Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


MET DE POLLEPEL GESCHREVEN
DEEL 12 : HET BRITSE GRAS

Door columnist Indy van de Poll

Parijs is opnieuw weer aangedaan, het gravelseizoen zit erop en het pas geschoren gras wacht ongeduldig op de sterren van het tennis. Ieder jaar opnieuw, traditie is het na al die jaren geworden. Nieuwe schoenen voor op gras, Federer die opleeft na weer een matig verlopen Roland Garros en het service-and-volleygeweld dat losbarst op het razendsnelle groene laken.

Ook dit seizoen is Roger terug, ditmaal van blessureleed dat hem voorafgaand aan de Franse Open teisterde. Zijn rug was het ditmaal. Het lichaam van de legendarische Zwitser is de afgelopen jaren scheurtjes gaan vertonen, dit waar zijn vlakke forehand en snelle handjes aan het net nog altijd niet verdwenen zijn. Dit jaar was het Djokovic die hem trouwens pakte in Parijs. Na, naar mijn mening, hét sportmoment van afgelopen jaar – waar Stan Wawrinka, Novak enkelhandige backhandtraining gaf op het Court Phillipe Chartrier – nam de Serviër wraak door in de eindstrijd ditmaal Murray met 3-1 te verslaan. Zo pakte Djokovic de door hem felbegeerde ‘Career Slam’ op weg naar het gras dat hem de afgelopen jaren ook al steeds meer als een jas leek te gaan passen.

Murray vs Djokovic


Maar ja, we gaan er weer aan beginnen. Het Britse gras dat op ons wacht!

Een wit vest is met een vlugge, nonchalante knoop, elegant om de schouders gehangen. Een peperdure Ray-Ban op de neus, de haren uiterst zorgvuldig in een vooroorlogse scheiding gevouwen, stralend in de Britse voorjaarszon. De vrouw dan met een wat ronder model bril voor de ogen en de haren ietwat hoog opgestoken in een karakteristiek en toch zeker ook wel passend Beatrixmodel, dat voor het laatst twee eeuwen terug echt in de mode was.

Dat de gemiddelde toeschouwer er daadwerkelijk zo uitziet op de Queen’s Club in Londen, is een in Britse begrippen welbekend understatement. In een stijlvolle binnentuin van een huis dat eerder de naam kasteel dragen mag, wordt er hoe wonderbaarlijk ook, getennist, een toernooi afgewerkt op deze oogstrelende Londense locatie. Het tennis gaat door als elitesport bij uitstek, Londen daar zowaar het beste voorbeeld van is, tonend het ultieme voorbeeld van het eeuwenoude tennisbeeld: Classy, met bijpassende Britse tongval uiteraard.

De achtertuin van Queens

Want oh wee als je er met rackets begint te gooien! En oh wee als je uit frustratie als een halve gare gaat lopen schreeuwen of de muziek alsjeblieft uit mag. Nee! Nee, nee, nee. Dat gaat dus even niet door de beugel tijdens het ATP-toernooi van Queen’s.

Ik vroeg me in eerste instantie ook nog hevig af waarom Robin Haase zich afgelopen jaar afmeldde voor het toernooi en het vertikte te verschijnen in de Londense binnentuin? Maar ja, het was achteraf – toen ik er nog even over nadacht voor het slapen gaan – toch logisch ook. De inmiddels alweer negenentwintigjarige Hagenaar kan zichzelf niet zijn in Londen. Hij wil lekker op zijn Haags kunnen blèren tegen de chair umpire dat hij beter uit zijn doppen mot kijken. Dat die achterlijke klapperboom in die stoel niet zo stom mot doen. Dus nee, Haase komt er niet meer.

Maar het is wel duidelijk, denk ik. In Londen houdt men niet van poespas. Men schreeuwt en kreunt niet mee met zwaarbevochten punten op de grasmat, wat ook niet het geval is bij de vernieuwde Franse sfeeractie waar één luidkeelse liefhebber wordt opgevolgd door een passievolle schreeuw, aantonend dat men het reuze naar de zin heeft. De Britten klappen zo nu en dan voor een classy dropshot, slurpen daarentegen vaak onverstoorbaar verder aan hun alcoholische lekkernij, – PIMM’s: gin, ijs, mint en verse vruchten: oftewel ‘Engelse limonade’ – dit als gegoten passend bij het clichématige toonbeeld van het land der etiketten.

Te midden van de oogstrelende Britse locatie, klassiek gedecoreerd met bloembakken hangend aan oude sierlijke balkons, ligt een grasmat die tot in perfectie opgeschoren is, waar menig vrouwelijk schaamhaarstrook daar karig en wat onverzorgd tegen afsteekt. In de Londense binnentuin van Queen’s is dan ook alles tot in de puntjes geregeld, zoals het enkel daar kan zijn.

En als je eerste opslag aan alle kanten rammelt en eigenlijk gewoon voor geen ene meter loopt, kan je zeiken, verachtend puffen en steunen wat je wilt, aan de kwaliteit van het gras kan het niet liggen. In Londen hebben ze het zoals gewoonlijk weer eens voor elkaar, waar het tennis gaande is zoals het lang, láng geleden ooit bedoeld was: stijlvol en beschaafd.