Vrienden van het dienstvak LO&Sport
 
 
 
 


INTERVIEW LUUK NISSEN

Door: Paul Lindeboom

Luuk Nissen is zo’n sportman die geboren lijkt te zijn voor een podium. In welke tak van sport hij ook uitkomt, steevast lijkt een van de drie beschikbare medailles voor hem bestemd. Ongeacht of het een crossloop, duathlon of fietswedstrijd betreft. Met deelname aan een WK wil de redactie dolgraag weten hoe professioneel Luuk traint en werpen we gelijktijdig een blik in zijn sportverleden.  

In je jongere jaren was je vooral een talentvol baanatleet. Wat waren je mooiste successen? Waardoor koos je voor de relatief korte afstanden?
Luuk: “In mijn jeugdjaren heb ik inderdaad vooral aan atletiek gedaan. De explosieve onderdelen lagen me daarbij het beste. Van 60m sprint tot 800m, maar ook het speerwerpen ging me bijvoorbeeld goed af. Echt een keuze maken heb ik destijds nooit gedaan. Zo lang ik kon bewegen vond ik alles goed. Ik was redelijk allround en vond ook alles leuk. Dat blijkt trouwens wel uit het feit dat ik nog steeds op de lijst van clubkampioenen van AV Unitas sta. In hetzelfde lijstje als Rens Blom (oud Wereld Kampioen polsstokhoogspringen). Daar ben ik wel nog altijd trots op!


Niet zo zeer het mooiste succes, maar wel de mooiste herinnering, koester ik aan het NK atletiek voor Junioren. Als 17-jarige snotneus reed ik samen met mijn vader naar het indrukwekkende Fanny Blankers Koen stadion in het, voor ons, verre Hengelo. Ik zat in die tijd in een behoorlijk sterke lichting middellange afstandlopers, waarvan Bram Som en Arnoud Okken de meest aansprekende waren. We hadden in die zin dus nergens op gerekend. Gewoon je best doen was het devies. In de series van de 800m was het een boemelrace waar niemand van de favorieten echt gas durfde te geven. Het ging zo langzaam dat het aan zou komen op de sprint. Doordat ik die dag met mijn explosiviteit de laatste 200m in 24sec liep, verraste ik daar jongens die veel betere PR’s hadden staan dan ik. Geheel onverwacht ging ik toen als 2 e door naar de finale van de volgende dag. Dit betekende dus ook dat we mijn moeder konden bellen, dat we pas een dag later thuis zouden komen. Samen met mijn pa hebben we toen overnacht in een hotelletje. Die momenten zitten voor eeuwig in mijn geheugen gegrift en worden ook nog vaak besproken op verjaardagen en zo. In de finale werd ik overigens 7e...”


Later ben je duathlonwedstrijden gaan doen (run-bike-run). Hoe ging jou in deze tak van sport het fietsonderdeel af? Was de ervaring in de duathlon de reden om over te stappen naar het fietsen?
Luuk: “Zoals gezegd vond ik nog niet zo lang geleden alles prima, zo lang ik maar kon bewegen en sporten. Het liefst zo vaak en zo hard mogelijk en zoveel mogelijk verschillende sportiviteiten tegelijk. Toen ik net sportinstructeur was geworden, vond ik dat een échte sportinstructeur op zijn minst alle vaardigheidsspeldjes moest bezitten. In no-time had ik vervolgens de MLV, (toen nog) ZMV en TMPT speld op mijn DT zitten. En uiteraard ook nog even parachutespringen in Teuge, alwaar ik bij een landing in de sneeuw de diepte niet goed in kon schatten en hard op mijn knie terecht kwam. Uit die tijd stamt ook mijn deelname aan het NMK 1/8 triathlon en duathlon. Het fietsen ging me toen niet noemenswaardig goed of slecht af. Gewoon hard, haha! Wielrennen had ik voorheen al vaker met mijn vader gedaan, echter nooit in competitieverband.

Deze tijd, waarin ik altijd maar aan het knallen was, is uiteindelijk wel bepalend geweest voor mijn keuze voor de fiets. Ik overbelaste mijn lichaam ontzettend, met een hoop blessureleed als gevolg. Uiteindelijk ben ik in 2009 geopereerd aan een rughernia. Het gevolg hiervan is nog steeds dat alle sporten mét schokbelasting een enorme impact hebben op mijn lijf. Alleen op de fiets heb ik nergens last van. In feite is jaren ‘dom trainen’ de reden geweest voor mijn keuze voor de fiets!”

