Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 

25 JAAR ZANDLOPER
FAVO ARTIKEL ROB JANSEN: INTERVIEW FRITS OLDENBURGER

Wat vinden jullie uit 25 jaar Zandloper het meest bijzondere artikel en wat je graag nog eens terug zou willen lezen? En wat is de reden daarvan? Deze twee vragen werden voorgelegd aan voormalige hoofdredacteuren i.h.k.v. het 25-jarige bestaan van de Zandloper.

Rob Jansen koos voor “het artikel in Zandloper nummer 3, april. jaargang 1999: Panta Rhei. Een interview met burger docent Frits Oldenburger. Hij gaf hiermee de aanzet voor het jubileumboek in 2001, waar hijzelf ook aan meewerkte."

Rubriek:   Interview
Titel:        Frits Oldenburger: “Panta Rhei”
Schrijver: door aoo Rob Jansen sr

‘Waar zijn ze gebleven’ is een serie artikelen over collega’s die de dienst kort geleden of in het verre verleden hebben verlaten. Wat deden ze in het verleden en wat doen ze nu? In de vorige Zandloper was de beurt aan Gène Savelkoul met het artikel: Gène Savelkoul nog steeds een organisator pur sang. De volgende in de rij is mijnheer Frits Oldenburger, die jarenlang als burgerdocent mede het gezicht bepaalde van eerst de School Militaire Lichamelijke Opvoeding (SMLO) en daarna het Opleidingscentrum Lichamelijke Oefeningen (OCLO). De 71-jarige Frits Oldenburger is al weer bijna tien jaar met pensioen en is na Rolde en Bergen op Zoom neergestreken in Arnhem. Hij woont in het centrum van Arnhem in een ruim appartement, dat een schitterend uitzicht biedt op de Rijn. Veel verandert is hij niet, wat grijzer nog misschien. Zelf heeft hij daar een typisch voor hem beeldende uitspraak over: “Als je jong bent, ben je een lichaam en op oudere leeftijd heb je een lichaam.”

De eerste vraag in dit interview stelt Frits Oldenburger zelf: “Van welke klas was jij op de SMLO, want ik kan je niet meer zo goed plaatsen. Ik heb het nog nagezocht in de cijferboekjes, maar kon je niet vinden. “ Frits Oldenburger heeft een flink aantal cijferboekjes in zijn hand en slaat aan het zoeken. Gegevens over mijn tijd in 1968 op de SMLO heeft hij niet. Hij was mijn klassenmentor niet, maar een boekje van het OCLO biedt uitkomst en weet hij mij te plaatsen. Vervolgens staat hij op en komt terug met een tekening. “Dan moet deze tekening jou bekend voorkomen”. Dat klopt, want ik sta er zelf op. Een kleurentekening van een voetbalelftal in elf karikaturen uitgetekend door wijlen sgt I Peer Keizer. Daar was ik lang naar op zoek. Mijn dag kan niet meer stuk en helemaal niet, toen bleek dat Frits Oldenburger, hoe kan het anders, dit interview grondig heeft voorbereid.

Dhr Frits Oldenburger in zijn woning in Arnhem


Elf kantjes

“Ik heb zelf vast het één en ander op papier gezet, maar ik denk dat het iets te lang voor de Zandloper is geworden”, vertelt Frits Oldenburger en tovert een stapel met de hand volgeschreven vellen papier voor de dag. “Het zijn elf kantjes geworden’, gaat hij verder. “Maar misschien kun je er toch wat mee doen, neem ze maar mee.” De tekst van Frits Oldenburger blijkt van historische waarde te zijn en in overleg met hem besluit ik de redactieraad voor te stellen zijn verhaal in afleveringen in de Zandloper te laten verschijnen. Voor degenen, die Frits Oldenburger niet kennen, vast een biografie van deze bij leven al legendarische man.

Jeugdjaren

“Ik ben opgegroeid in Oude-Pekela”, gaat Frits Oldenburger van start om bijna niet meer stil te vallen. “Een parel in de veenkoloniën. Mijn jeugd was een aaneenschakeling van motorische activiteiten: fietsen, zwemmen, schaatsen, ijsschotsen lopen, voetballen (op straat en op de heide en later bij Noordster), handballen, turnen bij sv Sparta, slootjespringen, boomklimmen, bonenstokken stelen uit de tuin van de buurman om speer mee te werpen, aardappels aan buigzame twijgen prikken, die dan honderden meters ver werden weggegooid (en soms door een ruit gingen), vissen, tollen, hoepelen en knikkerend naar school.”

