Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


HANDBALHYPE NEDERLANDS HOOGPUNT,
MEDE DOOR SJORS RÖTTGER

Door: Henk Stouwdam NRC 22/12/15

Ben je nummer twee van de wereld, zoals het Nederlands vrouwenhandbalteam, dan verlaat je het WK ondanks de teleurstelling van de verloren finale met een trots gevoel. Terecht, want je hebt bijna het hoogste bereikt. Wat wil een sporter nog meer? Dat mooie resultaat consolideren. Hoe het Nederlands Handbalverbond dat wil gaan doen? „Rustig blijven”, zegt voorzitter Tjark de Lange, „en voortgaan op de weg die we tien jaar terug zijn ingeslagen.”

HandbalAcademie

Het draait er vooral om de HandbalAcademie in stand te houden, waardoor voor talenten de opleiding gegarandeerd blijft en zij hun carrière kunnen voortzetten bij een topclub. Helaas nog in het buitenland, zegt De Lange. Maar als het aan hem ligt volgt op termijn een opwaardering van de Nederlandse competitie, het liefst in de vorm van een sterke profliga, maar hij beseft dat het een ideaal voor de verre toekomst is.

Bond is uit de rode cijfers, maar manoeuvreerruimte blijft beperkt

De Lange erkent dat de fundering voor het huidige succes is gelegd door Sjors Röttger, een man die de handbalsport in Nederland in vele functies heeft gediend. De huidige technisch directeur van het verbond bedacht de HandbalAcademie, na als bondscoach van het vrouwenteam in 2005 de vijfde plaats op het WK te hebben behaald. Ook dat was destijds een historisch resultaat, dat Röttger niet wilde laten verwateren bij de amateuristisch geleide clubs. Hij vond dat er één plek moest komen waar talenten konden wonen, trainen en studeren. Waar anders dan op Papendal, waar het begrip nationaal sportcentrum wel een goede invulling kon gebruiken, meende Röttger. Nadat hij Charles van Commenée als technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF enthousiast had gemaakt, was de HandbalAcademie snel gerealiseerd. Het pact van beide idealisten leidde in 2006 tot een bijzonder project, waar jonge handbalsters tegen een eigen bijdrage van enkele honderden euro’s per maand vier dagen vullen met trainen en studeren. Op vrijdag keren zij terug naar hun club voor een training en een wedstrijd in het weekeinde.

In buitenlandse competities

Tien jaar later blijkt de HandbalAcademie één groot succesverhaal. Vele speelsters hebben hun weg naar buitenlandse competities gevonden. De opleiding is vooral profijtelijk voor het nationale team. Tien speelsters van de WK-selectie komen voort uit de HandbalAcademie. En nu is Nederland nummer twee van de wereld. Waarmee het gelijk van Röttger is aangetoond. Breed grijzend vertelt hij dat vele toplanden, waaronder een handbalgrootmacht als Duitsland, de Hollandse school willen kopiëren. Bondsvoorzitter De Lange hoopt na het succesvolle WK ook iets in Nederland teweeg te kunnen brengen. Dat alle WK-duels van Nederland door Ziggo Sport live zijn uitgezonden, ziet hij als een begin. De plannen om het WK-succes commercieel uit te venten zijn al geschreven. De Lange beseft dat de realiteit soms weerbarstig is, maar hij wil zijn hoofd niet bij voorbaat in de schoot leggen. „Je moet ergens beginnen. Maar vooral rust bewaren. Voor je het weet heb je de verkeerde contracten getekend.”

Failliete boedel

De Lange heeft in de vier jaar dat hij het handbalverbond leidt geleerd realistisch te blijven. Bij zijn aantreden bleek hij leiding te geven aan een bijna failliete boedel. Een organisatie die als gevolg van het EK onder 19 jaar uiteindelijk met een schuld van 1,5 miljoen euro zat opgezadeld. Die rode cijfers zijn weggewerkt, maar de manoeuvreerruimte voor de bond blijft beperkt. Om die reden weigerde De Lange zijn medewerking aan de wens van de handbalsters om zich een jaar lang intern voor te bereiden op de Olympische Spelen in Rio. „Veel te duur”, verklaart hij zijn afwijzing. „En zelfs al hadden we het kunnen betalen, zou het de vraag zijn geweest of je dat plan had moeten steunen. Wat is belangrijker is: teamsucces of de continuïteit van de opleiding?” De werkelijkheid is dat de internationals zich met een onkostenvergoeding naar de wereldtop hebben gewerkt. De Lange is benieuwd of dat zal veranderen. Meer interesse voor sponsoring ligt volgens hem voor de hand, en waarom zouden gemeenten en provincies niet samen met regionale firma’s een club steunen? Alleen zo kan volgens De Lange een sterke competitie ontstaan. „Daar moet de professionalisering tot stand worden gebracht. Clubs willen, maar die moeten wel wat geholpen worden.”