Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


DE PEN
AFLEVERING 12: MICHEL HAM

 

Enige tijd geleden kreeg ik van Bert Wennekes ‘de Pen’ toegespeeld. Bert, hiervoor mijn dank! Na een kort onderhoud met Paul Lindeboom werd de opdracht duidelijk. Een stukje dichten waar mijn ijshockey achtergrond en mijn jeugdtrainerschap bij rugbyclub Dwingeloo de ingrediënten moesten zijn. Nu ben ik noch in de ene sport, noch in de andere een grote topper geweest. Ik moet de lezer dan ook gaan teleurstellen, want u gaat geen grote wapenfeiten terugvinden in dit stuk. Iets wat bij de meeste schrijvers in deze rubriek wel het geval is. Top verhalen over grote sportprestaties, dan wel een roemrijk trainerschap of iets dergelijks. Helaas niets van dit alles.

Ja, ik heb veel sporten beoefend, waar contact een dingetje was (is). In willekeurige volgorde waren dit onder andere ijshockey, kickboksen, veldhockey, teakwondo en vrij recent het rugby, waarbij ik voornamelijk train en niet deelneem aan een competitie om meerdere redenen. Ik lijk dus een patent te hebben op sporten, waarbij het ‘bitje’ als beschermingsmiddel een gewenst item is! Wat mij in al deze sporten in ieder geval aansprak en nog steeds aanspreekt, is het directe contact met de tegenstander. Iets, wat de ‘battle’ een andere dimensie geeft.

Over het ijshockey kan ik vrij kort zijn. In verschillende fasen van mij leven kwam het ijshockey voorbij. In de jeugd een aantal jaren als goalie (keeper), in mijn studententijd een aantal jaren als verdediger en in de begin jaren als onderofficier heb ik ook nog kort gespeeld. Later werd het spelen bij een club door de dienst onmogelijk. Nog steeds als het begint te vriezen, begint mijn bloed te koken. Als de natuurijsbanen dan ook eenmaal open gaan, vervallen dan ook (bijna) alle regels in ‘huize Ham’ en ben ik met mijn zoon op het ijs te vinden met stick en puck.

Ten aanzien van het rugby ligt het net even anders. Via mijn zoon ben ik op de rugbyclub in Dwingeloo beland. Zelf werd ik ook weer getriggerd om het sporttenue weer aan te trekken. Naast het feit dat ik het nog steeds erg fijn vind om met een groep kerels buiten te sporten, heb ik ook een jeugdgroep opgepakt die ik wekelijks train. 

Het is erg leuk om weer als trainer/ lesgever te acteren met een doelgroep die, in tegenstelling tot het verleden, bestaat uit kinderen tussen de 8 en 10 jaar. In het rugby wordt deze leeftijdsgroep ‘mini’s ‘ genoemd. Het aanbrengen van structuur, het hebben van een duidelijk doel, inzicht in hun spel en een handje vol pedagogiek, hebben inmiddels de vruchten afgeworpen. In het Noorden zijn wij onverslaanbaar op dit moment en de landelijke toernooien zijn een welkome afwisseling, omdat we daar sterkere tegenstanders treffen. Een keer verliezen is van tijd tot tijd niet verkeerd om de mannen scherp te houden. Het vormen van jonge ‘atleetjes’ in fysieke en mentale zin, in een contactsport, is erg leuk en geeft me veel voldoening. De ‘mannen’ zijn ook nagenoeg altijd paraat, in weer en wind zetten ze zich iedere keer weer maximaal in. Ook in deze rol heb ik veel profijt van mijn militaire LO/Sport achtergrond en merk ik, dat wij een meerwaarde kunnen zijn binnen het verenigingsleven.

De volgende pen gaat richting Muuk Harmsen. Hij staat op het punt om naar Bad Reichenhall te vertrekken en daar de functie van C te gaan bekleden. Hij heeft wellicht al een aantal ideeën aangaande zijn functioneren daar. Het is een product wat met ‘kunst en vliegwerk’ behouden is gebleven voor 2016 en het is ook een product wat hier erg gewaardeerd wordt binnen 43X (m.n. in het kader van vorming). Wellicht is Muuk genegen hier iets over te dichten.