HBS

“In 1944 moesten we verplicht aardappelen rooien met de HBS in Bellingwolde en in 1945 heb ik als schippersknecht in de zeel van het turfschip getrokken om de arbeidsinzet in Duitsland te ontlopen. Ondanks de oorlogsjaren een geweldige jeugd gehad. En ik som met opzet dit zo rijkgeschakeerde motorische palet op, omdat in de huidige moderne verstedelijkte wereld veel van deze motorische activiteiten worden geblokkeerd. In dit opzicht zijn er duidelijke parallellen aanwezig met het boek van Geert Mak: Hoe God uit Torwerd verdween.”

Frits Oldenburger aan het werk als burgerdocent

 

Academie voor Lichamelijke Opvoeding

“Naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam ging ik in 1946,” gaat Frits Oldenburger verder. “Het was toen de eerste academie in Nederland met een vierjarige opleiding. Een fijne opleiding met veel algemeen vormende vakken als sociologie, cultuur- en kunstgeschiedenis en wijsbegeerte. Kanjers van docenten als prof Buitendijk, prof de Froe, prof Schulte Nordholt, prof Bladergroen, Kaspershoek en Rob. Toen ik in het tweede jaar was, kwam Rinus Michels ook op de academie. Hij paste voor de ontgroening. Hij was toen al midvoor in Ajax en het Nederlands elftal. Ik heb nog een jaar met hem getraind bij Ajax. Jack Reijnolds was toen de legendarische trainer. Hij haalde Ajax van de vierde klas naar de top. Oefenpartijen bestonden uit het aannemen en onmiddellijk weer afgeven van de bal. Lukte dat niet, omdat er geen vrijstaande spelers waren, dan moest jouw partij een strafrondje lopen. Je wint de wedstrijd, zei hij, als je één doelpunt meer maakt dan de tegenpartij. In Heerenveen werd deze uitspraak bevestigd. Na de historische 6-5 nederlaag in en tegen Heerenveen werd Rinus ‘s maandags op de academie met hoongelach ontvangen. Maar Reijnolds had gelijk. In 1950 behaalde ik de MO-P akte.”

Rinus Michels: succestrainer van het Nederlands Elftal in 1974 (met o.a. Ruud krol en Rob Rensenbrink)


De militaire vorming

Rekruut Oldenburger kwam in augustus 1950 op de Willem Frisokazerne te Assen. Frits Oldenburger: “Alle afgestudeerde MO-P-ers zaten in één peloton, het zogenaamde MLO peloton. De opleiding werd onder andere verzorgd door ex-KNIL militairen, die in hun gedachten nog volop bezig waren met de Politionele Acties in het voormalig Nederlands-Indië. Elke velddienstoefening was een crosscountry op handen en knieën. Daarna volgde de onderofficiersopleiding aan de Infanterie School te Harderwijk. In die jaren voerde daar de gevreesde kolonel Bouman het bewind. Hij controleerde persoonlijk de lessen en schoof eens een LO&Sportinstructeur aan de kant om te laten zien hoe je een hindernisbaan moest nemen. Over hem deed het verhaal de ronde, dat door één van zijn manschappen op hem was geschoten tijdens de Politionele Acties. Op rapport kreeg de man van hem veertien dagen verzwaard arrest, omdat hij op 25 meter zijn doel had gemist.”

“Vervolgens kregen we in 1951 onze functionele opleiding op de School voor Militaire Lichamelijke Opvoeding (SMLO) te Hooghalen. Het was dus niet School voor Lichamelijke Oefening, zoals ik vaak in artikelen in dit blad lees. Een typisch Freudiaanse vergissing trouwens, want wat je op een cursus niet ervaart, dat vergeet je. Het was de eerste kennismaking met de commandant van de School, kap Rijkens. Hij kwam, net als ik, uit het veenkoloniale gebied van Groningen, namelijk Stadskanaal. Het gebied waar de moeilijke jongens vandaan komen. Hij had rood haar met daarop een rode baret en op zijn bureau hing de volgende spreuk: Wee hem, die door iedereen wordt geprezen. Van dit alles ging veel dreiging uit. Toch zou ik later bijna twintig jaar onder hem dienen.”

