Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


AFSCHEID NEMEN DOET PIJN

Door: Paul Lindeboom

Omdat ik als beloning voor mijn redactiewerk een lekkere taart cadeau heb gekregen, zonder dat daar een artikel aan ten grondslag lag, voel ik mij verplicht verslag te doen van mijn wedstrijd van afgelopen zaterdag, het NK Sprint voor Masters (750m zwemmen, 23km fietsen, 5km hardlopen).

Zondagochtend 19 juni. Ik heb er een heerlijke zwemtraining in het buitenwater opzitten en hijg wat uit op het strand. Op de dijk signaleer ik een man op krukken, met slechts één been. Hij krukt in een behoorlijk hoog tempo en mijn trainingsmaat weet te vermelden dat hij in training is om het wereldsnelheidsrecord 5km kruklopen aan te vallen. Zeg op dat moment in mijzelf “zie je nou dat je niet zo moet zeiken, Lindeboom”. Mijn kuit-, knie- en schouderklachten waar ik de afgelopen jaren door geplaagd wordt, lijken met een ander oog bekeken best mee te vallen.

Vrijdagavond 24 juni. Geen rust in mijn kont dus even een uurtje wandelen met tussendoor veel rek- en strekoefeningen. Een activiteit die ik steeds vaker gedwongen ben te ondernemen. Op de bospaden mijmer ik over mijn ruim 25 jaar lange triathloncarrière, waarin ik zelfs tweemaal aan een WK heb mogen deelnemen. Dat waren nog de echt lange afstanden (4km zwemmen, 120km fietsen en 30km hardlopen), ik ben inmiddels ‘afgegleden’ naar de 1/8-afstand, meer dan 5km hardlopen zit er niet meer in en train dit onderdeel slechts eenmaal per 7-14 dagen, omdat de dagen na een training niet meer prettig voelen. De trap af lijk ik 4 dagen lang echt een ouwe lul.

Finish WK 2008

Veteranendag
Nou ja, in de praktijk ben ik dat ook. Zaterdag 25 juni doe ik mee aan het NK Sprint voor Masters, en ga de competitie aan in de lftcat H55+. Qua niveau heb ik op het NK niks te zoeken, want zie mijzelf als een recreant met een wedstrijdinstelling. Geen enkel ander talent dan het halen van de finish, maar richt mijn leven zo goed als mogelijk in naar mijn geliefde sport. Train gemiddeld altijd wel rond de 10-15 uur per week, en doe dat met bezieling en veel plezier. Let daarnaast altijd op eten en drinken, op tijd slapen, regelmatig op bezoek bij sportmasseur Piet Leering, en naast de trainingen ook voldoende aandacht aan diverse spierversterkende oefeningen.

Waarom dat gemijmer en toch een NK? Het wordt mijn allerlaatste wedstrijd en omdat de stichting Zeewolde Endurance het NK Sprint voor Masters binnen haalde, leek mij dat wel een mooie wedstrijd om mee af te sluiten. Loop inmiddels al zo’n jaar of vijf te hinkepinken met dusdanig veel klachten, en kan nog slechts een 5km op de mat leggen met gebruik van Kinesiotape, pijnstillers, sportmassage en manuele therapie, dat ik eindelijk tot het inzicht gekomen ben dat ik moet stoppen met hardlopen. En dat doet vooral mentaal pijn omdat ik dan ook afscheid moet nemen van mijn sport, wat dus een zeer belangrijk deel van mijn leven is. Zuur wandelingetje.

D-Day
Zaterdag ‘s ochtends de wedstrijdspanning proberen te verdrijven met kijken naar de Olympic Distance. Prachtig weer, bijna te mooi. Ondanks een leuke wedstrijd met veel bekenden, gaat het in mijn maag behoorlijk te keer. Twee keer kakken op een ochtend is al bovengemiddeld, en mijn start is pas om 15:00 uur.
Tussen twaalf en twee geprobeerd lekker te ontspannen op de bank en dwaal af en toe weer even weg. Bedenk op enig moment dat mijn langdurige blessuregeschiedenis in een spannend jongensboek of een Amerikaanse feel-good-movie in een allerlaatste wedstrijd, waarin de hoofdpersoon realistisch gezien gaat strijden om niet laatste te worden, wel eens een onverwacht goeie klassering kan opleveren. Misschien wel een podiumplek. En als alles helemaal meezit een gouden medaille en kampioen van Nederland. Mijn allerlaatste wedstrijd liep anders.

