Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


FAVORIETEN EN TEMPOBEULEN

Derde column Leo Losloper

“Kom maatje, we gaan tempo maken”. Dit klinkt bekend. Vic Vastloper gebruikte dit zinnetje vaker ook al in de tijd dat hij mijn hoofdinstructeur was. Maar ook tijdens het fietsen heb ik het al vaak gehoord. Het betekent dat Vic op kop gaat rijden. Hij heeft een donkere lucht gespot en nu gaan we proberen voor de bui binnen te zijn. Ik weet wat volgt. Het zal moeilijk worden in het wiel te blijven. De kans dat hij mij het snot voor de ogen rijdt is groot! Het lukt ons niet de bui voor te blijven. We schuilen onder de overkapping van een bushalte.

Ouderwets te keer
“Je ging wel weer ouderwets tekeer, Vic”. Jongen, je weet niet wat afzien is. In de jaren tachtig hadden we twee sportadjudanten Stakenborg en Peer Bakker, dat waren pas echte tempobeulen. Ze organiseerden een ronde van Nederland voor toerfietsers. Die ronde (onder begeleiding van marechaussees) begon in Grave, ging via Zuid Limburg naar Weert en van Weert naar Ossendrecht. Vandaar naar Haarlem, dan naar Schalkhaar en vandaar terug naar Grave! Die twee mannen hebben vijf dagen voorop gereden en het tempo aan gegeven!

Het Tourspel
Vic heb je gezien dat er een Tourspel gespeeld wordt? Je mag een ploeg samenstellen van 12 renners. Elke dag, maar ook met de einduitslag kun je met je renners punten verdienen en laten zien dat je wat van wielrennen snapt. “De tour wordt niet gewonnen door de sterkste renner”, zegt Vic. Men focust zich vaak teveel op de favorieten. Maar als je in je ploeg geen meesterknechten, tempobeulen, waterdragers dus een goed team hebt, kom je als favoriet nergens. Maten die voor je willen werken zijn onmisbaar. Je hebt er die het werk op “het vlakke doen” of in de bergen. Maar zonder dit soort renners die beter zijn dan de uitslagen vertellen, kom je er als favoriet niet. Een mooi voorbeeld is Svein Tuft, jarenlang tijdrit kampioen van Canada, ik denk dat hij nu 40 is. Svein Tuft is een bijzondere meesterknecht! Ik stuur je een mooi portret over Svein Tuft.   

Portret van Svein Tuft, een “echte” meesterknecht
Er staat een tattoo op zijn onderarm: “We will never be here again”. Svein behoort tot de mensen die limieten zoeken. Mensen die steeds daar willen zijn waar ze niet zijn. Hij heeft dat al als kind. Als hij op school zit is hij met zijn aandacht buiten. Bij de jagende wolken de zon de regen. Zijn onrust is niet te beteugelen.

De wijde wereld in
Svein moet naar buiten op zoek naar het onbekende, het verre, naar de vrijheid. Het degelijke leven, in een fijn huis met een trampoline in de tuin, moet hij zover mogelijk achter zich laten. Hij pakt zijn fiets en zet het op een trappen. Achter de fiets een aanhangertje met kampeerspul, een zak piepers en Bear zijn zesendertig kilo zware hond. Zijn buddy! Nauwelijks achttien jaar rijdt Svein Tuft de weide wereld in. Tuft heeft geen thuis. Zijn thuis is het zadel. Als hij in de Canadese bergen bivakkeert en zich in leven houdt met drinken uit de beek en het poffen van aardappels op een zelfgestookt vuur heeft hij dagenlang geen aanspraak.

Menselijke machine
Zo nu en dan heeft hij geld nodig en klust hij bij in een fietsenwinkel. Als de eigenaar Tuft een net geprepareerde racefiets ziet testen, gelooft hij zijn ogen niet. Wat een kracht. Die jongen moet eens wedstrijden rijden. Bij zijn eerste wedstrijd komt Svein Tuft alleen voorop. Jaren fietsen door de uitgestrekte bergen van Noord-Amerika hebben van zijn lichaam een machtige machine gemaakt. Een paar jaar later wordt hij profrenner. Bij de eerste kennismaking met zijn ploegmaats in Los Angels draagt hij een lange baard met klitten en stinkt een uur in de wind. Als gevraagd wordt hoe hij naar Los Angels is gereisd, is het antwoord “gefietst”. Maar zijn vrije geest laat zich niet temmen. Bovendien voelt hij zich niet thuis in een sport gedomineerd door doping en bedrog. Hij besluit te blijven fietsen voor de lol. Zijn geld verdient hij met grasmaaien, houthakken en andere klussen.

Leider in de Giro
Met het bovenlijf van een Jerommeke en benen als boomstammen, achter een grasmaaier, zo treffen Kevin en Mark Cunningham hem op een ochtend aan. Ze vragen de (oud) profwielrenner asjeblieft bij hun ploeg te komen fietsen. Zijn tweede keer als profrenner rijgt hij de zeges aan elkaar. De ploeg Garmin wil hem inlijven maar hij blijft de Cunninghams trouw. Een jaar later vertrekt hij alsnog. Mei 2014 wint Svein Tuft met Orica-Green- Edge de openingsetappe van de Giro, een ploegentijdrit. Hij viert die negende mei zijn zevenendertigste verjaardag en bij wijze van cadeau laten zijn teammaten hem als eerste over de streep glijden. De roze leiderstrui staat onze antiheld goed. De baard is weg de benen zijn geschoren. Is hij getemd?

Bronnen: HP de Tijd, New York Times, Fietsscheurkalender2016