Tewerkstellingen

“Mijn eerste plaatsing in 1951 was als sergeant bij de stafgroep Noord in Groningen,” schudt Frits Oldenburger vlotjes uit zijn mouw. “De bekende generaal Durst Britt was daar commandant. Als dienstdoend rayonofficier lag mijn werkterrein in Assen, Zuidlaren en Steenwijk. Nog in hetzelfde jaar werd ik overgeplaatst naar Assen. Ik was toen inmiddels bevorderd tot luitenant. Rinus Michels en Lou Bouwmeester kwamen daar toen op als rekruut. Michels zat in een infanterie peloton. De constructie van het MLO-peloton bestond niet meer. Kennelijk waren de ervaringen met dat peloton minder goed. De nieuwe sportzaal was toen net klaar en er mocht niet in gevoetbald worden. Bouwmeester hing echter bij mij en de kazernecommandant hele verhalen op over Ajax en het Nederlands elftal en kreeg voor elkaar dat Michels, hij en nog een paar kornuiten ‘s avonds in de zaal mochten ballen. Reeds op zeer jonge leeftijd gaf Lou toen al zijn visitekaartje af. Een paar jaar later zou ik acht maanden lang zijn klassementor zijn. Wat overigens het zaalvoetbal betreft: al na een paar avonden werd een thermostaat van de muur getrapt en was het ballen over en uit.”

Rinus Michels: succestrainer van het Nederlands Elftal

 

Hasselman

“Aan het einde van 1951 volgde de derde overplaatsing binnen een jaar en wel naar de 2 e Kaderschool Infanterie te Bussum. Een en ander was een uitvloeisel van het beleid van de toenmalige BLS, generaal Hasselman, die de toenmalige LO en Sport totaal overbodig vond. Hij was een voorstander van het Amerikaanse systeem. Wel sport, maar gegeven door gespecialiseerde, veelal burgerinstructeurs. De LO echter werd gegeven door de wapeninstructeur, die daarvoor een summiere opleiding kreeg op de kaderschool. Zijn bedoeling was om alle jonge wapeninstructeurs een opleiding van plusminus zes weken te laten volgen aan de SMLO te Hooghalen.”

Bijbetalen

“De Palmkazerne in Bussum had vrijwel geen sportaccommodatie, maar wel veel Koreagangers. In die jaren woedde de Koreaanse oorlog. Elke avond werden in de mess de meest gruwelijke en fantastische oorlogsverhalen verteld, en altijd omlijst met veel drank. In de mess werd niet contant betaald, doch alle bonnen gingen naar de zogenaamde betaalmeester, waar je elke maand je wedde ophaalde. Februari 1952 in Bussum zal ik nooit vergeten. Ik kreeg niet mijn wedde van tweehonderd (!) gulden, doch moest 25 gulden bijbetalen. Ik was gelukkig vrijgezel!,” grijnst Frits Oldenburger.

Solliciteren

“Begin1952 volgde de vierde overplaatsing naar de legerplaats Steenwijkerwold, nu de Johannes Postkazerne in Havelte. De legerplaats was nog in aanbouw en er was nog geen enkele sportaccommodatie. Een manschappen- kantine werd tijdelijk gebruikt als gymzaal en een heide vlakte geëgaliseerd tot sportveld. Tijdens mijn verblijf daar zijn twee gymzalen en de gravel-voetbalvelden gereed gekomen. Gelet op de Hasselmandoctrine ging ik druk aan het solliciteren om civiel aan de slag te komen. Maar iedere keer ontmoette ik plusminus honderd medesollicitanten. En omdat ik in Steenwijkerwold op een gegeven ogenblik een fantastische accommodatie had, verlengde ik mijn dienstverband met één jaar. Mijn toenmalige chef in Den Haag, majoor Verwalen, die daar met kap Storm de gehele LO en Sportorganisatie in de golven zagen verdwijnen, ontraadden mij deze diensttijdverlenging toen ten sterkste. Ik kreeg in Steenwijkerwold zegge en schrijve één instructeur toegewezen en wel de sgt Ted van Alkemade. Hij was niet alleen een ras moppentapper, maar ook een uitstekend lesgever en blonk uit in zijn man-handling. Vanuit een in de legerplaats gelegerd onderdeel dook ook nog een zekere sgt Meekel op, die in het KNIL zijn sporen had verdiend. Hij was één van de vele kleurrijke figuren, die ik mijn verdere loopbaan zou ontmoeten. Later op de SMLO volgde hij nog een zes maanden durende cursus voor  LO&Sportonderofficier. Hoewel hij toen al vijftig jaar was, volgde hij alle lessen zonder problemen en hoewel ik toen al enige jaren burger was, sprak hij mij een halfjaar lang hardnekkig aan als luit.“

