Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


DE PEN

AFLEVERING 1: ANDRÉ WIJNBERGER

Idee

Wanneer je een idee hebt en dat met anderen deelt, is het bijna gewoon dat jij ook ‘eigenaar’ bent. Zo ook nadat ik het idee met Paul Lindeboom had gedeeld om ‘de Pen’ maar weer eens uit de doos te halen. Voor degene die deze traditie niet kennen;  in het verleden - toen we nog gewoon de Zandloper als blad hadden-  schreef iemand een artikel en gaf daarna ‘de Pen’ door aan iemand anders met een bepaalde ‘schrijfopdracht’. Ik kreeg van Paul de ‘opdracht’ te schrijven over mijn eigen sportverleden, dit in het kader van het recent gehouden WK Zwemmen. Niet dat ik ooit een WK heb gezwommen, maar ik was een redelijk verdienstelijk zwemmer op nationaal niveau, vooral op de lange afstanden.

De sigaar

Als Veenendaler zwom ik natuurlijk bij het toen bekende VZC Ritmeester. De sigarenfabriek stond toen nog in ons dorp en was een goede sponsor voor die tijd, we konden met hun bedrijfsbus stad en land afreizen voor de wedstrijden. Ik trainde 11 uur per week, iedere schooldag twee keer, ’s ochtends van 06.00 – 07.00 uur en ’s middags nog eens van 17.30 – 18.30 uur. Zaterdagochtend ook nog een uur en dan op zaterdagmiddag en zondag een wedstrijd met verschillende nummers. Dat betekende ook ’s avonds vroeg het bed in en ergens tussendoor nog wat voor school doen…

Mijn eerste NK zwom ik in 1973, op 10-jarige leeftijd in Lelystad, de 400 meter vrije slag om precies te zijn en werd op een paar tiende van seconden vierde. Dat zou met uitzondering van twee keer ook het hoogst haalbare zijn. Die twee keer werd ik derde op de 1500 meter vrije slag, mijn snelste tijd was 17 min en 17 sec, tegenwoordig tel je dan echt niet meer mee! Na 6 x een NK en soms een trainingsstage van de KNZB en 1 heuse interland ben ik op mijn 16e gestopt, toen ging ik naar het CIOS.  Daar kwam ik erachter dat je op het land ook leuke dingen kon doen op sportief gebied, en daarbuiten…


Waterpolo

Als bijna logisch vervolg na het zwemmen ging ik waterpolo spelen en mijn toenmalige trainer Juul Faber zei: je mag gaan waterpoloën wanneer je onder de minuut zwemt op de 100 meter. Met 57.2 sec deed ik het niet slecht, maar een goede sprinter was ik niet. Bij het waterpolo waren er dan ook teamgenoten die zeiden: “start jij maar op onze eigen achterlijn, dan ben je op de helft een beetje op snelheid.” Bij onze vereniging heb ik kortstondig Hoofdklasse in het eerste herenteam gespeeld, maar meer in het tweede team gebald, dat speelde reserve hoofdklasse.

Allround

Het zwemmen bleek echter een prima basis – vooral conditioneel-  voor een aantal andere sporten. Ik mocht graag aan triathlons doen en het hardlopen ging me best goed af met een Coopertest van 3250 meter. Mijn beste halve marathon tijd is 1u.25min.50sec, nu niet meer voor te stellen. Bij de Moderne Vijfkamp sloeg ik geen slecht figuur en mocht al snel mee naar Militaire Wereldkampioenschappen. Deze Olympische sport was en is in Nederland echter zo klein, dat ik overstapte naar de Militaire Vijfkampploeg. (André heeft op de zwemhiba een p.r. van 27.2 seconden, red.) Hiervoor was echter zoveel trainingsarbeid nodig, dat dit niet te combineren was met mijn toenmalige werkplek in Ede. Ik mocht het toen gaan proberen als trainer van de net opgerichte dames equipe op verzoek van Rob Jansen. Dat heb ik twaalf jaar lang gedaan en tot een jaar of drie geleden heb ik altijd het waterpoloteam van mijn vrouw Antoinette als coach begeleid. Ook ben ik heel wat jaartjes trainer geweest van zowel zwem- als ook waterpoloteams in de regio. Naast de Militaire Waterpoloploeg was ik zeker in het begin van mijn beroepsperiode bij de LO/Sportorganisatie heel veel op pad.

Het is leuk om eens te kijken hoe het er in het hedendaagse zwemmen aan toe gaat, en daarover gaan we in een later stadium ook op deze site eens een artikel plaatsen.


Praatjes

Al meer dan 10 jaar ben ik bij een aantal evenementen van de (inter)nationale sportkalender aanwezig als speaker en verkoop ik daar praatjes. Dat doe ik dus niet zonder enige eigen sportieve ervaringen en dat kan soms best goed van pas komen.

In alle sporten kwam ik steeds dezelfde tegenstander/ploeggenoot/ maat tegen: Eric Hoek. Onze paden hebben zich altijd gekruist en dat waren mooie momenten, we hebben heel wat wereldreizen samen gemaakt, soms met veel succes, maar vrijwel altijd met veel plezier. Andere namen die datzelfde pad al heel lang kruisen: Bart Haggeman, Jeroen Hulst (C -MRC) en Peter Sturkenboom.

Deze laatste wil ik de Pen geven met als opdracht: van atleet naar trainer en van Landmacht naar Marechaussee, Peter, succes ermee!

Publicatiedatum: dec 2014