Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


MET DE POLLEPEL GESCHREVEN
DEEL 11 : KROMOWIDJOJO vs HEEMSKERK

Door columnist Indy van de Poll

Het zal een strijd worden in Rio. De voorbereidingen duren alweer drieënhalfjaar voort. Dit voor het aller, maar dan ook echt allergrootste sportevenement ter wereld. Voor het voetbal, voor het wielrennen, voor het tennis zijn er uiteraard grotere toernooien en wedstrijden. Dit met de Champions League, het WK, EK, de Tour, de ronde van Spanje, de US Open en ATP World Tour Finals.

Maar bij het zwemmen, nee, daar werkt dat niet zo. Ja, uiteraard is het WK zwemmen belangrijk, maar als het ergens om gaat, zijn het de Olympische Spelen uiteraard. Je kan er lang of kort over zijn, het is nou eenmaal een welbekend understatement. En mocht je nog bewijs willen? Werp maar eens een blik op de binnenkant van de bovenarm, zijkant van de ribbenkast of enkel van, pak ‘m beet, één op de drie zwemmers en zwemsters. En wat zie je dan? Vijf ringen in het zwart, rood, groen, blauw en geel in elkaar geweven. Hét ultieme doel van een ieder in het bad.

 Als ik eerlijk ben, ik word er altijd een beetje bang van, als ik naar die zwemmers kijk. Die reusachtige torso’s, echt waar, het is welgezegd intimiderend. Het sportlichaam in de vorm van een levensgrote V. Het onderlichaam smal en het bovenlichaam, tja, hoe zeg je dat? Gigantisch is het juiste woord. En ik zeg dan wel: het onderlichaam smal. Maar dat is relatief uiteraard.

Ik heb er met eentje op school gezeten, op het Leidsche Rijn College. Met Sebastiaan Verschuren. De Nederlandse topzwemmer die op de Spelen in 2012 naar een geweldige vijfde plaats zwom in het Londense water op de 100 vrij. Niet dat ik hem persoonlijk kende of zoiets degelijks, maar hé: ik kan het wel maar zeggen.

En ja, tja, tja, tja. Die mannen in het bad met die lichamen, ik word er enkel en alleen jaloers op. Borstspieren en schouders die maar blijven gaan en gaan in de breedte, een einde lijkt er werkelijk niet aan te komen. En een wasbord? Een wasbord waar ik mijn vuisten op zal breken. Maar op mijn schoolgenoot Verschuren na, zijn de Nederlandse mannen na het tijdperk Pieter van den Hoogenband, niet meer echt in grote getale gekomen. En dan druk ik mij nog zachtjes uit. Dit is dan natuurlijk ook geen ‘walk in the park’ met giganten als Michael Phelps, de man die ondanks die imposante torso van hem door zijn knieën zal zakken wanneer hij al die gouden medailles van hem tegelijkertijd om zijn nek moet hangen, en Ryan Lochte. de twee krachtige Amerikanen. En de razendsnelle Braziliaan César Cielo. En Yannick Agnel, en ga zo nog maar even verder. Maar bij de vrouwen?

We hadden Marleen Veldhuis met haar lacherige piepstem, wanneer zij lief lachend in camera van de NOS het thuisland toesprak, haar haren nog nat aangezien ze net het water uit was gestapt en er vrijwel direct een microfoon onder haar snufferd werd gedrukt. En we hadden en hebben Inge Dekker, de dappere vrouw die het afgelopen jaar baarmoederhalskanker overwon, zo vertelde ze ook gelukzalig aan tafel bij Humberto Tan. En ja, ik weet het. Femke en Ranomi. Als vanzelfsprekend.

