Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


TEVEEL HOOI OP JE VORK
GTST IN SCHAARSBERGEN

Frummelend aan zijn plastic koffiebekertje zit Everon Jackson Hooi te wiebelen op zijn stoel in de kantine van de sporthal van de  Oranjekazerne in Schaarsbergen. “Nee, ik ben er niet klaar voor”, lacht hij nerveus als majoor Caspar en sergeant-majoor Michiel vragen of hij er zin in heeft. Everon zal zich vandaag gaan meten met de sterksten van het land: de mannen van 12  Delta Compagnie van de Luchtmobiele Brigade.


Rennen, liggen, schieten

Makkelijk zal het niet worden. De Luchtmobiele Brigade biedt huisvesting aan de sterkste en stoerste mannen van het land. Of zoals ze hier in de woorden van sergeant-majoor Michiel zeggen: “Wij zorgen ervoor dat de fysieke en mentale weerbaarheid van de mannen zo groot mogelijk is.” Van beide gaat Everon vandaag proeven en dat tovert een onuitwisbare grijns op Michiels gezicht. “Je gaat het zwaar krijgen”, zegt hij grinnikend.

Buiten de sporthal krijgt Everon een groene overall aan met een scherfvest eroverheen; in het scherfvest gaan twee platen van vijf kilo. Net een echte soldaat, ware het niet dat Everons gloednieuwe, pijlsnelle, spierwitte sneakers fel afsteken tegen de donkere legerkisten van zijn vrienden van vandaag. Afwachtend kijkt hij wat rond en friemelt wat aan zijn scherfvest. “Ik ben hier níet klaar voor”, mompelt hij tegen niemand in het bijzonder. Geen keus, want het echte werk gaat beginnen.

Met een oefenwapen om zijn schouder, duikt hij met de mannen mee: “Rennen, liggen, schieten!”, roept de instructeur. De mannen gaan zo snel dat Everon nog niet staat of de anderen rennen alweer. Een vriendelijke maat helpt hem en samen rennen ze het veld over. Dit is niet spelen, dit is geen simpele workout: dit is voor het echie. Nu al.

“Dit is echt ongelofelijk”, zegt Everon rennend terwijl het zweet in straaltjes van zijn voorhoofd loopt. “Ik ren normaal gesproken nooit en nu lijkt dit de enige manier van voortbeweging.” Een soldaat schiet hem te hulp: “Dit zijn je rustmomenten, probeer te herstellen. Gewoon rustig door blijven ademen.” De paniek staat in Everons ogen. Rustmoment?!


Hindernissen

Zijn ogen worden alleen maar groter wanneer de hindernisbaan voor hem opdoemt: hoge muren, laag prikkeldraad en ontzagwekkende hindernissen staan verdeeld over een groot grasveld. Nog voordat Everon de kunst af heeft kunnen kijken, is de eerste groep al over de hindernissen. Everon haalt diep adem en duikt er vol in: een muurtje over, een ladder omhoog en tijgerend door het zand. “Lekker Everon!”, roepen de manschappen. “Klein stukje nog!” Bij het laatste obstakel grijpt Everon dankbaar de hand van een militair die hem omhoog trekt.

Terwijl Everon op zijn hurken uitpuft zit te puffen, hebben de soldaten de tijd van hun leven: “Goede tijden, slechte tijden, nee het leven spaart je niet”, klinkt het uit lachende soldatenkelen. Grinnikend staat Everon op: met deze positieve energie kan hij nog wel even. “We gaan nu het laatste stukje doen”, zegt Michiel. “Geef me nog één minuutje, oké?”, zegt Everon terwijl hij zweet met zijn mouw uit zijn ogen veegt. Ineens is het muisstil op de hindernisbaan. Tientallen soldatenogen staren als hertjes in de koplamp van een auto Everons kant op. Zacht klinkt geroezemoes. Michiel grijnst: “Hoor ik nu iemand om extra rust vragen aan de sergeant-majoor? Iedereen in opdrukhouding!” Half mopperend, half lachend ondergaan de militairen, met Everon balend achteraan, hun straf.


