Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


SPORTKALENDERPROMO (1)
NMK RUGBY 20 MEI
INTERVIEW PIET PAUL

Door: Paul Lindeboom

Ben je aan rugby gaan doen door je werk bij het KCT of deed je daarvoor al aan rugby?
“In 1971 was ik klaar met de KMS opleiding en deed mee aan de Militaire Wereldkampioenschappen Judo in Wenen. Ik was in die tijd KL-kampioen in het half midden gewicht. Direct na mijn terugkomst ging ik de ECO (Commando opleiding) in.
Het was een groot tentenkamp met veel kader (waaronder ik als jong sgt) maar ook een Dokter die bij Leiden had gerugbyd en een officier van de KMA die ook rugby speelde. In dit tentenkamp is het plan gemaakt om te gaan rugbyen omdat dit een typische sport zou zijn voor de Commando’s.

Direct na het behalen van de groene baret trouwde de Dokter (van blauw bloed, een Jonkheer) in Den Haag en daar was heel LSRG (Leidse Studenten Rugby Genootschap) aanwezig, allen gekleed in jacket met een vies Rugbyshirt daaronder. Ik heb ze toen maar gelijk uitgedaagd voor een wedstrijd en dat is dan ook een traditie geworden die 30 jaar lang op Koninginnedag gespeeld werd en tevens de start was van het KCT Rugby team, die zijn wedstrijden altijd op de kazerne speelde.”

Wat sprak jou het meest aan rugby aan, waardoor je deze sport zo gaaf vond?
“Buiten Judo zijn er weinig sporten waar je fysiek contact mag maken met je tegenstander met de ECO achter de rug was het een uitdaging om het spelletje door te krijgen en te gaan spelen. Tevens beviel de status van de scheidsrechter mij wel geen gezeur hij is de enige baas op het veld, dit hebben we allemaal kunnen zien op het laatste WK Rugby. Spelers 2 meter groot die met hun hoofd omlaag zonder morren de strafbank opzoeken.”


Als ik het beeld van een toprugbyer voor ogen plaats, dan zie ik een kolos van 2m groot en 2m breed. Niet direct het beeld van Piet Paul. Je was waarschijnlijk geen verdediger?
“Uiteraard dient een rugby speler niet bang te zijn voor contact met een tegenstander of om te tackelen dan wel getackeld te worden. Mijn conditie na de ECO was erg goed en kreeg nog een boost toen ik naar de SMLO te Hooghalen ging en sportinstructeur werd. Tevens hoef je bij rugby niet te wachten na een fluitsignaal om het spel opnieuw te starten, een slimmerik zoals ik heb hier dan ook veelvuldig gebruik van kunnen maken. Hoe groot iemand ook is: als je hem tackelt onder de knieën gaat hij onherroepelijk neer. Tegenwoordig zie je na de professionalisering van Rugby, omstreeks 1990, andere soorten rugby spelers dan vroeger, geen dikke props meer maar mannetjes van 120 kg die onder de 11 sec lopen over de 100 meter.

Daar kwam nog bij dat ik al snel Scrumhalf werd, de schakel speler tussen de Voorwaartsen en de ¾ lijn (snelle jongens).”


Was je direct al een toptalent of ben je via de weg der geleidelijkheid naar de Nederlandse top gestroomd?
“Na een aantal oefenwedstrijden, o.a. tegen HRC (de regerend kampioen van Nederland) werden we gelijk in een hogere poule ingedeeld door de NRB. We speelden competitie en liepen fluitend naar het kampioenschap van die poule. De regels van het rugbyspel zijn redelijk gecompliceerd maar nu kenden we die regels. Bij rugby kan je nl. gebruik maken van de regels en hoeft niet zoals voetbal te wachten tot de scheidsrechter fluit om iets te doen. Simpel gesteld: de scheidsrechter fluit voor een Penalty kick en je mag de bal direct nemen, de tegenpartij is verplicht 10 meter naar achter te lopen, doen zij dit niet en reageren ze, dan herhaalt de straf zich 10 meter verder.

Piet Paul passt

We werden het 2e jaar Nederlands kampioen 7 a side. Een spel dat aan het einde van het seizoen wordt gespeeld met slechts 7 spelers op een heel veld. De meeste sportinstructeurs beschikken over een goed spelinzicht. We gingen onszelf trainen en de resultaten haalden de landelijke dagbladen. Met de conditie zat het in Roosendaal zeer goed en we werden voor vol aangezien.
Ik was nog redelijk jong en werd gevraagd voor ‘Ned onder de 23’ alwaar ik al snel aanvoerder werd en doorging naar het Ned XV tal.”

Bij welke club ben je uitgegroeid tot toprugby-er? Kun je deze vereniging kort beschrijven?
“Dit zit opgesloten in het bovenstaande. Na drie jaar speelden we in de Eredivisie van de NRB en hebben dit met RC KCT en slechts 22 spelers 8 jaar volgehouden. Dit werd steeds moeilijker door oefeningen e.d., waarna we zijn gefuseerd met De Roosendaalse Rugby Club (RCC) die we zelf mede hebben opgericht daar er geen burgers bij het KCT mochten spelen.”

