Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


MET DE POLLEPEL GESCHREVEN
DEEL 14 : JETZE PLAT

Door columnist Indy van de Poll

Hij is een handbiker. Daar is voor velen dan ook alles mee gezegd. Ooit deed ik een profielwerkstuk over het populariteitsverschil wat betreft de Olympische Spelen tegenover de Paralympische Spelen. Wat ik er voornamelijk nog van onthouden heb, is het enorme verschil in media-aandacht en financiële support. Dat het minder spectaculair is op de Paralympische Spelen is in vele gevallen nou eenmaal waar. De snelheden liggen over het algemeen minder hoog, de onderlinge niveauverschillen zijn vaak groter en de sporters zijn vanwege hun beperking simpelweg – het klinkt een beetje bot – tot minder in staat.

Toen ik afgelopen week eens de internetpagina van meneer Plat afstruinde, stond ik toch redelijk versteld toen ik zag dat hij als piekvermogen maar liefst 940 watt uit zijn armen lelt. Toen ik vervolgens een afbeelding van de in de hoofdstad geboren handbiker onder ogen kreeg, bracht dat enigszins verklaring. Zijn bovenarmen zijn simpelweg indrukwekkend. En laten we dan nog maar niet beginnen over zijn borstkas, waar Chris Froome misschien wel drie keer in zou passen. Om de vergelijking tussen beiden door te trekken: succesvol in hun sport zijn ze allebei. De in Kenia geboren Christopher in de vorm van driemaal Tourwinst en een berg aan overwinningen in andere etappekoersen en eremetaal.

En Jetze Plat in de vorm van een scala aan wereldbekeroverwinningen, een wereldtitel, Olympisch brons op de tijdrit en de titel op de triathlon. En het verschil, dat is zonet al benoemd. Froome schommelt ergens tussen de gewichtsklassen ‘schrielkip’ en ‘veredelde eetstoornis’, waar Plat neigt naar de categorie ‘ik-heb-de-verkeerde-sport-gekozen’. Als je een foto van zijn bovenlichaam te zien zou krijgen, had bodybuilder verre van een gek antwoord geweest.

En daar bedoel ik niet mee te zeggen dat een wielrenner – handbiken is, naast de tandemrace, hét wielervervangende onderdeel van de Spelen – er per definitie uit moet zien als een slank tienermeisje dat leeft op gortdroge kaakjes en een kiwi. Ik probeer daarmee alleen maar aan te tonen hoe groot de verschillen in één bepaalde sporttak kunnen zijn. Dat anatomische verschil is eveneens al zeer duidelijk zichtbaar tussen een klimmer als Christopher Froome en bijvoorbeeld een baanspurter als Robert Förstemann. Het schijnt dat die laatste al jaren geen normale spijkerbroek meer heeft gedragen…

Het laatste verschil dat ik even wil aankaarten, is het eerdergenoemde piekvermogen van de geleverde wattages tussen een wielrenner en ‘onze’ Jetze Plat. Het piekvermogen van Gert Steegmans, een Vlaamse sprinter, was ooit eens meer dan 2000 watt in volle spurt. In testen kwamen toppers als Cavendish en Hushovd niet verder dan zo’n 1600 watt als piekvermogen. Zoals gezegd perst de Nederlandse krachtpatser er ruim 900 watt uit. En dat doet hij enkel uit zijn armen (!!), zonder zijn volledige lichaam er in te kunnen smijten, zoals wielrenners dat in een volle sprint natuurlijk wel kunnen doen. Die waarden van Plat zijn dan ook bijzonder indrukwekkend te noemen en tonen aan hoe beresterk je als handbiker moet zijn. Dus, wat nou minder spectaculair?!

Desondanks zal het verschil tussen de Olympische en Paralympische Spelen er hoogstwaarschijnlijk altijd blijven. Wat voor (financiële) maatregelen er ook worden getroffen, het is vechten tegen de bierkaai. Alles valt en staat met het handelen van de kijkers. En even heel eerlijk: ik heb het ook faliekant gemist. Jetze Plat was voordat de fitforaction-redactie mij een mailtje stuurde over de oud-MBO-student een behoorlijke ver-van-mijn-bed-show. Sowieso zijn de volledige Paralympische Spelen mij onwetend gepasseerd. Of we daarom niet trots op de prestaties van Jetze, Marlou van Rhijn, Marc Evers en al die andere Nederlandse Paralympiërs die dat eremetaal in veelvoud hebben binnen geharkt, mogen zijn? Wij moéten daar trots op zijn! Wat zij allen, ondanks hun beperking en tegenslag in het leven, weten op te brengen en presteren, is gigantisch en vooral niet te onderschatten.

Ik dacht er vooraf nog aan wat flauwe grapjes tussen te smijten over de achternaam van de jonge Nederlander: ‘Met zo’n achternaam als wielrenner/handbiker, mag zijn mecanicien wel aardig wat setjes reservewielen bij zich hebben…’ Ik wilde ook nog best vermelden dat enkel zijn biceps met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid groter zijn dan de bovenbenen en winnaarsmentaliteit van menig amateurwielrenner bij elkaar. Maar er is eigenlijk nog slechts één resterende boodschap: slechts waardering is op zijn plaats voor deze klasbak. De man die vanaf zijn geboorte de kniebanden van zijn linkerbeen mist en een begeleidingsteam van zeven man sterk – er zit ook één vrouw tussen, maar dat geheel terzijde – om hem heen heeft, verdient tonnen aan respect. En mocht je aanstaand weekend nog even een uurtje op de fiets zitten en eens een stiekeme blik op je wattagemeter werpen: denk dan nog maar eens even aan die 940 watt van Jetze Plat. Wellicht zet je de tv in 2020 toch maar even aan… Ook al is het maar enkel en alleen uit waardering en respect voor een waardig kampioen.