Geen gedril

Rennend naast de hindernisbaan, is Everon verbaasd over de sfeer in de groep. “Het gaat er zo gemoedelijk en vriendschappelijk aan toe, het is helemaal niet dat gedril zoals in de film.” Niet meer in deze fase, weet Michiel. “In de opleiding moet ik ze nog strak houden, maar dat hoeft op dit niveau niet meer. Deze mannen zijn professioneel en gedisciplineerd.” Dat blijkt uit alles vandaag. Er wordt pootje gehaakt, er wordt gelachen, maar als de sergeant-majoor spreekt, wordt er geluisterd. Ook als de mannen daarna op een drafje naar de volgende opdracht rennen (niet wandelen, nóóit wandelen). Hiervoor is een houten balk van 6 meter hun grootste vriend en vijand. Eerst moeten ze de balk over een touw zien te krijgen zonder dat touw aan te raken. Het gaat vlotjes, vloeiend. Er valt geen onvertogen
woord en er worden direct oplossingen gezocht als zich een probleem aandient. Verbazingwekkend om te zien hoe snel alles gaat en hoe oplossingsgericht en efficiënt er wordt samengewerkt. Everon: “Ik had hier nog minstens een halve dag gestaan om te bedenken hoe ik die balk in godsnaam over dat touw zou moeten krijgen.”

En dan is het weer rennen met de balk. Om de beurt moeten de militairen de balk een paar meter op hun schouder achter zich aanslepen. Niet te doen, blijkt al snel. Na drie seconden wordt een zichtbaar uitgeputte Everon afgelost door één van de anderen. “Het was zó zwaar”, zegt Everon later nog nahijgend. “Toen de balk werd overgenomen, voelde ik me direct stukken lichter.” Als er even gewacht moet worden op een schoonmaakwagentje dat oversteekt, staan de soldaten stil. Maar niet on Michiels watch: “Wat zijn we aan het doen? Niks? Op de grond! Tien push-ups!” In koor telt de groep af van 10 naar 1. “Balk weer pakken! Komaan!”

Uithijgen

Uitgeput stort Everon op de blauwleren bank in de kantine van de kazerne. “Jullie zijn echt bikkels, machines. Je wilt niet weten hoeveel respect ik heb.” Zo stuk gaan, waar is dat nou goed voor, Michiel? “Het is mijn taak om de mannen zo sterk mogelijk te krijgen, voor een uitzending of een oefening. Het fysieke gedeelte is afzien, dat is zwaar, maar erg belangrijk. In een oorlogsgebied moet je goed kunnen reageren op gevaar als je bijvoorbeeld een huis binnenstapt of aangevallen wordt. Dan kun je natuurlijk niet even één minuutje rust nemen. Door veel te trainen, zorgen we ervoor dat
de handelingen echt ‘erin’ zitten. Het moet op instinct gaan.” En dan moet je op elkaar kunnen rekenen. Dat beaamt een militair die lachend naar Everon kijkt. “Je gaat met z’n allen door dezelfde shit, dat maakt je samen sterker.”

Een van ons

Dan vindt Michiel dat
het tijd is om Everon een mentale opsteker te geven. Temidden van de militairen krijgt hij hetzelfde blauwe shirt met het logo van de compagnie dat de mannen al de hele dag dragen. Supertrots en onder de indruk stamelt Everon maar één woord uit: “Supervet... supervet.”

De bokstraining die daarop volgt gaat Everon iets beter af. Duidelijk meer in zijn comfort zone komt hij goed mee met de groep. Maar de vermoeidheid begint parten te spelen. “Ik heb nog nooit in mijn leven zo hard getraind”, puft Everon. “Normaal ga ik een uurtje naar de gym, dan douchen en weer naar huis. Dit is echt heel anders.” Dat beaamt Caspar ook: “Je kunt nog zo veel trainen in de sportschool als je wil, maar bij ons komt meer kijken dan alleen kracht. Het is heel veel rennen, altijd in beweging zijn en altijd met een hoop gewicht bij je.” En dat is te merken. Everon: “Dit is by far het zwaarste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan.”

