Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


INTERVIEW MET SJORS RÖTTGER

Bron: sportknowhowxl.nl

Sjors Röttger (60) is technisch directeur van het Nederlands Handbal Verbond. Hij stond mede aan de wieg van de huidige generatie Oranjedames, die zilver in de wacht sleepten op het WK en zich kwalificeerden voor de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. De geboren Achterhoeker combineert zijn passie voor handbal al een leven lang met een loopbaan als beroepsmilitair. Vijf jaar geleden was hij voor defensie op uitzending in Zuid-Soedan. Sport Knowhow XL sprak met hem over de passie voor handbal, de overeenkomsten met zijn werk bij defensie en natuurlijk over de kansen van de Oranjedames in Rio. Röttger gaat altijd tot het uiterste.

Je loopt al een leven lang in het handbal rond. Waar komt die enorme passie voor handbal vandaan?
“Het is het mooiste spel ter wereld. Handbal is snel, dynamisch, verrassend en iedereen heeft in het veld een enorme verantwoordelijkheid. Als een van de zeven schakels in het veld ook maar heel even niet meedenkt, werkt het niet. Ik ben als jongetje begonnen met voetbal bij de fraters in Arnhem, eerst als keeper en later als speler. Als keeper maar ook als speler stond ik vaak stil. Er zijn teamsporten waarin je af en toe even kunt bijkomen of afwachten. In het handbal kun je je niet verschuilen.”
 
“Via een vriendje kwam ik toen ik een jaar of tien was in aanraking met handbal en ik was meteen verkocht. Ik speelde bij Swift Arnhem, in de jaren zeventig een topclub in Nederland. Ik moest het niet van talent hebben, maar van hard werken. Uiteindelijk heb ik het toch tot het eerste team geschopt. Het is helaas niet gelukt om international te worden, maar ik wist wel al snel dat ik trainer wilde worden. In mijn laatste jaren als speler was ik al vaak aanvoerder. Ik wilde graag een leider zijn. Toen ik een jaar of 26 à 27 was ben ik daadwerkelijk trainer geworden.”

“Bij het Nederlands Handbal Verbond heb ik de benodigde trainerscursussen gevolgd. Makkelijk ging dat trouwens niet. In de opleiding kwam veel aan de orde dat ik ofwel al wist ofwel niet relevant vond. Ik was op dat moment al trainer en als ik in de praktijk ergens tegenaan liep, ging ik zelf op zoek. Dan haalde ik bijvoorbeeld dertig boeken over psychologie uit de bibliotheek. Opleiden gaat over ontwikkeling. Daarom ben ik ook zo blij met de huidige tijd, waarin we vanuit competentie zoeken naar de kennis en vaardigheden die iemand nodig heeft.”

“Naast het handbal ben ik op zestienjarige leeftijd bij defensie gaan werken. Ik was eigenlijk een kind-soldaat. Ik wilde leraar worden, maar school was niets voor mij. Ik wilde wel dingen leren, maar ik vond veel van wat ik moest leren irrelevant. Dat ervoer ik als ballast. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen en heb ik het geluk gehad dat ik bij defensie sportinstructeur kon worden. Handbal en defensie lopen als een rode draad door mijn leven. Nu ik eindelijk een beetje volwassen ben, kan ik wel zeggen dat ik ze allebei nodig heb gehad om me te ontwikkelen.”

2. Wat hebben defensie en topsport met elkaar gemeen?
“Het gaat allebei over wedstrijden. Een oorlog is een ultieme wedstrijd. Als een militair een wedstrijd verliest is hij misschien gewond of zelfs gestorven, maar in een handbalwedstrijd kun je ook tot het uiterste gaan om te winnen. Handbal bestaat uit vijf pijlers: techniek, tactiek, fysiek, mentaal en sociaal. Diezelfde pijlers kom je tegen in het werk bij defensie. De mensen die nu in Mali zijn, moeten niet alleen fysiek, maar ook mentaal top zijn om goed te kunnen functioneren.”

“Vroeger was ik me alleen bewust van de eerste drie pijlers, maar ik heb daar later zelf in de opleidingen bij het handbalverbond ook de mentale en de sociale pijler aan toegevoegd. Het mentale en sociale aspect speelt mee in alle wedstrijden. Op het sociale vlak is 'vertrouwen' het sleutelwoord. Dat is de belangrijkste pijler voor samenwerking in een groep, zowel in de sport als bij defensie en dat mis ik in de maatschappij nog wel eens.”

“Respect is het uitgangspunt. Ik respecteer iedereen, ook al ken ik iemand niet. Uiteindelijk moet je van respect naar vertrouwen. Om zover te komen, heb je soms een conflict nodig. Om echt goed te kunnen samenwerken moet je naar gevoelsniveau. Als ik merk dat iemand zijn gevoelens niet wil uitspreken, zoek ik dat conflict op. Sommige mensen worden boos, andere kruipen in hun schulp. Als je op het hoogste niveau met elkaar doelen nastreeft, moet je niet alleen tegen elkaar kunnen zeggen wat je ervan vindt, maar ook wat je erbij voelt.”

“Mijn zoons die werkzaam zijn in het onderwijs en in de commerciële wereld, wuiven dat wel eens weg. ‘Leuk hoor, dat je dat allemaal vindt, maar in een groot deel van de maatschappij is het echt niet relevant.’ Voor Sjors Röttger is het dus wel essentieel. Ik maak me best zorgen om de wereld. We hebben hier in Nederland zo weinig respect voor elkaar. We plakken stickers op mensen, zonder die mensen echt te kennen of daar moeite voor te doen. Respect betekent dat je open staat voor elkaar, dat je met iemand praat vanuit het gegeven dat die ander een goed mens is. Daar ben ik tegenwoordig misschien iets voorzichtiger in dan toen ik dertig was, maar het blijft mijn uitgangspunt.”

“Ik was in 2010 en 2011 op uitzending in Zuid-Soedan. Er kwamen verkiezingen aan en er waren allerlei partijen die ruzie met elkaar hadden. Wij waren daar als blauwhelmen, moesten de partijen uit elkaar houden. Daarbij liepen we zelf ook gevaar. Er zijn allerlei stammen en er lopen ook religieuze conflicten doorheen, al merkte ik dat godsdienst bij de gewone mensen eigenlijk helemaal niet speelde. Het gaat eigenlijk pas fout op het moment dat je mensen macht geeft. Het is een heel complexe situatie waar ook anderen schuld aan hebben. De Engelsen hebben Soedan aan Bashir (president Omar al-Bashir van Soedan, red.) overgeleverd en dat is gewoon een oorlogsmisdadiger. Maar we hebben hem nog nooit voor het internationale strafhof in Den Haag gezien.”

“Terug naar de vraag: de overeenkomsten tussen defensie en topsport. Er komt spanning bij kijken. Vluchten, vechten, vriezen, dat is wat er met iemand kan gebeuren die onder hoge spanning komt. Ik heb het allemaal ervaren. Spanning heb je nodig om goed te kunnen functioneren, maar het kan je ook belemmeren. Zowel een topsporter als een militair moet om leren gaan met die spanning. Het is essentieel dat je jezelf goed kent. Je moet voelen wat er gebeurt en dan zijn er verschillende strategieën om die spanning op het juiste niveau te krijgen.”

Dit waren pas de eerste 2 vragen aan Sjors. Ben je geïnteresseerd in de overige 3 vragen en antwoorden, klik dan hier om naar de website van Sportknowhow.xl te gaan.