Luuk in technische actie, met trouwe supporter "pa" als toeschouwer


In het fietsen blijk je (ook) uitermate talentvol. Zowel op de weg als offroad al eens Militair Kampioen en recent regelmatig winst in Cyclocrosswedstrijden. Op welke van de drie onderdelen denk je dat je meeste talent ligt?
Luuk: “Hier moet ik je toch even corrigeren, Paul! Alhoewel het me graag een keer zou lukken, ben ik helaas nog nooit Kampioen op de weg geweest. Twee keer 2 e helaas … Op de MTB ben ik inmiddels wel 2x kampioen geworden. Overigens heb ik in 2007 wel een Nationale Militaire titel behaald in een andere sport, het NMK Korte Cross.

Op welk onderdeel ik het meeste talent heb, blijft een lastige. In die zin ben ik het wielrennen zelf nog steeds aan het ontdekken. De verschillende onderdelen zijn amper met elkaar te vergelijken. Over het algemeen kun je stellen dat in een cyclocross en MTB wedstrijd de sterkste renner zal winnen. Bij het wielrennen op de weg is dat absoluut niet altijd zo. ‘Eerst het bordje van de ander leegeten, linkeballen en teambelangen’, je kent die termen wel. Dat voelt af en toe heel oneerlijk. Je kan de koers van je leven rijden, maar toch niet winnen. Op het NMK op de Vlasakkers dit jaar had ik zo’n dag. Ik had bij wijze van spreken achterstevoren op mijn fiets kunnen gaan zitten, zo makkelijk ging het. Toch won ik ‘m niet…”


Hoe trainde je tot een aantal maanden geleden en hoe train je momenteel? Zie je overeenkomsten met de wijze van Professioneel Trainen zoals de LO&Sportorganisatie voor ogen heeft?
Luuk:: “Tot voor een aantal maanden geleden maakte ik samen met Joop van de Poll mijn macro-planning. De micro invulling deed ik zelf. Op eigen kennis van de trainingsleer en op basis van het wedstrijdschema van de militaire wielerselectie. Dit ging op zich prima, maar ik wilde het serieuzer gaan doen. Daarom ben ik voor het veldritseizoen gaan werken met een professionele trainer van Energylab. En ja, ik zie hier zeer duidelijke overeenkomsten met hetgeen onze Cdt voor ogen heeft met Professioneel Trainen. Beginsituatie, Doelstellingen, Trainingen en 24/7 een dashboard, het zit er allemaal in.

Allereerst was er een uitgebreide anamnese en bespreking van sportgeschiedenis en huidige doelstellingen. Vervolgens kreeg ik een bodyscan, waarmee mijn lichaam haarscherp in beeld werd gebracht. Botdichtheid, lichaamsvet, gewicht, etc. werden besproken. Tijdens een fietstest, waarbij om de minuut de wattages werden verhoogd, werd er ‘melkzuur uit mijn oren’ geprikt. Hiermee kan de aerobe en anaerobe drempel worden bepaald. Naast de hartslag waarbij dat gebeurd, heb ik dat ook inzichtelijk op mijn vermogensmeter. De trainingen die mijn coach voor me schrijft, kan ik dus nóg effectiever uitvoeren, omdat ik naast de hartslagzone ook precies de vermogenszone weet waarin ik dat moet doen.

Wat ik verder helemaal in lijn vind met het Professioneel Trainen, is het gebruik van de moderne middelen. Via apps op mijn Iphone heb ik contact met mijn coach (TrainingPeaks, Whatsapp, Outlook, Facebook) . Uiteraard staat mijn TrainingPeaks app in contact met mijn Stages Powermeter, die de gezette kracht meet in mijn linkerpedaal. En deze vermogensmeter stuurt alles netjes door naar mijn Garmin Edge 800 fietscomputer. Net zoals de ‘oldschool’ hartslagmeterband om mijn middel dat doet. Verder kan mijn trainer gerichte trainingen ‘uploaden’ op mijn fietscomputer. Vervolgens bellen en zien we elkaar geregeld. Hoe professioneel wil je het hebben?”


Komende zaterdag doe je zelfs mee aan een Wereldkampioenschap. Kun je daar nu al wat algemeen over vertellen? Zou je daarvan verslag uit willen brengen?
Luuk: “Zaterdag is er in Mol (België) het WK Cyclocross voor Masters. Op hetzelfde parcours waar Matthieu van der Poel en Wout van Aert een dag later voor de winst zullen gaan strijden in de Zilvermeercross. Ik doe mee in de categorie 35 t/m 39 jaar. Wel speciaal, zo dicht bij huis. Wie er daar met de regenboogtrui vandoor gaat, maakt zichzelf onsterfelijk natuurlijk! Daar kan geen Nationaal Militair Kampioenschap tegenop…

Je hoort wel wat het geworden is.”