Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


DE SCHERMSCHOOL VAN
MAÎTRE KRAAK

Door: Piet Leering

Maitre Kraak trots met zijn kampioenen. Piet Leering zit tweede van links.

Het NSF diploma betekende voor mij het begin van de schermsport. Vol bewondering keek ik altijd naar de rijen kleurige lintjes die de diverse militairen op hun DT hadden gespeld. Als jong sergeant leek het mij interessant om ook zo’n lintje mijn DT te laten opsieren.

Al snel kwam ik er achter dat je een lintje kon verdienen door een NSF diploma te halen. Voor dat NSF diploma moest je een aantal atletiekvaardigheden beheersen. Dus maakte ik kennis met het LO/Sport bureau van de kazerne waar ik na de KMS was gelegerd. De Generaal-majoor Koot kazerne. Naast de atletiek vaardigheden moest je ook een zelfverdedigingssport beoefenen. Na enig beraad koos ik voor het schermen.

Oude Rinoceros
Mijn eerste les was van de Aooi LO/S Mes. Hij hees mij in een kartonnen omhulsel dat hij schermvest noemde. Het was zo stug als de huid van een oude rinoceros. De kleur van het vest had het midden tussen wit en de zonsondergang. Ik kreeg een oud soort bokshandschoen aan, een bruine helm op en mijn eerste schermwapen, de sabel, werd in mijn hand gedrukt.

“ Het is voor de veiligheid”, mompelde de adjudant toen hij zag dat ik me verwonderde over de erg degelijke kwaliteit van het beschermingsmateriaal. Hij klopte op het vest en zei: ”hier kan je gerust op wezen”. Deze woorden gaven me echter geen rust, in tegendeel. Ik dacht aan een zin uit een komische televisie serie met Rijk de Gooijer toen hij zei :”zeg er vallen hier toch geen dooien?”

Natte Schildpad
Mijn eerste les herinner ik me goed. Pasje voor, pasje achter. Hand goed naar buiten, sabel recht naar voren. Uitvallen en pasje terug. En toen mocht ik mijn leraar mijn eerste “houw kop” geven. En dat deed ik onder het mom van: zal hij merken hoe enthousiast ik ben. Misschien iets te enthousiast want ik zag hem naar zijn achterhoofd grijpen. Hij deed zijn masker af mompelde: “niet te hard jong anders sla je me het ziekenhuis in!” Het gevolg was dat ik na 45min vest nog aan, als een natte schildpad naar buiten kroop. Enkele striemen op mijn rug, hoofdpijn van de houwen op mijn kop rijker, maar ik was verkocht en verknocht.

Lagere klassen??
Voor het NSF diploma moet je echter ook partijen schermen. “Dat kan bij de K.O.O.S. De Koninklijke Onder Officier Schermbond” sprak adj. Mes. Dus zo werd ik begin jaren ‘70 lid van de K.O.O.S . 
Het eerste wapenfeest en mijn eerste wapenfeit, de herinnering staat me nog voor de ogen. Letterlijk en figuurlijk. De treffers en de schermers vlogen me om de oren. Als ik eens overwoog een treffer te maken, zagen mijn tegenstanders dit al lang van te voren aan komen, staken de sabel uit en liep ik in de punt. Het eindigde zonder noemenswaardige punten in twee rondes schermen. Met enige hoop vroeg ik aan de deelnemers of er ook lagere klassen waren om in te schermen. Men moest lachen. ”Dit is de 2e klas en laagste, hoger zijn de 1e klas en de Hoofdklasse”. Mijn moed zakte in de schoenen maar ik wist op dat moment, dit zal me nooit meer gebeuren.

Loodzware trainingen o.l.v. Piet Kraak

Enkele jaren later verhuisde ik naar Nunspeet. Inmiddels had de sport me gegrepen en ik was LO/Sportinstructeur geworden. De sport had me ingepakt. Maar ook het schermen. De schermsport stond op een laag pitje, maar diep in mij wist ik, dit gaat het worden. De treffers die ik gekregen had in mijn eerst schermweek voelde ik nog steeds. Mijn diep verstopte eer vroeg om actie. Dus ik werd lid van schermvereniging Valiant in ’t Harde. Daar maakte ik kennis met Kapt LO/S Kraak.

De blik, de lach en de persoon
Mijn vrouw is in Indonesië geboren. Ze is een Indische-Nederlandse. Dus enigszins bekend met de blik van “de stille kracht” waarmee Indische Nederlanders soms naar een volbloed Nederlander kunnen kijken, herkende ik wel. Maître Kraak kon ook met zo’n blik recht in mijn schermziel kijken. Hij wist wat ik wilde en wist wat ik kon. Hij wist wat hij met mij moest doen en hij deed het. Als ik na een zware training smachtte naar wat rust of een pauze, deed hij zijn masker af en keek en zijn ogen spraken: ”Jij bent toch een sportinstructeur?” En daarna: “Neem een slok water en dan masker op!”. Hij schoof zijn masker voor zijn ogen en verder ging het.

In het begin was ik veel te enthousiast en verwarde snelheid met kracht. Ik herinner me een keer dat ik met zoveel geweld een houw-kop uit deelde, dat de maître vertwijfeld naar zijn achterhoofd greep, zijn masker afdeed, mij aankeek met die blik in zijn ogen en vroeg: “Wil je me in tweeën slaan?” Hevig schuldig antwoordde ik; “nee Maître, maar u deelt de pijn dan wel met zijn tweeën”. Zijn blik veranderde en een sprankelende lach kwam op zijn gezicht. Daarna antwoordde hij; “Ok, vandaag wordt het dus twee tegen één”.

Wat een persoon dacht ik. Daar ga je voor het in het vuur. Het werd dan ook een training die twee keer zo lang duurde. Ja, zo leerde ik schermen.

Meer en meer trainen
In de avonduren trainen bij Valiant en vaak ook in de vrije uurtjes die ik kreeg tijdens mijn werk bij de LO/Sportgroep van de Gen Winkelman kazerne. Snel naar de LO/Sportgroep van Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde rijden om nog meer te trainen. Langzaam verdwenen de herinnering aan de treffers uit het eerste KOOS wapenfeest en mijn vertrouwen groeide.

Naschrijft redactie: dit was slechts de intro uit een lang verhaal dat Piet Leering schreef voor het blad 'Redoublement' van de KMSV. Wil je het gehele verhaal lezen, klik dan hier voor de pdf-download.