kaprun) 6. Tussendoor veel onderhoud van het skiën en springen 7. Wedstrijdcircuit in en gas er op. :)


Waterjump, innovatief idee.

Overgang naar de wedstrijden
Hoe verliep de overgang van het ‘droog trainen’ naar het echte werk op de latten? In het begin was dat best lastig, omdat ik toen nog op de plastic matten van de Kempervennen trainde. Later, toen Montana Snowcenter gebouwd werd en ik de club oprichtte, werd dat steeds makkelijker. Ik had hooguit wat tijd nodig om te wennen aan de steilere hellingshoek. Daarna werd het ieder jaar makkelijker, omdat ik steeds meer mogelijkheden creëerde om het hele jaar door te trainen. Hoe lastig was zo’n beginperiode? (Ik ga er vanuit dat je in NL geen mogelijkheid voor echt trainen was.) Toen ik net startte met de wedstrijdsport had ik daar best wel wat tijd voor nodig, maar omdat we binnen Nederland betere trainingsmogelijkheden kregen, werd dat steeds korter. Het enige lastige was, en is dat nog steeds, dat de hellingshoek van alle sneeuwskihallen in Nederland te vlak zijn. Het mooie is wel dat wij als Nederlanders het hele jaar door kunnen trainen als we willen. Met name voor de jonge kids is dit een supergroot voordeel. Onze jonge kids doen het op jonge leeftijd dan vaak ook al erg goed. Als ze wat ouder worden, hebben we toch vaak extra coaches uit het buitenland nodig omdat wij zelf niet alle faciliteiten kunnen bieden. Meetrainen met buitenlandse teams is dan één van de opties. Uiteraard hangt hier ook weer heel wat van af. Wat kan je regelen met school en heb je de financiën om dat hele kostenplaatje te betalen? Mijn voordeel was dat ik wat ouder was en natuurlijk Defensie als werkgever had. Het jammere van het later beginnen was natuurlijk dat je als jonge skiër er veel meer in kan groeien. Je ziet: elk voordeel heeft zijn nadeel en andersom.


Ranking the stars
Ben je op enig moment in de positie gekomen dat deelname aan de Olympische Winterspelen in zicht kwam? Ja, één seizoen heb ik de kwalificatie eis van het IOC gehaald, waardoor ik volgens die eis naar Salt Lake City had gemogen. Echter hanteerde het NOC-NSF andere eisen, waardoor het feest niet door ging. Dat vind ik echt jammer. Dat was sportief gezien toch wel mijn grootste wens. Ik moest toen 2x een top-8 in het Wereld Beker Circuit skiën, wat vrijwel onmogelijk was. Wat was je beste wereldklassering ooit? Een 22 ste plaats in de World Cup in Iniwashiro. Dit was op de steilste buckelpiste uit het World Cup circuit. Dat was echt survival of the fittest. Haha. Wel heel erg gaaf en ook dat alle coaches me na afloop feliciteerden met mijn eerste World Cup punten. Blijkbaar was dat best wel een dingetje terwijl ik gewoon blij was met mijn resultaat. Hoe intensief was die winterse wedstrijdperiode eigenlijk (mede met reizen, etc.)? De wedstrijden waren uiteraard de toetjes. Dat was natuurlijk geweldig, hoewel je natuurlijk ook wel altijd druk voelde. Die legde ik mezelf natuurlijk altijd op, omdat ik graag een keer deel zou nemen aan de Olympische Spelen. Verder was ik regelmatig alleen op pad, zonder coach, teamcaptain, arts of enige andere begeleiding. Dat was af en toe best zwaar. Helemaal als je aan de andere kant van de wereld was en bijvoorbeeld geblesseerd raakte.
Ook het reizen heb ik aardig onderschat. Het is natuurlijk schitterend als je letterlijk en figuurlijk de hele wereld rond mag reizen, (maar liefst 3x) maar de jetlags vond ik verschrikkelijk. Ik heb ook wel heel leuke dingen mee gemaakt met het reizen. Een keer had ik een World Cup in Deer Valley (USA) met -25 graden en van daaruit moesten we naar Japan vliegen. Unlucky me hadden we een tussenstop van een hele week in Hawaii bij +35 graden. Dat waren natuurlijk de krenten uit de pap. Verder was het normaal altijd hetzelfde riedeltje: naar de andere kant van de wereld reizen, 2 dagen trainen, 2 dagen wedstrijd en dan gelijk je spullen pakken en verder reizen naar de volgende wedstrijd. Echt veel meer zie je normaal niet van al die landen dan het vliegveld, de weg naar het skiresort, de wedstrijdpiste en weer terug. Uiteraard altijd zorgen dat je zo veel mogelijk rust pakt voor de wedstrijden, dus veel in het hotel op bed liggen. In het begin hadden we nog geen Skype of Facetime, en bellen kostte een godsvermogen dus dat gebeurde maar weinig of niet. Achteraf had ik misschien eens vaker er op uit moeten trekken om wat meer van de verschillende landen te bekijken. Desalniettemin heb ik super veel gezien en meegemaakt. Later mocht ik wel van de N.ski.v. en het NOC-NSF begeleiders meenemen (door mijn verkregen B-status). Dat maakte alles nog een stuk prettiger.