Klimmen

Het zwaarste moet nog komen. Voor het eerst die dag wandelen we ergens naar toe: een klimtoren van 20 meter hoog. Everon klimt naar 10 meter en moet vanaf daar naar een net springen dat 3 meter verderop hangt. “Geef me even, ik moet even tot mezelf komen nu”, zegt hij zacht. De spanning is van zijn gezicht te lezen. Eerder legde Michiel uit dat de toren een cruciaal onderdeel is van de mentale weerbaarheidstraining. “We testen onze mannen en vrouwen op stressgevoeligheid. Wat doet de hoogte met je? Als je in een oorlogsgebied een onverwachte situatie tegenkomt, kun je geen stress gebruiken. Daarom trainen we onze soldaten daarmee om te gaan. De een begint te ratelen, de ander verstijft helemaal en kan geen stap meer verzetten.” Everon is een combinatie van die twee categorieën. Hardop praat
hij zichzelf en zijn verstijfde benen moed in. “Kom op Everon, je kunt dit. 3, 2, 1...” en dan springt hij toch niet. Michiel moedigt hem aan en ook een paar soldaten die op de grond staan spreken hem toe. “Gewoon springen, er kan niets gebeuren!” En ineens, met een enorme sprong, grijpt Everon het net krachtig vast. Dat is één.

Nu begint het pas. Op 20 meter hoogte moet Everon over een balkje van 15 centimeter breed lopen. Onder de indruk van wat hij tot nu toe allemaal al kon, gaat dit zonder al te veel ophef. Michiel coacht hem elke centimeter vooruit. Opgelucht haalt Everon adem, totdat hij de pretogen van Michiel ziet. Wat nu dan? Michiel gebaart naar een touwladder die 2 meter van het plateau waarop ze staan hangt, de diepte in. “Dat ga ik écht niet doen”, bibbert Everon. “Dat gaat me echt te ver.” Met zachte dwang praat Michiel Everon voorzichtig om. “Je zit goed gezekerd, alles zit vast. Je kan het. Je hoeft alleen maar door je benen te zakken en naar voren te springen.” Zeker twintig minuten verzamelt Everon alle moed uit elk hoekje van zijn lichaam. Zijn spieren spannen zich om te gaan springen en ontspannen dan toch weer. Hij blijft stokstijf staan.

Michiel blijft kalm en rustig op hem inpraten. En dan, ineens, springt Everon als een leeuw op zijn prooi naar de ladder. Van plan om ‘m nooit van z’n leven meer los te laten. Vanuit het nabije gebouw en vanaf het plateau klinkt luid applaus.

Eenmaal beneden zakt hij emotioneel door zijn benen. Uitgeput ligt hij op het gras, terwijl op zijn gezicht verrassing, opluchting en totale verwondering om de voorgrond vechten. “Ik houd me nog groot, maar ik ben echt heel emotioneel. Dit is echt het engste wat ik ooit heb gedaan. Wat een overwinning.” Als een trotse vader helpt Michiel Everon overeind en slaat hem op de rug. “Goed gedaan, topper!” Met tranen in de ogen kijkt Everon Michiel aan. “Jij bent echt heel goed. Zonder jou had ik het echt nooit gedaan.”

We keren de kazerne de rug toe, onder de indruk van alles wat zich hier vandaag heeft afgespeeld. “Het is niet normaal hoeveel respect ik voor die gasten heb”, zegt Everon. Zo sterk, fysiek én mentaal, en op alle gebieden geschikt om ons land te verdedigen, waar ook ter wereld. We kunnen weer rustig slapen vannacht. De stoerste mannen van Nederland waken over ons.

Bron: #One (een uitgave van de sectie Communicatie van 11 Luchtmobiele Brigade) Publicatiedaum: 11 juli 2016

.