Ranomi was de afgelopen jaren vooral wat meer een soapserie dan een topzwemster als we eerlijk moeten zijn. ‘De dillema’s van Kromowidjojo’, zal een niet misstaande serietitel zijn geweest. Het ging over haar nieuwe trainers, haar relaties, een combinatie daartussen, over Pietertje van den Hoogenband, en dat over en over maar weer. Het bleef maar gaan en gaan, er kwam werkelijk waar geen einde aan. Ze wilde ermee stoppen zelfs, met zwemmen. Weliswaar nam ze die impulsieve woorden razendsnel weer terug, eerdat de volledige sportwereld over het nieuwsbericht gevallen was, het was een klein teken aan de wand. Dit waar ze nog wel ‘eventjes’ in het jaar na de Spelen, alsof het helemaal niks was, naar het goud zwom op de WK langebaan in de hoofdstad van Catalonië. Maar het was slechts het WK.

Zo werd dan ook maar weer duidelijk dat de Olympische Spelen van Rio, eigenlijk het enige is wat telt voor Ranomi en alle anderen in het bad. De tussentijdse vier jaar maakt geen donder uit, op de Spelen wordt het verschil gemaakt en gaat het daadwerkelijk om de knikkers.

Femke daarentegen. Verre van een soap. Bij Heemskerk liepen de tussentijdse jaren als de gesmeerde bliksem. Ze ontwikkelde zichzelf als bruikbare zwemster in de estafetteploeg, tot een individuele topper op de 100 en 200 vrij. Het ging vlot, het ging soepel. Geen vuiltje aan de pré-Olympische lentelucht en Rio komt eraan. Het wordt een strijd tussen twee Nederlanders, tussen twee powervrouwen uit het water. Hoe zullen beide vrouwen presteren als de druk er écht op komt te staan? Op het WK kortebaan in 2014 toonde Heemskerk, die normaal de groots mogelijke moeite had en wellicht ook stiekem nog wel altijd heeft met het presteren onder druk, dat het haar goed afging destijds. Ze zwom overtuigend naar het goud op de wereldkampioenschappen en bleef zo Kromowidjojo voor, zij die derde werd in het Qatarese Doha. Zodoende plaatse ook Heemskerk zich officieel in het rijtje topfavorieten, waar ook de Zweedse Sarah Sjöström en Australische Cate Campbell absoluut bijgerekend mogen worden, om aanstaande augustus Olympisch goud binnen te ‘hengelen’ in het Braziliaanse vijftigmeter bad.

Dat Ranomi Kromowidjojo met de druk om kan gaan, heeft ze ondertussen al bewezen. Olympisch goud heeft ze al binnen, waar ze in Londen op het oog met speels gemak de concurrentie voorbleef in het water. De druk die er toen al was voor de Nederlandse, liet ze achteloos van haar schouders afglijden, dit alsof het niet was.

Dus… De slotconclusie van deze speculatie aangaande de Nederlandse tweestrijd op de 100 vrij: Het gaat een spannende editie worden aankomende zomer! Dat is een ding wat zeker is. Wie ik verwacht dat gaat winnen? Allebei. Op de 4x100 vrij.
Maar even alle gekheid op een stokje: Op de 50 zal het Ranomi worden die het moét doen, waar dat voor Heemskerk op de 200 vrij zal gelden.
En ja, voor de 100 vrij heb ik heel stiekem wel een lichte voorkeur. Tuurlijk is het knap dat je een krappe vier jaar eigenlijk ‘niks’ van jezelf laat zien en dan zal pieken wanneer het er daadwerkelijk toe doet. Toch ben ik persoonlijk van mening dat de tussentijdse daad- en prestatiekracht van Femke Heemskerk eens beloond mag worden. Desondanks vrees ik voor de niet zeer stressbestendige Femke dat zilver het gaat worden, ze zal verzuipen in het Braziliaanse zwembad der verwachtingen. Want een topsportster, die piekt wanneer het moet.

Toch blijf ik er vanaf. Ik neem mijn woorden terug. Heemskerk of Kromowidjojo, maak de keuze zelf maar. Als dat verdomde Wilhelmus maar zal klinken!