De wereld van de free-style skiërs
Vanaf het moment dat de winter aanbrak was je vermoedelijk langdurig in het buitenland? Dat klopt. Het kwam wel eens voor dat ik een maand in het buitenland zat en dan twee dagen thuis kwam voor de was (haha) om vervolgens weer voor een maand op pad te gaan. Dat vonden ze thuis natuurlijk altijd minder leuk. Ik had daar zelf minder last van, want ik was toch de hele tijd bezig en gefocust op wedstrijden skiën. Zal een klein wereldje van free-style skiers geweest zijn waarin je je begaf? Het wereldje was inderdaad niet zo heel groot, maar wel vrij hecht. Altijd met het hele World Cup circus op pad. Uiteraard had je met sommige teams meer dan met andere. Vaak zat je dan met verschillende teams in hetzelfde vliegtuig. Dit was vaak wel prettig. Dan wist je in ieder geval dat je in het goede vliegtuig zat. Haha. Af en toe waren er ook wel coaches die je een beetje wilden hebben. Heb veel contact gehad met de Slovenen en hier en daar met de Duitsers, Fransen, Canadezen, Amerikanen en Russen. Hoe kijk je nu terug op die periode en welke contacten heb je daaraan nog overgehouden? Dit was een superperiode. Ik zeg vaak: wat ik heb mee mogen maken in deze periode dat maakt een normaal mens in zijn hele leven niet mee. Heb best wel wat contacten in verschillende landen aan mijn skicarrière overgehouden. Tegenwoordig met Facebook kan je die contacten af en toe ook nog onderhouden. Het is ook handig als ik zelf als coach mee ga naar wedstrijden. Mensen kennen me toch nog en waarderen die gekke Nederlander nog steeds die vaak in zijn eentje mee deed in alle gekte. En wat is je bijdrage geweest aan de ontwikkeling van deze wintersport in Nederland? Ik denk dat ik een aardig grote bijdrage heb kunnen leveren aan deze tak van wintersport. Helaas heb ik alles alleen moeten doen om mee te kunnen in het World Cup circuit. Die tijd had ik eigenlijk in trainen moeten investeren. Aan de andere kant toch leuk, omdat de nieuwe garde van freestyle skiërs een mooi gespreid bedje kregen. Ik heb de eerste Nederlandse Freestyle Club in Nederland opgericht die in 2018 dus 20 jaar bestaat. Ik heb kunststof buckels ontwikkeld en ben verantwoordelijk voor de realisatie van 2 waterschansen in Nederland geweest. Verder heb ik vele Freestyle Camps in binnen- en buitenland georganiseerd en hele gave skishows. Sinds de Olympische Spelen van Nagano mag ik ieder jaar regelmatig verslag doen voor Eurosport van de Freestyle Mogul Events. Ook hier kan ik weer de sport promoten, wat natuurlijk geweldig is. Zien we nog een Nederlander in actie in Peyongchang? Nee, helaas niet. Het is best lastig om op World Cup niveau mee te kunnen. Je moet er erg veel voor doen en er zijn vele factoren die bepalend zijn om eventueel dat niveau te bereiken. Als je dan het niveau enigszins bereikt hebt, moet je nog aan de strenge eisen van het NOC-NSF voldoen. Al met al heel erg pittig.


Publicatiedatum: 15 januari 2018