Beeld uit de Korea oorlog


De SMLO

“Aangezien door het plan Hasselman de SMLO overspoeld dreigde te geraken met cursussen voor duizenden wapeninstructeurs, werd ik in 1953 voor de vijfde maal binnen drie jaar overgeplaatst en ditmaal naar de SMLO in Hooghalen. In 1955 werd ik burgerleraar en de mooiste, de meest bewogen en ook mijn meest productieve jaren lagen in het Drentse land. Totdat na 23 jaar de laatste maar ook de meest ingrijpende overplaatsing plaats vond naar de legerplaats Ossendrecht. Het lag op plusminus driehonderd kilometer afstand van Hooghalen in een soort wormvormig aanhangsel van Nederland. Ik was toen vijftig jaar en verhuisde met het gezin van Rolde naar de carnavaleske cultuur van Bergen op Zoom.,” zegt Frits Oldenburger zeker niet zonder enige ironie.

Het OCLO

De naam van de School voor Militaire Lichamelijke Opvoeding werd gewijzigd in Opleidingscentrum Lichamelijke Oefeningen. “Op deze naamsverandering viel weinig af te dingen, “ zegt Frits Oldenburger, “Maar toch! De eigen identiteit van de School was verdwenen. Het OC was ingebed in en gehouden aan de regels van de legerplaats. Geen eigen mess, geen eigen eetzaal. De intieme feestjes vonden in de koffiekamer van gebouw F plaats. Evenals de SMLO kende ook het OCLO goede en slechte jaren. En het goede moeten we onthouden en van het slechte dienen we te leren.”

VUT

“Mijn echtgenote en ik hebben nooit goed wortel kunnen schieten in het Zuiden en toen ik op zestigjarige leeftijd, dankzij de hulp van Wilmer en Jonckheere, met de VUT kon, zijn we vlot naar elders vertrokken. Rob Zimmermann was mijn laatste hoofdinstructeur, die op perfecte wijze in 1987 mijn afscheid organiseerde.

Dankzij informatie, ons verstrekt door de toen inmiddels tot kapitein gepromoveerde Ted van Alkemade, bewonen we nu een appartement in Arnhem aan de Rijnkade. Ik besteed veel tijd aan mijn functie als administrateur van de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex, waar we ook zelf wonen.”

Beeld van dit interview uit 1999

Vrije tijd

“Het lijkt vreemd, maar vrije tijd neemt af naarmate je ouder wordt. Je sportieve zaken blijven beperkt tot fietsen, surfen en langlaufen. Veldlopen op blote voeten behoren tot het verleden. Vroeger was je een lichaam en nu heb ik een lichaam. En dat is een groot verschil! Toch bekruipt me een zeker schuldgevoel als ik in de Zandloper lees hoeveel, een eveneens zeventigjarige, Bert Bakker nog doet voor het fysiek welzijn van andere mensen. Chapeau Bert!”

Epiloog

“En als ik in de herfst van mijn leven terugkijk op die 37 jaar in de KL, dan besef ik heel goed welk een geweldige baan ik heb gehad in vergelijking met vele burger collega’s, die soms moesten werken in gymzaaltjes van vijftien bij tien meter. De ruimte die je had en kreeg om creatief te kunnen werken. Vrijwel altijd gemotiveerde leerlingen, een overvloed aan materiaal, accommodaties en mogelijkheden en daarbij samen mogen werken met fijne collega’s, waarvan sommige, ondanks dat ze door mijn handen zijn gegaan, ver boven hun leermeester zijn uitgestegen. De unieke situatie van commandant en hoofdinstructeurs, die je eerst zelf acht maanden als leerling in de klas hebt gehad en die daarna de baas werden en wat nimmer problemen heeft gegeven. Het was een geweldige tijd, waarbij we, als we de mlo in zijn ontwikkeling en voortgang vanaf 1945 tot heden volgen, de Griekse schrijver Hesiodus gelijk moeten geven als hij stelt dat alles vloeit en wisselt en alles in wording is: Panta Rhei. “

Publicatiedatum: 21 december 2018

In Memoriam Frits Oldenburger

De nieuwe generatie LO&Sportinstructeurs zal de naam van Frits Oldenburger volslagen onbekend in de oren klinken, maar vanwege de waarde van Frits Oldenburger voor de LO&Sportorganisatie moet daar verandering in komen. Voormalig Cdt Henk Stuut schreef een indrukwekkend In Memoriam, die eer doet aan de betekenis van Frits Oldenburger voor ons bestaan.