Podium een droom?

Het hele jaar ben ik hier in mijn hoofd en in mijn trainingen mee bezig geweest. Dit is mijn hoofddoel en dit gaat straks, ondanks het zure gevoel, voelen als een bevrijding. Voor mijn doen behoorlijk veel korte, intensieve trainingen afgewerkt en kijk er ook daarom vreselijk naar uit. En kan het mij dus geen bal interesseren dat het precies één minuut voor de zwemstart begint te regenen. Meestal hoor ik voor een wedstrijd een of ander muzieknummer in mijn hoofd, nu hoor ik slechts regenspetters op mijn badmuts. En aanmoedigingen van mijn vrouw en mijn zwager.

Flashback. 1989. Mijn allereerste triathlonwedstrijd. Ik zit met mijn zwager in de Zeewolder brandweerkazerne, die pal naast de haven ligt, een broodje pindakaas te eten. Mijn zwager zit bij mij in hetzelfde handbalteam en heeft mij overgehaald in mijn dorp aan een triathlon mee te doen, een tak van sport waar ik nog nooit van had gehoord. Op voorwaarde dat hijzelf ook zou meedoen, zijn we een half uur eerder het water van de Aanloophaven in gedoken. We hebben net de 1500m zwemmen afgelegd en mijn schoonouders komen de brandweerkazerne in lopen. We keuvelen wat over ons zware eerste onderdeel als er iemand van de organisatie binnen komt lopen. “Zijn jullie uitgevallen?” is zijn logische vraag met als toevoeging dat iedereen inmiddels al vertrokken is op de fiets. Wisten wij veel dat je alle drie de onderdelen direct achter elkaar moest doen.

Ik duik het water in en begin direct met een voor mijn doen hoog armtempo om het niet te koud te krijgen, want heb gekozen om geen wetsuit aan te trekken. (Is een miskoop, zit veel te strak om mijn schouders.) Levert straks tijdwinst op bij de wissel…. Maar na 250m tijdverlies want voel te snel dat ik moet temporiseren, terwijl de 500m bij het NMK in Biddinghuizen zo lekker en makkelijk ging. Ik moet zelfs tweemaal even schoolslag doen om op adem te komen en, belangrijkste, de crawl ‘loopt’ gewoon niet lekker. De laatste paar honderd meter is het voor mijn gevoel ploeteren en harken om niet nog een keer op schoolslag te moeten overgaan. Ja daag, er staat hier veel te veel publiek langs de kant te kijken.
Na 15:54 kom ik op de havenkade terecht. Waardeloze prestatie voor een beetje triatleet, moet het maar proberen in een gunstiger perspectief te plaatsen door te vermelden dat ik geen zwemdiploma heb.

Snelle zwemwissel naar de fiets

Op weg naar mijn fiets passeer ik hardlopend op de kade direct al twee andere zwemklunzen en verdomd, ik heb voor mijn doen eens een vlotte wissel. De eerste minuut op het zadel voelt ook goed aan, ik zit gelijk in een lekkere cadans en heb een relatief rustige ademhaling.
Het unieke van de Zeewolde Endurance is dat de autoweg over de dijk naar Harderwijk volledig voor het verkeer mag worden afgesloten en dat geeft, ondanks de houding op het ligstuur, een geweldig uitzicht. Rechts het Veluwemeer, met het Dolfinarium op de achtergrond, links de polder met eerst tuinderijen en na een haakse bocht een mooi beschermd natuurgebied met waterplassen.
Na vijf minuten voel ik dat ik goeie benen heb, kan nog opschakelen en haal de een na de ander in. Een matige zwemmer heeft zo zijn voordelen.

