Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

TERUG NAAR 1986 EN 1997: DE TWEE ELFSTEDENTOCHTEN VAN JAN VAN DEN DOOL

Door Paul Lindeboom

Het OMK Schaatsen is (gelukkig) nabij én het afscheid van Jan van den Dool (helaas). Beide gebeurtenissen konden mooi gecombineerd worden, want aan beide gaat de redactie aandacht schenken. Een wedstrijdverslag na afloop van het OMK door een deelnemer is natuurlijk best leuk, maar niet als we ongeveer een week daarvoor ineens vernemen dat onze commandant liefst twee keer de Elfstedentocht schaatste. Dan is de keuze snel gemaakt.

Jan, na een lekkere, maar veel te korte vriesperiode is het inmiddels klip & klaar geworden dat een Elfstedentocht er weer niet in zit. We moeten het dus alweer met herinneringen doen, waarvan ik me afvraag hoe vers die bij jou nog aanwezig zijn. Ten eerste: wanneer of door welke trigger is bij jou als eerste het idee ontstaan om je überhaupt te gaan wagen aan deze monstertocht?

"Ik vond het schaatsen altijd al leuk en als jochie ging ik bij ons in Alblasserwaard de Molentochten schaatsen. Het was de tijd dat je vrijwel elke winter nog een ijsperiode van meerdere weken had. Die Molentochten hadden afstanden van 20 tot 70 km en ik kwam er pas later achter dat het uniek was dat die tochten allemaal uit één ronde bestonden, ook die van 70 km. De meeste schaatstochten worden bij langere afstanden vaak meerdere keren dezelfde ronde."

Daarna rijst dan bij mij de vraag hoe jij het schaatsen geleerd hebt, op welke leeftijd en hoe jij dat daarna hebt weten uit te bouwen tot langere afstanden?

Tot mijn twintigste was ik echt een autodidact. Begonnen op de slootjes en vijvers bij ons in de buurt en vanaf een jaar of twaalf, dertien ook de al genoemde Molentochten: acht kilometer op de fiets naar een startplaats, de tocht schaatsen en dan op de fiets weer naar huis. Ik zou willen dat ik dat nog steeds met zo veel gemak zou doen…. 

Duidelijk te zien, de molens in de Alblasserwaard.

De eerste keren was dat de 20/25 km en rond een jaar of zeventien was dat de grote ronde van 70 km. Toen had ik inmiddels wel een brommertje, dus dat scheelde fietsen. Op de ALO in Den Haag kreeg ik in het tweede jaar schaatslessen op de Uithof. Daarmee werd mijn techniek wel verbeterd!

Uit betrouwbare bron heb ik begrepen dat jouw debuut zou plaats vinden in het magische jaar 1985, omdat het toen 22 jaar geleden was dat de 11 steden schaatsend bezocht konden worden. Is waarschijnlijk een bijzonder verhaal om te lezen hoe jij uiteindelijk een van de vele tv-kijkers was?
In de aanloop naar de Elfstedentocht van 1985 lag er al een behoorlijke tijd mooi schaatsijs. Ik had dus al aardig wat keren de Molentochten gereden. Bovendien wilde ik steeds lange afstanden schaatsen, want die Elfstedentocht stond op het netvlies. Als je echter diep gaat bij het schaatsen en dan in de vrieskou, met natte kleren op je brommertje naar huis tuft, kan het zijn dat je ziek wordt en ik lag dus met koorts op de bank tijdens de Elfstedentocht in 1985. Dat feest op TV was vreselijk mooi, maar ik werd er alleen maar zieker van omdat ik er niet bij was. Ik nam me voor dat dit mij nooit meer zou overkomen. Hoe ziek ik ook zou zijn, de volgende tocht zou ik starten!

En toen 1986!! Twee jaar in successie de Tocht der Tochten en jij was er bij!! Wat een verhaal, toch??
Mijn trainingsmaatje van de judo, Arjen, kwam uit een schaatsfamilie. Zij bezwoeren mij dat ik echt lid moest worden van de Elfstedenvereniging als ik een volgende keer mee wilde doen. Onder die druk heb ik toen maar een kaartje naar Leeuwarden gestuurd en dat bleek goud waard. Ik was één dag later met opsturen dan Arjen en zijn familie. Zij hadden startnummers in de 8000 en ik had startnummer 15234, dat scheelde al bijna twee uur in starttijd! Uiteindelijk waren er 20.000 leden toegelaten, dus als ik een dag later was geweest, had het lidmaatschap waarschijnlijk aan mijn neus voorbij gegaan.

De winter van 1986 was weer een mooie schaatswinter en op een gegeven moment kwam de tocht weer in beeld. In die jaren werd overigens pas over de Elfstedentocht gesproken als het al enige dagen stevig vroor en niet, zoals nu, als de 14-daagse voorspelling de eerste mogelijke nachtvorst aangeeft. Ik heb toen een aantal lesdagen op de Sportacademie laten gaan en een keurig opgebouwd trainingsprogramma gevolgd. De eerste dag schaatste ik de 50 km Molentocht, de tweede dag de 70 km ronde en de derde dag de 70 en de 50 km achter elkaar. Vervolgens naar Leeuwarden, wat tevens de rustdag was, om tenslotte op de vijfde dag de Elfstedentocht te schaatsen.