Piet Paul in het Nederlands rugbyteam

Liefst 41 interlands. Wat was daarin je mooiste succes? Kun je een beschrijving van die wedstrijd geven?
“Onomstotelijk de wedstrijd tegen Engeland onder de 23 in Hilversum.

Veel spelers , ongeveer 10 van de 15 man van dat team mochten we later aanschouwen in het jaarlijkse 5 landentoernooi (Nu 6.)
We verloren wel met, als ik me niet vergis, 12-3 maar het haalde de internationale pers: 70% balbezit voor de eilandbewoners en wij verdedigden als leeuwen. Ik herinner me dat ik van de ene tackle naar de andere ging en fysiek redelijk gesloopt was.”

Liefst 41 interlands. Wat was daarin je persoonlijk beste prestatie? Kun je een beschrijving van die wedstrijd geven?
“De uitwedstrijd tegen dat zelfde Engeland maar dan in Engeland.

We verloren dik, daar een aantal van onze spelers totaal ondersteboven waren van de 40.000 Engelsen op de tribune. In de Engelse pers las ik terug dat mr Piet Paul nr 6 als Flanker verreweg de meeste tackles had gemaakt en een goede indruk had achtergelaten, maar daar heb je niet veel aan als je een dik pak slaag krijgt. (We hebben allemaal op het laatste WK gezien dat Frankrijk een white wash kreeg van de Allblacks, met 68-20. Frankrijk zit bij de top 8 van de wereld, speelde niet slecht maar kreeg een echt pak slaag.)”

The Allblacks

Je bent na je actieve carrière nog 4 jaar in de functie van bondscoach gerold. Had je in die periode een goeie lichting? En hoe succesvol was je met je team?
“Ik werd gevraagd als Bondscoach maar wilde dit ivm met mijn werk niet alleen doen en heb dit samen met Theo Snijders (alwaar ik onder speelde in onder de 23) gedaan.

We wilden een ander en sneller type rugby en veel vaker trainen. Een aantal goede spelers wilden niet zoveel investeren in het spelletje, die hebben we toen laten vallen en zijn met de rest doorgegaan. Het ging moeizaam het omvormen van het spel dat al zo lang op die wijze werd gepeeld en de vraag was of we die tijd van de NRB kregen. We verloren de eerste 2 wedstrijden en we dachten dat het klaar was, maar we mochten door. Twee keer centrale training per week in Hilversum, Utrecht, Den Haag (dan wel Leiden) en een aantal oefenwedstrijden in Nederland zorgde ervoor dat de nieuwe aanpak vruchten af ging werpen. We moesten een plaatsingsreeks voor deelname aan het WK doen en begonnen in en tegen Duitsland. We wonnen en konden door, het spel werd steeds beter. De volgende wedstrijd tegen Denemarken aldaar, deze wonnen we ruim en dus door. Een busrit naar zuid-Frankrijk en Portugal was aan de beurt: we wonnen met 36-3.

Volgende etappe was een toernooi in Spanje met 4 deelnemende landen, waar er zich 2 van kwalificeerden. We wonnen van België en Polen en verloren nipt van Spanje en we waren door naar de laatste horde, een toernooi in Italië tegen Roemenië, Spanje en Italië. Als we twee wedstrijden zouden winnen, zouden we naar het WK gaan.

Italië (nu bij de 6 Nations) en Roemenië waren de nr. 1 e 2 van Europa (buiten de 5 Nations landen). Tegen Italië verloren we nipt met een zeer goed spel en ook de andere 2 gingen verloren. We kwamen nog iets te kort en onze selectie was niet sterk genoeg maar een schitterende ervaring zeker met de spelers en de rest van de staf.”

Was je werken bij het KCT niet een belemmering voor je rugbycarrière, met vaak veelvuldig en langdurig van huis en waarschijnlijk onregelmatig trainen en speelritme opdoen? Heb je hierdoor wel alles uit je carrière kunnen halen wat erin zat?
“In mijn tijd was de sport een amateursport - inmiddels is het internationaal al een tijdje een Profsport en dat is te zien op het veld. In Roosendaal was het op de eerste plaats werken en daarom trainden we op zaterdagochtend en een keer in de week in de avond.

Mijn trainingen voor het Ned team gingen vaak vanaf het werk rijden naar de training, helaas geen tijd om te eten en laat in de avond thuis en om 08.00 begonnen de eerste lessen weer.

Veel van mijn vrije dagen gingen op aan interlands in het buitenland, omdat het in het leger toen nog niet zo goed geregeld was voor sporters als nu.
Dat heeft mij in 1990 doen besluiten om afscheid te nemen van de sport.
Vijfentwintig jaar Rugby trainen voor de club en de nationale selectie en dat later ook weer als trainer gaan niet in de koude kleren zitten, vooral het rijden naar centrale trainingen wordt een sleur.

Mooie tijd gehad als speler en trainer maar er is een tijd om het los te laten.

Seraphine Paul in actie.

Maar; mijn dochter speelt rugby dus sinds kort heb ik alweer een aantal gasttrainingen gegeven en voor de meeste die mij kennen: onbegrijpelijk, aan een vrouwenteam, waar mijn dochter dit jaar hoopt kampioen te worden en ik weet zeker dat dat lukt.”