De dijk af, de polder in en het feest is afgelopen. O
p een veerooster ga ik op een haartje na
onderuit, mijn achterwiel slipte onder mijn kont vandaan maar ik bleef gelukkig overeind - de fietser die ik net ingehaald had ging (hoorde ik later) wel hard onderuit en brak zijn heup. De kilometer na het rooster krijg ik het vermoeden dat ik een lekke achterband heb. Mijn voorkant voelt instabiel en ik beland tot twee keer aan toe in de berm terecht en de eerste bocht hierna kom ik nauwelijks door, mijn fiets lijkt slechts rechtdoor te willen. Ik laat mij uitrollen om af te stappen – het eerste wat ik denk is dat ik nu gelukkig niet hoef hard te lopen i.p.v. grote teleurstelling -, maar zit toch in dubio of ik niet met een afloper te maken heb omdat ik niet gelijk op mijn velg rij. Toch nog maar even rustig doorfietsen dan, en als je dan het besef krijgt dat het aflopen wel erg lang duurt, toch maar weer bijgeschakeld en op een vreselijke boerenlandweg vol met bagger en modderplakkaten, in de nog steeds stromende regen, nog wat andere deelnemers ingehaald. Hoorde na afloop dat het op de weg met het veerooster, mogelijk door olie van een trekker, spek- en spekglad was en dat meerdere deelnemers daar last hadden.

Gemiddeld toch nog 38 km/u kunnen rijden en al met al redelijk tevreden over mijn favoriete onderdeel.


Mobiliseren

Hardlopen was vroeger ook favoriet. In de tijd dat ik 40 minuten over de 10km liep, wist ik in een triathlonwedstrijd mijn verval altijd tot slechts een minuut te beperken. Inderdaad, ben een type stayer.
De laatste 5 jaar is dit afsluitende onderdeel iets geworden waar ik tegen op ben gaan zien. Genieten heeft plaats gemaakt voor afzien, en niet pas in de laatste kilometer maar al snel na het begin.
Vandaag gaat het echter redelijk goed en heb gelijk een vlotte pas, zonder dat mijn hart gelijk in mijn keel zit. Bizar hoe zo’n klein stukje tape een niet-functionerende spier of pees kan ombuigen in een snel accelererende turbo: de eerste ronde van 2,5km gaat in 11:45 en ik begin te geloven in een redelijke klassering. Bij het ingaan van de tweede ronde zie ik een van mijn directe concurrenten op slechts 100m achterstand, dat motiveert om nog een beetje te versnellen. En er lijkt nog wat superbenzine in te zitten…..
De tank met tegenslag blijkt echter ook nog niet leeg te zijn. Ik blijk achteraf in mijn eerste loopronde een soort Johan Cruijff te zijn geweest bij een 4-1 stand in zijn afscheidswedstrijd tegen Bayern München en dat ook ik vandaag geen enkel moment mag genieten van mijn laatste wedstrijd. Ik voel binnen een tijdsbestek van 50m mijn kuit opspelen tot een bijna-kramp en wordt ik gedwongen tot wandelen en rekken. Afscheid nemen doet vooral fysiek pijn.

Met zoveel ellende in een wedstrijd zou je wel kunnen janken van nijd of verdriet, zolang hiervoor getraind en er zoveel voor gedaan, maar moet nu alles in mijn lichaam mobiliseren om de finish te halen. Ik zie in het achterveld nog veel deelnemers naderen en wil vandaag kost wat het kost geen laatste worden. Rekken, wandelen, hinkelen, strompelen en ook af en toe weer proberen iets op hardlopen te laten lijken. Zie gelukkig de finishboog al wel in de verte, maar deze 1,5km lijken drie keer zo lang te duren. De laatste 300m lijkt dat ineens ook weer te lukken, publiek langs de zijlijn doet wonderen. Positief gedacht weet ik toch nog een top-10 plek te bemachtigen, realistisch gezien ben ik op een na laatste. Wie zong er ook al weer “het regent harder dan ik hebben kan”?

Finish in de regen

Nasmaak
Zondag doe ik een herstelritje naar mijn (schoon)moeder. Op de terugweg de laatste 25km in de regen. Mijn eerste dag in mijn nieuwe leven als ex-triatleet smaakt ook al niet naar meer. Gelukkig heb ik nog een prettige nasmaak van de taart in mijn mond en is mijn hoofddoel voor 2017, de Alpentour Trophy in Schladming, al gepland. Als die krukloper niet opgeeft, dan ik toch zeker ook niet?