Ik zat wel op de sportacademie maar we hadden nog niet de kennis van kleding, voeding en vocht zoals we dat nu hebben. Met een rugzakje met boterhammen, wat mueslirepen, twee liter vruchtensap en een paar reserveschaatsen vertrok ik tegen 09.00 uur uit Leeuwarden. In een katoenen trainingsbroek en met wollen sokken om de schaatsen voor de warmte. Dat laatste hielp overigens wel goed, want na twintig kilometer was dat een bevroren schil geworden die isoleerde en alle wind tegenhield.

Wat een ervaring! Eén groot lint van schaatsers met in elk dorp/stad die hossende menigte die ik van de TV nog herkende. Elke keer ongeveer een kilometer hossende menigte en dan weer een aantal kilometers polder. Natuurlijk kwam ik uitdagingen tegen. Ik had nooit last van mijn enkels gehad, maar nu al na 20 km. Ik heb nog een maand met dikke enkels gelopen. Na 100 km was het eten in mijn rugzak niet meer weg te kauwen en de vruchtensap was zo koud dat ik acuut maagkrampen kreeg als ik een slok nam. Maar die hossende menigte in elk dorp gaf weer energie en bij elke boerderij stond een standje waar iedereen warm water kon krijgen. Soms was er ook nog een theezakje doorheen gevlogen, HEERLIJK!!  

Onze koning, net niet snel genoeg om voor onze commandant te finishen!

Rond een uur of zes was ik bij Bartlehiem, op zo’n 160 km. Al aardig moe maar verder geen problemen. Het was echter donker geworden en de Dokkumer Ee was de week daarvoor kapot gevaren en nu dus vol met schotsen en scheuren. Had ik toen maar zo’n mooie hoofdlamp gehad die voor ons nu heel gewoon is. Ik heb in het donker heel wat scheuren gevonden en vele duikelingen gemaakt. Het tempo ging dus flink naar beneden maar uiteindelijk was ik in Dokkum geweest en rond negen uur weer terug in Bartlehiem. Nog 15 kilometer. Op het moment dat ik op de strobalen, en in het licht van een aantal mooie lampen, even een korte pauze nam voor die laatste kilometers, zag ik Gert, de vader van mijn trainingsmaatje Arjen langskomen. Zij waren met de familie rond 7 uur in de ochtend vertrokken en hij had lang met Arjen geschaatst. Na zo’n 130 km had die echter door vermoeidheid moeten stoppen. Van zijn vrouw en jongste zoon had hij geen idee waar ze waren (het was nog een jaar of tien voordat de mobiele telefoon zijn intrede deed). Later bleek dat zijn vrouw met bevroren oogleden van het ijs was gehaald. Zijn jongste zoon, die overigens vanwege zijn leeftijd eigenlijk niet mocht starten, was na zo’n 100 km uitgestapt.

De laatste kilometer hebben we gezamenlijk geschaatst, wel in het donker maar zonder scheuren en schotsen, wat heel veel tijd en duikelingen scheelde. Uiteindelijk zijn we rond 10 uur, een paar minuten voor W.A. van Buuren oftewel Prins Willem Alexander, samen over de finish in Leeuwarden gegleden.

Mooi was nog dat ik in die periode stage liep op een basisschool in Den Haag. Toen ik een week later daar weer ging lesgeven, werd ik als Evert van Benthem onthaald, met ereboog, welkomstlied en grote krans. Eerst wat ongemakkelijk maar later toch ook wel heel erg leuk.


Ten slotte, wat weet je je te herinneren van de editie in 1997 die onze spruitjesteler won. En was er een merkbaar verschil met de wedstrijd van 11 jaar daarvoor? Misschien beter getraind of door de opgedane ervaring beter of makkelijker de tocht uitgereden?

Het gekke is dat ik mij van 1997 eigenlijk veel minder weet te herinneren. Ik was toen zeker minder getraind, ik had sinds de Sportacademie geen kunstijsbaan meer gezien en de winters werden ook al minder. Ik schaatste eigenlijk alleen nog op natuurijs en dat is dus niet zo vaak meer. Wel had ik een rode baret 😊, ik zat sinds een half jaar op de Oranjekazerne. De kennis van kleding, voedsel en vocht was toen ook beter en ik ben dat jaar iets eerder gefinished (maar ik was ook wat eerder vertrokken). Inmiddels is de getraindheid bijna tot nul teruggezakt, dus een volgende tocht wordt afzien. Ik ga wel veel eerder starten. Ik zit inmiddels in startgroep 4 en dat scheelt in vergelijking met 1985, toen ik in startgroep 16 zat, toch drie uur!

Publicatiedatum: 31 januari 2019