Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 



MET DE POLLEPEL GESCHREVEN
DEEL 9 : TAEKWONDAU??

Door columnist Indy van de Poll

Oké, ja, ik geef het toe. Soms heb ik weleens spijt over een gedane actie, waar ik in de meeste gevallen alles behalve impulsief handel, er eigenlijk immer goed over nadenk. Ditmaal evenzo. En ja, het eerste verzoekartikel was geslaagd, over Shani Davis, een geweldenaar en sport die de meesten wel redelijk bekend is. Paul schreef me vervolgens nog eens aan, met opnieuw een verzoek. Hij had al aangekondigd dat het ditmaal een vrouw zou worden. Nou, daar kon ik wel wat mee, dacht ik. Ik stond onder de douche te bedenken met wie hij dan zou kunnen komen, dacht aan sportsters als Donna Vekic, het piepjonge Kroatische tennistalent, of aan Sanne Cant, de Vlaamse alleenheerser in de cross.

Toen ik mijn lichtblauwe iPhone een dag of twee later voelde trillen in mijn achterzak, dacht ik weer: Met wie zou hij komen? Donna Vekic of Sanne Cant? Of toch volleybalster Manon Nummerdor-Flier? Of anders wellicht shorttrackster Jorien Ter Mors met haar rode, opgestoken Bowie-kapsel.

‘Reshmie Oogink. Reshmie. Oogink. Oké.’
Dat is wat er in mijn bovenkamer omging, toen ik het bericht van Paul las. Sport? Taekwondo. Oké.

            ‘Dit ga je mij toch potjandikkeme niet aan doen Lindeboom’, wilde ik eigenlijk als de wiedeweerga terugsturen. ‘Taekwondo. Met alle respect van de hele wereld, maar dit ga je toch niet menen man!’

            Ik wilde het tegen mijn vader gaan zeggen. Dat hij mij dit toch niet kon aandoen, dat ik hier echt helemaal niks mee kon. Het was niet eerlijk, het was gewoon niet eerlijk! Niet dat ik het gedaan heb hoor. Ik zou toch al weten wat de typische defensiereactie was: ‘Hé Indy, maar zo zijn we niet getrouwd! Niet zeiken nou!’ Dus ja, ik heb me maar achter mijn witte bureau van één bij één gezet en ben maar eens wat informatie over dat ‘taekwondo’ op gaan zoeken.

            En ik kan je vertellen: daar ging het al mis. Al sloeg je me dood, bij het intypen van de sportbenaming op google ging het al fout. ‘Met een lange of een korte au?’, was de vraag die bij mij malend in de rondte ging, waarna ik er uiteindelijk achter kwam er in het woord ‘taekwondo’ helemaal geen au zit. Dat beloofde al veel goeds. Dat een goed begin dan ook het halve werk is, iets waar ik me zo vaak, overlopend aan positivisme aan heb vastgehouden, nee, dat liet ik nu maar even varen.

            Toen ik gedurende het achteloos scrollen over Wikipediapagina’s betreffend de Oosterse vechtsport, me plots realiseerde dat we met ons voetbalteam, als eerstejaars D’tjes als ik het goed heb, onze keeper belachelijk hebben gemaakt vanwege het feit hij naast het vullen van ons doel, ook de sport taekwondo beoefende. Maar dat geheel terzijde.

En weet je wat het is: ik kan me wel volledig in gaan lezen en leuke woordgrapjes gaan bedenken betreffend de Oosterse benamingen van verschillende aanvalstechnieken, niemand die het snapt. Hoeveel mensen zouden het er zijn? Twee, drie man, die wellicht wat verstand zouden hebben van de relatief onbekende sport en achter hun computer met de tranen in hun ogen staand over de hilarische oneliner glijden.

Na nog wat resterende waangedachten betreffend mogelijke ideeën om het stukje van grappen en enigszins acceptabele, maar vooral begrijpelijke kwaliteit te voorzien, had ik het! Als een blikseminslag zo vlot en zo abrupt dat het binnenkwam.

Even geen grappen en grollen over de mat van Bob de Jong, de inhaalacties van Max of de wanhoopsacties van mijn vader voorafgaand aan het NMK wielrennen. We gaan eens even respect tonen voor een sport die dat zeker ook verdient. Nu even geen gevatte slotconclusies, maar een serieuze boodschap, iets wat ik in mijn column over de momentsporten al wilde tonen, dat er niet volledig uitkwam omdat ik het niet kon laten er weer één van mijn waanzinnig geestige sportgrappen (laten we het hopen…) tussen te smijten.

Reshmie Oogink ook als junior al zegevierend.

Nu borduur ik voort waar ik gebleven was. Het respect dat we moeten tonen voor de sporten waarbij het publiek aan geïnteresseerden nou eenmaal wat minder groot is. Ook deze sporters trainen het snot voor de ogen zo hard, vaak vanwege het schamelige salaris dat ze met hun sport bij elkaar schrapen, daarnaast ook nog overdag voor de klas staan of de logistieke administratie bij een marketingbedrijf uitvoeren. Ze combineren hun normale leven met het bedrijven van topsport van de bovenste plank, om uiteindelijk te kunnen schitteren op het grootste podium voor ieder sporter: de Olympische Spelen, zodoende op gaan voor goud en wellicht in aanmerking komen voor een dagje aan schamelig respect van ons, de zielige sportliefhebbers. Wanneer wij juichen voor de grote successen in het schaatsen en het voetbal, knokken zij voor dat ene dagje aan waardering.

Au!

            Daarom roep ik aan de hand van de prestatie van Reshmie Oogink, die zichzelf plaatste voor Rio in het taekwondo, een sport waarover we, net als hoe ik in het begin van deze column over schreef, oneerbiedig denken, wanneer de zesentwintigjarige Almelose op dat Braziliaanse podium klautert voor mijn part de troostprijs van de nummer laatst, respect tonen voor de vrouw die representatief staat voor zovelen in deze doldwaze wereld.

            Ik kan ook wel heel stoer zeggen dat ik in het begin van deze column zo denigrerend schreef over de sport waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken zonder mijn mond te breken, zoals Bob dat heeft bij alle woorden met een s, om jullie met de neus op de feiten te drukken aangaande de wat minder populaire sporten. Dat is echter niet zo. Ik deed er ook aan mee, was wat dat betreft ook enorm oneerbiedig. Flauwe grappen maken over die dikke keeper die op taekwondo zat, die ik overigens mijn excuses nog wel aanbieden zal, of onzinnig geinen over het Nederlandse curlingteam die als een stelletje dwazen met een bezem over het ijs lopen te jagen, waar respect voor deze sporters enkel op zijn plaats is.

            Bij deze bied ik dan ook mijn excuses aan Reshmie Oogink en wens haar al het geluk van de wereld toe in Rio, waar ik haar tot slot zal verzekeren dat wanneer zij met een bronzen medaille op het erepodium staat te glunderen, ik op de bank sta te springen van blijdschap en waardering!

            Ik leer nou eenmaal van mijn fouten: in het woord ‘taekwondo’ zit natuurlijk ook geen au.